Mensheid is de God met duizend ogen
“Ex oriente Lux? Heb ik met dit alles geprobeerd aan te tonen dat het licht uit het Oosten komt en dat het heil en de toekomst van de westerse beschaving in het Oosten te vinden is? Een Engelse spreuk zegt: “Too far east is west” – loop je steeds door in de richting van het oosten, dan kom je vanzelf weer in het westen terecht. Het betekent dat er uiteindelijk maar één beschaving is: de beschaving van de wereld. Wel zijn er veel verschillen in intonaties – en het postmodernisme legt het zwaarste accent op die verschillen – maar uiteindelijk zijn we allemaal mensen en delen we een gemeenschappelijke dieptestructuur. Daarom moet elke wereldbeschouwing een beschouwing zijn die betrekking heeft op de hele wereld. De zon komt inderdaad nog altijd op in het oosten, maar ze nestelt zich daar niet. Ze verlaat het Morgenland en begeeft zich naar het Middagland van India en de islam. Uiteindelijk komt ze aan het Avondland. Ze integreert in haar licht alles wat des mensen is. Daarom was de Aufklärung als specifiek Europees verschijnsel in feite enkel een lokale gebeurtenis; maar evengoed was de ‘Untergang des Abendlandes’ slechts de kroniek van een bedreigd gehucht. Vanuit een mondiaal perspectief heeft het geen zin zich af te vragen waar het culturele zwaartepunt van de wereld ligt, het ligt in wezen overal.
Zo is de wereldkunst de kunst van de wereld: de Chinese schilderkunst van de draak, de islamitische kunst van het kristal, de westerse kunst van de verbeelding … het is allemaal taal van de mensheid. Zo is de wereld van de religie onze confrontatie met het bestaansmysterie: natuurmystiek in China, transcendente mystiek in het boeddhisme, zuiver monotheïsme in de islam, universele liefde in het christendom.
De bijdrage van het Oosten bestaat vooral in de sacraliteit van de natuur in het taoïsme, en de zuivere mystiek van het boeddhisme: dit zijn lichtbundels die schijnen in onze westerse nacht. Want de westerse cultuur heeft precies in die domeinen haar gebreken. Dit betekent niet dat deze dimensies er niet voorkomen, maar ze leiden er een verkommerd bestaan. Als ik op mondiaal niveau wil leven met een wereldwijde blik van eerbied en liefde, dan moet ik de zwakke dimensies in mijn eigen leven uitbouwen. Meer kan ik niet doen, want de groei van een cultuur is een uiterst langzaam verlopend proces, maar ik kan een kei in de rivier verleggen. Eenmaal komt de tijd dat de wereldvrede van ons zal eisen dat wij meer ontwikkelen dan een legalistische tolerantie; want de splijtende krachten van de wereld zijn niet het fundamentalisme, maar evenzeer de logica van haat en wraak. De mechanismen van onderdrukking zullen zich handhaven zolang wij geloven in de valse stelling dat kennis recht geeft op macht. We mogen nooit uit het oog verliezen dat elke religie de taak heeft, niet de waarheid te verdedigen met de wapens in de vuist, maar de liefde te prediken vanuit de eigen diepe ontroerbaarheid door de noden van vele mensen.
Een Japanse spreuk zegt: ‘Het kan de berg niet schelen langs waar je hem beklimt’, alleen op het klimmen komt het aan. En wat is er natuurlijker dan dat iedereen opklimt vanuit het dal waarin hij geboren is? Als de verschillende culturen, religies en filosofieën elkaar dan ontmoeten op de top van de berg, zullen ze zich realiseren dat ze al altijd hetzelfde doel hebben nagestreefd.
‘Ego mundi civis esse cupio, ik verlang een burger van de wereld te zijn’, zei Erasmus. Laten we dat verlangen met hem delen. De wereld is echter geen abstractie, het is de levende mensheid : huid en haar kunnen verschillen, de kledij kan anders zijn, de taal vreemd en de godsdienst onbegrijpelijk … maar alle mensen hebben hetzelfde hart, vol hoop en dromen, vol lijden en pijn, vol liefde en verdriet, maar vanuit zovele ogen kijkt mij het Grote Mysterie aan: de mensheid is de God met duizend ogen.’
Oosterse filosofie, van Ulrich Libbrecht (pag.177-178)
Wij, Parthen en Meden en Elamieten, wij bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, van Pontus en Azië, van Phrygië en Pamphylië, Egypte en de landstreken van Libië in de buurt van Cyrene, wij hier vertoevende Romeinen, wij Joden en Proselieten, Kretenzen en Arabieren: wij allen horen hen in onze eigen taal de grote daden van God verkondigen (Hand. 2, 9-11).
13-04-2010, 08:25:43
Universum, spiritualiteit en liefde
De geest is het verhevenste deel van de mens.
…
Als tegenwoordig van spiritualiteit wordt gesproken is het meestal om … het misschien voor het onbegrensde ontvankelijk deel van ons innerlijke leven aan te duiden.
….
We zijn eindige wezens die ontvankelijk zijn voor het oneindige. … Betrekkelijke wezens die ontvankelijk zijn voor het absolute. Die ontvankelijkheid is de geest zelf. De metafysica bestaat in het denken van die ontvankelijkheid; de spiritualiteit in het ervaren, toepassen en beleven ervan.
…
Het absolute is de wind, de geest het raam. … Zet de ramen open! Zet het ego open …
…
Als we het ‘absolute’ opvatten in de gewone betekenis van het woord, namelijk dat wat onafhankelijk van elke voorwaarde, elke betrekking en elk gezichtspunt bestaat – bijvoorbeeld de verzameling van alle voorwaarden (de natuur) en van alle betrekkingen (het universum), die ook de verzameling van alle mogelijke of werkelijke gezichtspunten (de waarheid) omvat -, valt nauwelijks in te zien hoe het bestaan van het absolute ontkend kan worden.
…
In zijn meest geprononceerde vorm raakt het geestelijke leven aan de mystiek.
…
In mystiek zit weliswaar mysterie, maar dat zijn slechts woorden en woorden bewijzen niets. In de wereld is het mysterie het grootst. In de geest, zodra deze zichzelf vragen stelt of afstand neemt van het gewone dagelijkse leven. Mysterie van wat? Mysterie van het zijn: mysterie van alles! Ook op dat punt heeft Wittgenstein de juiste woorden gevonden: ‘Niet hoe de wereld is, is het mystieke, maar dat zij is.’ Het is altijd weer de vraag naar het zijn. (Waarom is er eerder iets dan niets?), behalve dat het geen vraag meer is. Een antwoord? Ook niet. Maar een ervaring, een gewaarwording, een zwijgen. … ‘Van dat, waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen’, schrijft Wittgenstein.
…
Stilte, tegenover de werkelijkheid, klinkt zuiverder. Stilte van de gewaarwording. Stilte van de aandacht (Simone Weil: ‘De absoluut zuivere aandacht is gebed’; maar het is tot niemand gericht en vraagt niets). Stilte van de contemplatie. Stilte van de werkelijkheid. Het is de geest van de haiku’s … Er is alleen nog maar het bewustzijn: er is alleen nog maar de waarheid. ‘Meditatie’, zei Krishnamurti, ‘is het zwijgen van het denken’.
…
We zijn in het Al, en dat valt, eindig of niet, aan alle kanten buiten ons: de grenzen van het Al, zo die bestaan, liggen definitief buiten ons bereik. Het omhult ons. Het bevat ons. Het stijgt boven ons uit. Een transcendentie? Nee, omdat we ons erin bevinden. Maar een onuitputtelijke, onbepaalde immanentie met zowel onzekere als onbereikbare grenzen. … Het is wat iedereen kan ervaren door ’s nachts naar de sterren te kijken. Er is een beetje aandacht en stilte voor nodig … We bevinden ons in het universum; we maken deel uit van het Al of van de natuur. En als we die immensiteit die ons bevat in ogenschouw nemen, worden we ons, door het verschil, het best bewust van onze eigen kleinheid … het ego wordt eindelijk op zijn plaats gezet … Het ik is een gevangenis … Hij beschrijft het als ‘een gevoel van onverbrekelijke eenheid met het grote Al en van deel uitmaken van het universum’. Op de manier van een golf of een waterdruppel in de oceaan … Meestal is het inderdaad slechts een gevoel. Maar het gebeurt wel eens dat het een ervaring is, een aangrijpende ervaring, dat wat de Amerikaanse psychologen tegenwoordig een ‘altered state of consciousness’ noemen, een veranderde bewustzijnstoestand. Ervaring van wat? Ervaring van de eenheid, zoals Swami Prajnanpad zegt: het is jezelf een met alles voelen.
…
De eeuwigheid is er nu. Ik ben erin. Ze is rondom mij in de schittering van de zon. Ik ben erin zoals de vlinder die in de van licht verzadigde lucht zweeft. … De mysticus is gevoelig voor een innerlijk licht ..
‘Ik zag niets nieuws, maar ik zal alle gebruikelijke dingen in een nieuw en wonderbaarlijk licht, in dat wat, denk ik, het ware licht is. Ik nam van het leven in zijn totaliteit de buitensporige pracht en de blijheid waar, die al mijn pogingen ze te beschrijven tartten. Ieder menselijk wezen dat over de veranda liep, elke mus in zijn vlucht, elke in de wind trillende twijg, was integrerend deel van het geheel, als gevat in die tomeloze extase van blijheid, betekenis en levensroes. Ik zag dat die schoonheid overal aanwezig was … Ten minste één keer zal ik in de grauwheid van mijn levensdagen in het hart van de werkelijkheid hebben gekeken, getuige van de waarheid zijn geweest.’ (Margaret Montague)
…
De mystieke ervaring wordt door een bepaald aantal opschortingen of uitschakelingen gekenmerkt.
1. Het mysterie en de evidentie – alles is nieuw.
Opschorting van de vertrouwdheid, de banaliteit, de herhaling… Het is alsof alles opnieuw nieuw, bijzonder, vreemd, verbazingwekkend is, natuurlijk niet irrationeel, maar onverklaarbaar en onbegrijpelijk, als het ware voorbij elke rede (de rede maakt er deel van uit; hoe zou ze het kunnen omvatten?).
2. Geen vragen
Opschorting van de vraagstellingen, van de vragen, van de problemen
3. Volheid
Opschorten van gemis. … Gewoonlijk brengen we onze tijd door met achter iets aan te rennen wat we niet hebben, wat we missen, wat we zouden willen verkrijgen of bezitten … We leven niet, zal Pascal in navolging van Seneca zeggen, we hopen te leven … Maar er zijn – soms, zelden – ogenblikken van genade, waarin je niet langer wat dan ook begeert behalve dat wat is (het is geen hoop meer maar liefde) of dat wat je doet (het is geen hoop meer maar wil), momenten waarop niets je ontbreekt, waarin er niets meer te hopen is, niets meer om naar terug te verlangen, waarin het probleem van het bezitten zich niet meer voordoet (er is geen hebben meer, er is allen maar het zijn en het handelen), en het is wat ik de volheid noem. … Wie van ons heeft nooit een ogenblik van volheid gekend? … als je sport beoefent (het wonder van de ‘tweede adem’: als er alleen nog maar het zuivere vermogen om hard te lopen is), of als je een kunstwerk van doen hebt (wat een volheid, soms, als je naar Mozart luistert!) of als je een schitterend landschap ziet (wie zou de Alpen of de oceaan willen bezitten?) of eenvoudiger, rustiger, tijdens een wandeling of een voettocht … U loopt buiten. U zit lekker in uw vel. Het was begonnen als een afleiding of als een oefening: een paar uurtjes vullen, een paar grammetjes kwijtraken … Vervolgens is het iets anders geworden. Het is als een subtieler, ingrijpender en verhevener plezier. Een avontuur, maar een innerlijk avontuur. Een ervaring, maar een spirituele ervaring. Vergeten de overtollige kilo’s. Vergeten de verveling of de angst. U hebt geen doel meer, u hebt het al bereikt, laten we zeggen dat u het voortdurend , bij elke stap, bereikt: u loopt.
4. Eenvoud
Opschorting van de innerlijke dualiteit, van de voorstelling (in de dubbele betekenis: idee en schouwspel), van de hele komedie van het mij: afschaffing van het ego. Het is wat ik de eenvoud noem. U doet niet meer alsof u bent wat u bent, noch iets anders … Er is nog slechts het bewustzijn. … Er is nog slechts het handelen (het lichaam in act). … U leeft, u voelt, u handelt. Er is slechts een ‘stroom van waarnemingen’, zou Hume zeggen, slechts een handelen, maar zonder acteur, slechts een leven maar zonder ander subject dan het leven zelf. Er is slechts een ervaring, zou Wittgenstein zeggen (‘Elke ervaring is van de wereld en heeft geen subject nodig’). Het is wat de boeddhisten het anatman noemen (geen ik, geen zich: alleen maar een proces zonder subject en doel), …
Eenvoud van aandacht. ‘Als u in een activiteit verdiept bent, welke dan ook, voelt u dan enigerlei ego?’ vraagt Prajnanpad. ‘Nee, er is geen scheiding meer’. Er is immers alleen maar activiteit.
5. Eenheid
Opschorting van de dualiteit, dus ook en opnieuw van het ego: er is alleen nog maar alles, en de eenheid van alles.
6. Stilte
Dezelfde spirituele ervaring schakelt ook de taal uit, het betoog, de rede. Anders zou er geen eenheid zijn. We zijn slechts door het denken – door onszelf – van alles gescheiden. Laat het ego los, stop met denken: het al blijft. … Opschorting van de monologue intérieur, van het op argumenten en concepten berustende denken. … Ik hoef niet verduidelijken dat die opschorting van de rede niets irrationeels heeft … De stilte is alles wat er rest als je zwijgt – dat wil zeggen alles.
7. De eeuwigheid
Er is iets wat nog verbazingwekkender, nog sterker is. Wat zich in de ervaring waarvan ik spreek aandient is ook, een misschien vooral, de opschorting van de tijd, of liever van dat wat we gewoonlijk als tijd beschouwen. … Het heden is er, en er is niets anders. Het verdwijnt nooit: het gaat door. Het verandert voortdurend; dat betekent dus dat het niet ophoudt. Alles is heden: het heden is alles. Alles is waar. Alles is eeuwig, hier en nu eeuwig! Dat was gezien door Spinoza, wiens verbazingwekkende uitspraak ik al heb geciteerd: ‘We voelen en ervaren dat we eeuwig zijn.’ Dat was door Wittgenstein gezien: ‘Als je onder eeuwigheid niet oneindige tijdsduur, maar ontijdelijkheid verstaat, dan leeft hij eeuwig die in het heden leeft.’ Is het dan verbazingwekkend dat het begrip dood hem onverschillig laat? Hij is al gered … Hoe zou de eeuwigheid nog toekomstig kunnen zijn? Hoe zouden we die kunnen verwachten of bereiken? We zijn er immers al. Eeuwigheid van het heden: tegenwoordigheid van de eeuwigheid. … Zolang je een verschil maakt tussen de eeuwigheid en de tijd, ben je in de tijd. Zolang je een verschil maakt tussen het absolute en het betrekkelijke, ben je in het betrekkelijke.
8. Sereniteit
Hoe zouden we niet angstig kunnen zijn? Het is de prijs die we voor het Niet, de toekomstigheid en het ego moeten betalen. Maar als het Niet niet bestaat? Als er geen ego is? Als er alleen maar het heden is? Dan rest de sereniteit, die het zijn-in-het-heden van het bewustzijn en van alles is. Carpe diem? … Carpe aeternitatem zou juister zijn – behalve dat er niets te plukken en alles te beschouwen valt. … Sereniteit is geen ledigheid; het is handelen zonder vrees, dus ook zonder verwachting. Waarom niet? Het is niet de hoop die tot handelen aanzet, het is de wil. Het is niet de hoop die het willen oproept; het is het verlangen en de liefde. We komen niet weg uit de werkelijkheid. We komen niet weg uit het heden. Het is de geest van de gevechtssporten. Degene die op de overwinning hoopt, is als verslagen (ten minste door de vrees voor de nederlaag). Alleen degene die op niets hoopt is vrij van vrees. Daardoor is hij moeilijk te verslaan en onmogelijk te onderwerpen. Men kan hem van zijn overwinning beroven, niet van zijn strijd. Het handelen maakt deel uit van de werkelijkheid, die door het handelen verandert, zoals de golf deel uitmaakt van de oceaan. Het gaat er niet om van het handelen af te zien. Het komt erop aan sereen te handelen. … Het is wat ik het geluk in act noem, dat niets anders is dan de act zelf als geluk. Op wat zou degene kunnen hopen die in het heden leeft en wie het aan niets ontbreekt? Wat zou hij kunnen vrezen? De werkelijkheid (waarvan hij deel uitmaakt) is voor hem voldoende en bevredigt hem volledig.
9. Aanvaarding
Dat wat wordt beleefd, in die ervaring die ik probeer te beschrijven, is ook de opschorting van de waardeoordelen, het tussen haakjes zetten van de idealen en de normen, bijvoorbeeld het mooie en het lelijke, het goede en het slechte, het rechtvaardige en het onrechtvaardige. … Wijsheid van de aanvaarding, zegt Prajnanpad. ‘No denial’: afwijzing noch ontkenning. … Het komt erop aan tegen alles wat is, tegen alles wat er gebeurt ja te zeggen. Maar het is het ja van de aanvaarding (alles is waar, alles is werkelijk), niet van de instemming (‘alles is goed’) … er is slechts de eeuwige noodzakelijkheid van het worden … Oordelen is vergelijken; en zeker, dat moeten we in het gewone leven vaak doen. Het is de grondslag van de moraal. … Het is het tegenovergestelde van een nihilisme. Het gaat er niet om de moraal af te schaffen, maar vast te stellen dat de moraal slechts menselijk is, dat hij onze moraal is, en niet die van het universum of van het absolute. …Maar haar lijden en haar dood zouden dat wat ze heeft ervaren niet tenietdoen, dat wat ze ‘aanvaarding’, ‘instemming’ en ‘begrip’ noemt, en wat op liefde lijkt.
10. Onafhankelijkheid
Aanvaarding en bevrijding gaan samen …
Maar wat mij van het lezen van de Bijbel is bijgebleven is ….wat hij over mens en het leven hier op aarde zegt. Denk aan de barmhartige Samaritaan … Die was geen jood , die was geen christen. Van zijn eventuele geloof en van zijn verhouding tot de dood is niets bekend. Hij is gewoon de naaste van zijn naaste: hij legt mededogen en naastenliefde aan de dag. En hem, niet een priester of een leviet, stelt Jezus ons uitdrukkelijk ten voorbeeld. Er is mij van bijgebleven dat wat de waarde van een mensenleven uitmaakt niet is dat de persoon in kwestie al dan niet God en in een leven na de dood gelooft. ….wat de waarde van een mensenleven uitmaakt is niet het geloof, niet de hoop, het is de hoeveelheid liefde, compassie en rechtvaardigheid waartoe we in staat zijn! Denk eens aan het loflied op de naastenliefde in de Eerste Brief aan die van Korinthe. Het is het heel mooie geschrift waarin Paulus spreekt van wat later de drie theologale deugden genoemd zullen worden, geloof, hoop en naastenliefde. De grootste van de drie, legt Paulus uit, is de liefde. Ik kan een gave voor talen en voor profetieën hebben, een geloof dat bergen kan verzetten, als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Vervolgens zegt Paulus nog in het kort: al het overige zal voorbijgaan, alleen ‘de liefde zal niet voorbijgaan’.
André Comte-Sponville, De geest van het atheïsme
Recherche de la vérité bouddhiste
La vie est dhukka, dit le Bouddha. L’origine de la dhukka est la soif, c’est-à-dire le désir. Il existe un moyen de supprimer la dhukka … C’est la cessation complète de cette soif en la délaissant, en y renonçant, en s’en libérant, en s’en débarrassant. Cela ne signifie évidemment pas la fin objective de la vieillesse, de la maladie, des malheurs, de la mort, mais la capacité que peut acquérir l’individu de les observer comme des éléments extérieurs qui ne sont plus source de violence émotionnelle. Il ne s’agit pas de les nier, mais de s’en détacher dans une distance salutaire de soi à soi.
…
Le Bouddha a fait de la méditation la voie d’accès privilégiée à la connaissance de la vraie nature des choses et au nirvana. … Elle est … une mise en condition de l’esprit, une manière de le ‘calmer’ face aux perturbations extérieures et intérieures. Elle ne consiste pas à chasser les pensées qui jaillissent en soi, mais à les observer de manière détachée, dans un état de calme mental, pour aller au-delà de leurs apparences et avoir ainsi directement la vision profonde de tout ce qui existe. Il s’agit d’appréhender, ou plutôt d’expérimenter au plus profond de soi, la non-permanence de toute chose et de toute sensation. … Il leur rappelle la nécessité de rester ‘plein d’attention et d’énergie’ …
1. L’attention au corps. …
a. la respiration
b. la conscience du corps
c. la position de son corps
d. contemplation et la claire compréhension de ce qui l’entoure directement (sa robe, son bol …)
e. il considère son corps ‘de la plante des pieds jusqu’au sommet de la tête
2. conscience aux sensations
a. prendre conscience des sensations agréables et dégagréables
3. contemplation de l’esprit (désirs, passions, illusions …
4. contemplation des objets mentaux : les désirs des sens, la malveillance, le remords, le doute … ainsi que les formes, les sensations, les odeurs, les goûts, les sons.
Recherche de la vérité chrétien
Jesus ne prétend pas avoir découvert cette vérité par le raisonnement, pas plus qu’il n’entend la transmettre par un enseignement rationnel. Contrairement aussi au Bouddha, il ne prétend pas avoir découvert cette vérité à travers une longue pratique introspective. … Il le ‘révèle’, il en témoigne par sa propre présence. … Quelle est la vérité ultime que Jésus entend révéler ? Elle tient en trois mots : Dieu est amour….. Amour est le nom propre de Dieu, ‘son essence’ … Dès lors, tout doit être mesuré, apprécié, discerné à l’aune de l’amour. … La vérité ne réside pas, dit-il, dans le formalisme de la Loi, dans le respect intangible des règles de pureté ou dans celles du shabbat.
….
Va vers toi-même et deviens libre.
Le Bouddha, Socrate et Jésus s’accordent donc pour affirmer que l’homme ne naît pas libre, qu’il le devient. …
Apprends à aimer
L’amour christique
L’amour dont il parle, l’agapè, se calque sur le modèle divin : c’est un amour de pure bienveillance. L’amour christique n’est plus un sentiment naturel ni un sentiment partagé, il devient véritablement un commandement universel qui nous enjoint d’aimer tout être humain comme Dieu l’aime…. Puis André Comte-Sponville montre que l’amour du prochain … est un ‘idéal’ auquel il faut tendre, un idéal de sainteté qui guide et éclaire. … A l’aune de cet amour, l’enseignement du Christ apparaît dans sa singularité : l’acte de d’adoration explicite n’est pas nécessaire pour que l’esprit humain soit en liaison avec Dieu, pour qu’il soit mû par l’Esprit qui ‘souffle ou il veut’. Tout homme qui agit de manière vraie et aimante est relié à Dieu, source de toute bonté. …A l’inverse, l’absence de religion n’empêchera pas un homme d’être vrai, juste et bon. Le message du Christ valide cette observation universelle en lui donnant un fondement théologique : de manière ultime, adorer Dieu, c’est aimer son prochain. … ‘En vérité je vous le dis, dans la mesure ou vous l’avez fait à l’un de ces plus petits de mes frères, c’est à moi que vous l’avez fait (Matthieu, 25, 34-40)
La compassion bouddhiste
Cette compassion – karuna en sanskrit – se définit comme une infinie bonté, une capacité à vivre la souffrance d’autrui et à lui tendre la main pour l’aider à sortir du cycle du samsara (dans la version Mahayana du Bouddhisme). … L’une des conséquences qui découlent de la pensée du Bouddha est un profond respect pour les animaux et la nature dans sa totalité. … Cette compassion est décrite comme un sentiment de profonde empathie….le point de départ du processus qui le conduira à son Eveil.
Frédéric Lenoir, Socrate, Jésus, Bouddha, Trois maîtres de vie
Herman De Dijn schreef een boek over de filosoof Baruch Spinoza (1632-1677). Een leeswijzer voor wie zich wil wagen aan het gedachtegoed van de filosoof.
Het heelal kent geen doelgerichtheid. Het is gewoon wat het is. Wij zijn niet gewild in dat heelal. De werkelijkheid waarvan wij deel uitmaken, wordt door ijzeren wetmatigheid bestuurd. Voor wie er nog aan zou twijfelen: er bestaat geen persoonlijke god, en evenmin persoonlijke onsterfelijkheid.
Dit inzien, aanvaarden en daarin rust vinden is ons enige heil. Ook al is dat illusieloze heil voor weinigen weggelegd. Voor die weinigen leidt de ontluistering tot een nieuwe luister. Zij vinden door de totale onttovering heen een nieuwe betovering. Die bestaat uit een liefde tot God die samenhangt met het begrijpen van God: amor intellectualis Dei.
Als u nu nog verder leest, dan wil u meer weten over de man die in de zeventiende eeuw in Nederland dit vreemde, provocerende wereldbeeld ontvouwde, lenzen sleep om in zijn levensonderhoud te voorzien en zich dood hoestte voor hij vijfenveertig werd. Hij leefde voorzichtig en dacht gevaarlijk.
Zelden is in de westerse wijsbegeerte zo'n samenhangende poging ondernomen om alles te denken in één verband, om alles te duiden en te begrijpen als deel uitmakend van één werkelijkheid.
Spinoza noemde die werkelijkheid God of Natuur: het was voor hem de oergrond waaruit alles voortkomt. Die oergrond kan ons niet beminnen. Dan zou het geen oergrond zijn. Dan zou God God niet zijn. Alhoewel God zich noodzakelijk uitdrukt in een wereld van dingen, behoort die wereld niet tot het wezen van God. De dingen kunnen niet zonder God, hun grond. Maar de grond heeft de dingen niet nodig om te bestaan.
Die God bezit oneindig veel ‘attributen' waarvan wij er alleen twee kennen: denken en uitgebreidheid. Ook mijn lichaam en mijn geest zijn een uitdrukking van God, een verschijningswijze, een modus: ik behoor tot God, maar ik ben God niet. Ik ben God in de mate dat hij zich heeft ontvouwd in een verschijningswijze: Deus quatenus modificatus.
Heil
Er zijn drie vormen van kennis: de eerste soort ontstaat in de imaginatio, de verbeelding. Ze is ontoereikend, maar wel nodig voor het hebben van ideeën. Kennis van de tweede soort, rationele kennis, is wel adequaat. Begrijpen bijvoorbeeld dat een lijn lengte is zonder breedte (de definitie van Euclides) is een voorbeeld daarvan.
De hoogste vorm van weten is de intuïtieve kennis (scientia intuitiva). Deze kennis is niet tegengesteld aan rationele kennis, maar overstijgt ze. Ze bestaat uit het juiste inzicht in God, in de volledige werkelijkheid. Ze brengt geen nieuwe informatie aan. Het gaat eerder om een ervaring, een verwondering die een eindpunt is, die niet meer leidt tot verder vragen en verder zoeken. Deze kennis overkomt de wijze mens, die zichzelf in zijn nietigheid (als eindig, doelloos wezen) en grootsheid (als deel van een oneindige werkelijkheid) ten volle aanvaardt.
Een tweede weg die naar het heil leidt, is die van de uitgezuiverde religie, het joods-christelijk geloof. Voor velen biedt dat de basis voor een goed, dus heilvol leven waarin rechtvaardigheid en naastenliefde centraal staan. Religie heeft voor Spinoza meer te maken met een manier van leven dan met waarheid. De kerken moeten onderworpen zijn aan de staat, maar hebben zeker een functie te vervullen. Zo kunnen nederigheid en berouw, die de wijze als ondeugden afwijst, zeer nuttig zijn voor een samenleving. Religie is nu eenmaal een sociale realiteit met impact op de politiek.
Raadselachtig
De Spinozakenner Herman De Dijn heeft op zijn emeritaat gewacht om ons dit boek te geven dat bestemd is als een leeswijzer voor het lezen van Spinoza zelf. Het is de vrucht van jaren omgang met de filosoof. Het is geen makkelijk boek. Het is compact en toch helder geschreven. Het laat het raadselachtige van dit denken overeind. Het toont de actualiteit en de relevantie ervan. Het is zo een boek dat jonge vorsers niet meer kunnen of willen schrijven, omdat het hen in de ratrace van hun academische carrière niets oplevert.
Maar ik geef toe dat je ook jaren nodig hebt om het te kunnen schrijven. Ik heb het hier niet samengevat, maar gepoogd enkele noties eruit over te brengen. Als ze u naar Spinoza zelf brengen, dan is dit hoekje in de krant nuttig geweest.
« Gevaarlijk denken », Luc Devoldere in DS 19/4/10
Het onmogelijke mogelijk maken
De Duitser Peter Sloterdijk is een van de meest gelezen filosofen van onze tijd. …. In het Duits verscheen alweer een nieuw geladen en krachtig werk: Du musst dein Leben ändern. Daarover praatte Jean-Pierre Rondas (Klara) met de schrijver-filosoof. …. Sloterdijk is eerder een antimonotheïst dan een atheïst, en hij heeft geen hoge pet op van wat hij de antichristelijke ‘bigotterie’ van Richard Dawkins en Daniel Dennett noemt. Ook in dit gesprek wil hij het christendom overstijgen door een wereldsysteem dat wel een andere naam moet hebben maar dat van dit christendom toch ook de wezenskenmerken moet behouden.
De titel Du musst dein Leben ändern is het begin van Rainer Maria Rilkes bundel uit 1908, Nieuwe Gedichten. Het andere deel.
“Ik liet mijn boek beginnen met het sonnet van Rilke Archaischer Torso Apollos, omdat die tekst goed laat zien hoe zijn – overigens beroemde – laatste zin ontstaat, namelijk uit de ontmoeting van de kunstenaar met een beeldend kunstwerk. Er wordt verteld dat Rilke, toen hij in Meudon woonde en daar werkte als privésecretaris van de grote beeldhouwer Auguste Rodin, nu en dan de verzameling van oudheden in het Louvre bezocht, en dat hij bij een van die bezoeken op een preklassiek of misschien wel klassiek Grieks beeld stootte, waarvan de oudheidkundigen aldaar meenden dat het om een Apollobeeld ging. Het had geen kop meer, geen armen of benen, geen genitaliën: het was dus in dat opzicht een perfecte torso. Bij Rodin leerde Rilke torso’s te beschouwen als kunstwerken op zich, niet zomaar als verminkte kunstwerken, maar veeleer als beelden met een bijzondere volmaaktheid. Men kijkt ernaar, niet met een gevoel van hoe jammer dat de kop of de ledematen ontbreken, maar met de bereidheid zich ook door zo’n schijnbaar verminkt kunstwerk een boodschap te laten overbrengen.”
De Apollo of de Dionysus kijkt namelijk terug, ook wanneer hij slechts een torso is zonder ogen.
“Inderdaad, hij heeft geen ogen nodig om terug te kijken, omdat het hele oppervlak van dat godenbeeld een en al oog is. Het heeft jou scherper in het vizier dan jij kan kijken. Wie ernaar kijkt wordt automatisch zelf geconfronteerd met een ontzettend sterke terugblik. Juist die ervaring verwoordt Rilke in zijn voorlaatste vers: ‘geen plek aan hem die jou niet ziet’. Maar het beeld ziet niet alleen, het hoort en spreekt ook. De beschouwer hoort een stem die van de steen uitgaat en die zegt: ‘je moet je leven veranderen’. Rilke laat het kunstwerk dus spreken, wat niet zo uitzonderlijk was rond de eeuwwende om 1900, toen de bourgeoisie nog intact was en het haar nog lukte zoiets als een volmaakte transformatie van de religie in kunst te volbrengen. In die ‘kunstreligie’ had de kunst zelf een verheven, ‘sublieme’ boodschap, die tegelijkertijd bedreigend was. Verheven is immers datgene wat het recht heeft jou te herinneren aan je sterfelijkheid of nakende dood.”
Je moet je leven veranderen, dat is zo’n herinnering.
“Het is een herinnering aan je diepste innerlijke gesteldheid, want mens zijn betekent altijd in het besef te leven dat men nog niet op zijn hoogtepunt staat. Dat is de idee waaraan in de kunstreligie en in elke vorm van verheven communicatie gestalte wordt gegeven, namelijk: er bestaat altijd iets waardoor ik overtroffen word, iets wat een ontzettende hoogte opwerpt wat mezelf tot een heel klein wezen reduceert. Tegenover dat verhevene reageerde de burger met wat Sigmund Freud het ‘oceanische gevoel’ noemde. De hele negentiende eeuw door heeft die cultureel aangelegde burger zich in dat oceanische gevoel door middel van kunstwerken geoefend. Tenslotte leidde dat ertoe dat een zenuwzieke zoals Rilke bij de ontmoeting met een Grieks godenbeeld het gevoel kon hebben dat het kunstwerk tot hem sprak: ‘je moet je leven veranderen’.”
Wat voor ‘moeten’ is dat?
“Het is een absolute imperatief waartegen geen verzet mogelijk is, omdat het bevel zowel vanbinnen als vanbuiten komt. In de veronderstelling dat de splitsing tussen buiten en binnen nog bestond, zou het kunstwerk alleen maar kunnen zeggen: ‘je zou je leven moeten veranderen’, en de ontvanger zou dan antwoorden: ‘misschien wel, maar ik heb er geen zin in’. Hier gaat het om een hoger, geïntensifieerd moeten dat met de eigen wil samengesmolten is. Ik kan mij er niet meer van onderscheiden, van dit vanbuiten komende moeten. Dit verlangen is zo intens dat het inderdaad volledig vanbinnen komt. Het komt neer op een onvoorwaardelijk verlangen deel te hebben aan een volmaaktheid, en dat precies is het grote begeren van de kunstreligie. Als me gezegd wordt ‘je moet!’, dan antwoordt in mij, automatisch en bijna gelijktijdig, een stem die zegt: ‘ja, ik wil!’
We kunnen dat mooi zien in de huidige situatie, waar de absolute imperatief Amerikaans en politiek is geworden. Anderhalf jaar geleden, toen Barack Obama zijn verkiezingscampagne opende, namen we in Europa met stijgende verbazing waar dat zich daar miljoenen mensen verzamelden rond een slogan die hier totaal onvoorstelbaar is: ‘Yes, we can!’ In mijn oren klinkt dat als het Amerikaanse antwoord op de absolute imperatief. Die mensen wachten niet tot iemand van buitenaf hen zegt dat ze moeten, maar ze merken vanzelf dat het zo niet verder kan. Het betere deel van de natie begreep dat een voortzetting van de politiek van George W. Bush voor het hele land en de hele wereld een morele en politieke catastrofe zou betekenen, en omdat ze daarvan doordrongen waren, verzamelden ze zich rond die slogan.”
Zitten we in een nieuw tijdsgewricht?
“In het huidige levensgevoel zit een element waarvan ik geloof dat het wijdverbreid is en dat het in de individuele levensgevoelens van bijna alle mensen is doorgedrongen, meer dan in 1914, meer dan in 1945, en meer dan in 1968. Ook toen ging het telkens om een tijdsgewricht waarin het gevoel overheerste dat er iets moest veranderen. Vandaag is dat gevoel nog pregnanter: er moet iets veranderen, zo kan de loop der dingen niet doorgaan. Dat innerlijke gevoel, dat het zo niet verder kan, verbindt zich met het appel ‘jij moet je leven veranderen’ – ofschoon het niet evident is dat jij toevallig de juiste persoon bent voor een verandering.
‘Je moet je leven veranderen’ betekent vooral dat de absolute imperatief van onze tijd tot je spreekt en je confronteert met een sublieme ethische wet. Dat is doorslaggevend. Het gaat niet om een privézaak. Net zoals de monnik aan zee op het schilderij van Caspar David Friedrich staan we aan de oceaan van de ecologische catastrofe en we kijken uit op een wereld die vroeg of laat ons en onze medemensen zal verzwelgen als we onze modus vivendi niet wijzigen. Dus in die imperatief steekt ook een element van dreiging, datgene wat de donkere kant van de religies in beweging zet. Maar nog belangrijker is het element van overbelasting, van overvraging, wat maakt dat we onze imperatief beter formuleren als ‘je moet van nu af aan iets doen, wat je eigenlijk niet kan’. Dat is ook het onderscheid tussen God en duivel, want God is diegene die altijd iets volkomen onmogelijks van je verlangt, terwijl de duivel een pedagoog is die de mensen altijd exact daar afhaalt, waar ze toevallig zijn beland.”
Aan die eisen kan je nooit beantwoorden, je schiet altijd tekort.
“Altijd! SØren Kierkegaard die het onderscheid tussen ethiek en religie juist aan dat criterium ophing, zei dat ethische eisen in de regel in een vervulbare vorm zijn geformuleerd, terwijl het voor religies typisch is dat ze de mensen met absurde eisen confronteren. We moeten wennen aan de gedachte dat we tegenover God altijd en per definitie ongelijk hebben, terwijl we ons toch moeten verantwoorden. Dat is nu eenmaal de vorm van de absurde overvraging, die toch onvoorwaardelijk wordt gehandhaafd.”
“Ik stel dan ook voor dat we het onderscheid dat Kierkegaard maakt tussen het ethische en het religieuze opheffen, doordat we het ethische zelf ‘absurd’ en buitensporig verklaren. We moeten het onderscheid tussen het religieuze en het ethische ongedaan maken, en aan het ethische zelf alle eigenschappen toekennen die voorheen bij de religie hoorden. Alleen zo kunnen we de nieuwe vorm van de absolute imperatief begrijpen. Als we van de ethiek maar een voldoende verheven opvatting hebben, kan de noodzakelijke religieuze absurditeit er in vervat worden. Want als ik zeg dat je je leven moet veranderen, dan eis ik van de mens iets wat hij eigenlijk niet kan. Om het te kunnen, zou hij een nieuwe mens moeten worden die doet waartoe de oude mens niet in staat was.”
Die verticaliteit werd in de loop van de geschiedenis op verschillende wijzen uitgedrukt zoals met de wapenspreuk ‘Plus est en vous’ of met Goethes verzekering dat ‘Wer immer strebend sich bemüht, den können wir erlösen’.
“Dat is dat mooie vers aan het einde van de Faust, dat door een engelenkoor geïntoneerd wordt, maar dat zelf een ‘secularisaat’ is van een duizend-, zelfs tweeduizendjarige geschiedenis van religieuze hoogspanning. Je mag niet vergeten dat het christendom de absurde religie par excellence is geweest, niet alleen met het geloof – ‘credo quia absurdum’ – maar vooral met zijn ethische imperatief. Die luidt: bemin je naaste zoals jezelf – een eis waarbij elk verstandig mens de zaal gillend zou moeten verlaten. Het christendom slaagde er merkwaardigerwijs tweeduizend jaar lang in de mensen in de zaal, in de kerk te houden. Wat die eis nog buitenissiger tot uitdrukking brengt, is dat de christenmens diegene is die een leven leidt dat in zijn uiterste consequentie een nabootsing – imitatio Christi – van de Godmens wil zijn. ”
Religies zijn dus een soort spirituele oefensystemen die tot doel hebben het individu geestelijk te ontwikkelen met behulp van ascese.
“Inderdaad. Met die formule treffen we de kern van de zaak. De oefening is de vorm waarin het onmogelijke in het mensenleven vaste voet krijgt. Het gaat er niet om dat men iets wat men makkelijk kan beter leert, maar wel dat iets wat in de grond niet mogelijk is, toch mogelijk wordt gemaakt. Meditatie is zo’n discipline die als doelstelling heeft het onmogelijke mogelijk te maken, in dit geval de individuatie – de insluiting van het individu in zijn eigen persoonlijkheid – weer op te heffen, om het individu als het ware terug te veranderen in het goddelijke vuur. Zolang ik individu ben, ben ik een stuk ijs dat van de goddelijke hitte gescheiden is, en zodra ik ophoud dat individu te zijn, versmelt ik met het algemene vuur en word ik een deel van het oervuur dat aan het fundament van de wereld laait. Dat zijn denkfiguren of retorische figuren waarmee de klassieke mystici probeerden de individuen te betrekken bij zo’n spel met het onmogelijke.”
Maar vandaag staan andere dingen op het spel.
“De absolute imperatief van onze tijd zegt zoals alle andere vroegere imperatieven dat je je leven moet veranderen, maar de implicatie is nu dat je een levensvorm moet vinden die verenigbaar is met de overleving van de mensensoort op deze aarde in een langer perspectief. Dat begint met mezelf te begrijpen als een wezen dat ik eigenlijk niet wil zijn, namelijk als tijdgenoot van zeven miljard andere mensen. Dat gedacht is zo schrikwekkend dat men ze ten enenmale nauwelijks kan denken. Ik zou zelfs beweren dat de christelijke eis een leven te leiden dat zoveel mogelijk gelijkvormig is met het leven van de Godmens niet veeleisender is dan de eis om een kosmopolitisch leven te leiden dat gebaseerd is op het inzicht dat we zeven miljard medeburgers hebben. Die twee proposities zijn, wat hun buitenissige inhoud betreft, aan elkaar gewaagd. Ze zijn even onmogelijk en daarom even verheven, even onontbeerlijk, en beide hebben dezelfde geestverruimende energie. Ze hebben de kracht in zich uit de mens iets te maken wat hij voordien niet was.”
En dat moet de mens oefenen?
“Zodra die imperatief op hem heeft ingewerkt, zodra hij hem echt heeft begrepen, zodra hij volledig doordrongen is van de evidentie van dit nieuwe onmogelijke dat mogelijk moet worden gemaakt, moet de mens proberen een medium te worden voor de overgang van het onmogelijke naar het mogelijke: dat is het nieuwe oefenfront. De stem die nu zegt dat we ons leven moeten veranderen, eist tegelijkertijd zoiets als de creatie van een wereldkliniek. We hebben behoefte aan een klinisch universalisme, want de aarde is ziek. Wie ze ziek maakte, is niet op elk punt duidelijk, maar alles bij elkaar weten we dat wij het waren. De aarde heeft aids opgedaan door onveilige seks met de mens. Nu moeten wij een wereldkliniek bouwen waarin we het immuunsysteem van de aarde herstellen. En dat kan alleen als we weer geocentrici worden. We moeten het gebaar herhalen dat Nietzsche zijn dolleman in Zarathustra liet voordoen: we moeten de aarde weer loskoppelen van de zon, de copernicaanse wending ongedaan maken, en de aarde weer in het middelpunt plaatsen. Dit is niets minder dan een contrarevolutie.”
(Interview Peter Sloterdijk in Tertio nr 483)
Voilà, entre bien d'autres, des critères inspirés par le principe de la coopératin commen fondement d'un paradigme unificateur préparant l'avènement de la plus formidable évolution à laquelle nous aspirons: celle de l'insurrection des consciences.... On ne mesure pas assez la puissance extraordinaire de la bienveillance. ....
Le cercle se resserre inexorablement: les causes de ces tragédies sont en chacun de nous. ... Par contrel, l'acceptation de cette réalité enclenche un examen, une introspection destinés à nous révéler à nous mêmes, nécessité impérieuse de la connaissance de soi. C'est alors qu'il devient évident que le changement de soit préexiste au changement de la société. ... "Connais toi toi-même" comme facteur essentiel pour que l'évolution positive du genre humain puisse avoir lieu.
Jean Marie Pelt en Pierre Rahbi in 'Le monde a-t-il un sens?' p 128
De ervaring in Thailand is intens (tot zeer intens) geweest. Ik kan nog niet alles verwerken en een plaats geven, maar het minste wat ik kan zeggen is dat dit geen gewone vakantie is geweest. Het was om te beginnen geen 'rust-vakantie'. Het was in zekere zin 'werken' en 'leven' maar op een andere manier en in een andere omgeving. Misschien is het dat dat ook mijn innerlijk leven aangezwengeld heeft. Er is ook het gevoel dat je met deze ervaring niet zomaar klaar bent en terug het gewone leven op dezelfde manier verder zet.
Zo heb je ervaren dat het mogelijk is om met hart en ziel voor één iets te gaan …
Zo heb je ervaren dat vrijheid is dat je kunt zijn in plaats van te moeten zijn
Zo heb je ervaren dat het mogelijk is om je kennis en ervaring ten dienste te stellen en nog uit te breiden …
Zo heb je ervaren dat het mogelijk is betrokken te zijn op een wijze dat je het nooit gedaan hebt …
Zo heb je ervaren dat wij alle mensen veel gemeenschappeljk hebben, onze dromen, onze verzuchtingen …
Zo heb je ervaren dat we teveel met onze neus op onze problemen zitten en best eens wat afstand doen
Zo heb je diepgang, perspectieven leren ervaren die je denken en oordelen kunnen beïnvloeden :
- is er wel sprake van een ik/wij tegenover zij of zijn we niet eerder allen samen mensen met dezelfde drijfveren, dromen en beperktheden ?
- wat hebben zij dat wij niet hebben : hardere struggle for life, onvrijheid, maar ook ‘don’t worry’, tijd, blijheid.
Zo heb je ervaren dat je spirituele leven kan groeien (door de confrontatie met het boeddhisme, de mogelijkheid om met wat afstand de zaken te bekijken, de lectuur ?). Als je kritische geest wat wijkt, komt er ruimte voor de spiritualiteit. Zelfs atheïsten beseffen dat de almacht van de ratio zijn grenzen heeft en de tijd is aangebroken om een andere zijde van de menselijke geest aan te spreken. Er is naast harde kennis en ratio, ook plaats voor ervaring en irrationaliteit. De mystiek en meditatie (het Boeddhisme is op dit vlak heel sterk) zouden methodes kunnen zijn die deze evolutie helpen. Het universele van de (kleine) mens, zijn verbondenheid … kunnen blijkbaar hierin ‘voelbaar’ (niet kenbaar) worden. Deze irrationele kant van de mens is niet gelijk aan een geloof in God. Wie zegt echter dat God niet in de liefde huist die een mysticus ervaart ? Waarom spreekt zelfs een atheïst van de ervaring van licht en liefde in een mystieke ervaring ? Mijn kritisch verstand is echter te beperkt en te klein om hiervan een absolute doorleefde ‘overtuiging’ te maken. Doch deze onkunde in het geloof wordt door Jezus blijkbaar met mededogen bekeken. Heeft Jezus niet gezegd dat God liefde is en het meest belangrijke in het leven de liefde is? Hij zegt ook dat de liefde eerst komt en niet een sterk geloof in God. Liefde is de kern van alles. Hij zegt ons dat als we liefhebben, zonder grenzen, wij eigenlijk God liefhebben. Dit lezen en begrijpen geeft een sterke indruk bij mij gelaten. Deze boodschap is de ware erfenis van het Christendom die uiteindelijk het leven van mensen kan doen schitteren. Ook atheïsten stellen de liefde als hoogste goed.
Zij geven echter vanwege de afwezigheid van een God geen plaats aan ‘hoop’, een andere deugd van het christendom. Ik vraag me echter af of een mens tot ‘bovenmenselijke’ liefde mogelijk is (bv.waar niets meer lijkt te helpen of rationeel enig nut kan hebben, bv.bij uitzichtloze situaties) als er niet ergens een ‘hoop’ is die komt van een buitenmenselijke liefde (dus Goddelijke Liefde). En precies deze bovenmenselijke liefde zal misschien vandaag nodig zijn met de uitdagingen waarvoor de wereld staat (Yes, we can). Het is een manier van leven (geen waarheid op zich), een manier van handelen die ook iets ‘spiritueels’ of ‘religieus’ heeft.
De ervaring is meer dan een reis of vakantie.
De voldoening is van een andere orde.
Enerzijds heeft de voldoening iets te maken met vervulling, zingeving. De dankbaarheid die je krijgt omdat je hen geholpen hebt, het besef dat je je steentje verlegd hebt ligt waarschijnlijk aan de bron van dit gevoel. Het is een antwoord op een sluimerende vraag naar het waarom. Is het zoeken naar een antwoord op de vraag ‘waarom’ egocentrisch, egoïstisch? Ja, indien daarmee materiële, fysische behoeftes zouden worden vervuld. Is het ook zo als daardoor het hogere zelf zich meer in harmonie voelt met alles, de wereld, de mensen, het universum en in een intensere verbondenheid komt? Is het voelen van verbondenheid, zoeken van verbondenheid egocentrisch?
Anderzijds is er verinnerlijking, een intenser innerlijk leven, ik zou bijna zeggen vreugde. Je geest ervaart harmonie.
Nadenken over vroeger en over morgen.
Over wat je gelooft,
wat voor jou essentieel en wat bijkomstig is.
Uitkijken om verder te groeien als mens.
Groeien is werken aan jezelf,
werken aan jou stukje betere wereld,
ontdekken van de wondere wereld rond ons.
Groeien is ook zoeken.
Zoeken naar waarheid, eerlijkheid, waarde, zingeving.
In dat zoeken zie je het werk van het unieke, prachtige werktuig dat de mens heeft,
onze hersenen, ons bewustzijn, onze ratio, onze geest.
Die geest, die ratio leert ons veel.
Ze bracht ons de wetenschap,
maar ook onze kritische, bevragende, zoekende geest.
Een nieuwe generatie van heel kritische, bevragende en zoekende geesten is opgestaan.
We maken daar ook deel van uit. We zijn kind van onze tijd.
Maar die geest, die ratio, dit kritisch verstand is ook beperkt.
Ze kan niet claimen een antwoord te geven op alle vragen of een invulling te geven aan het menselijke leven.
De beperktheid ligt niet zozeer in het feit dat er blijkbaar grenzen komen aan kenbare via de wetenschappelijke methode (blijkbaar valt meer en meer voor dat een antwoord een veelvoud vragen oproept).
De beperktheid van de kritische geest ligt ook en misschien vooral in het levensgevoel dat die zij lijkt op te wekken.
Je hebt het gevoel dat als de rationele, kritische geest allesomvattend wordt,
leven verkilt en beknot,
leeg maakt,
een stuk van zijn ziel ontneemt.
Ligt daar ook geen bron tot nihilisme, cynische, consumisme?
Is er naast de geest die rationeel en kritisch is,
ook geen beschouwende geest die leven geeft?
Een beschouwende geest die ongekende dimensies kan aftasten,
die afstand neemt van het gebeuren en de roezen van alle dag,
die rust vindt boven de zorgen van alledag,
die schoonheid herkent,
die de ervaring van de universele harmonie omhelst,
die over de angsten en negatieve zelfbeelden kan heen stappen,
die de beperkingen van het leven kan plaatsen en toch vrede kan vinden,
die zich kan inleven in anderen, zich verbonden kan voelen, zelfs met mensen veraf,
die zich niet opsluit maar open staat, luistert, ervaart, voelt.
Kortom een geest die sterker kan zijn dan materie.
Heeft de mens naast zijn kritische en beschouwende geest,
ook niet de eigenschap om lief te hebben?
Een zelfvergetende liefde,
een nederige liefde.
Een liefde die grenzen kan verleggen,
en diepere dimensies doet vermoeden.
Liefde voegt iets toe aan het leven.
Liefde creëert,
liefde geeft leven aan andere mensen.
Liefde die misschien zover gaat
zich open te stellen voor Diegene in wiens schoot je jouw leven geborgen lijkt te voelen.
Soms heb je de indruk dat wat liefde toevoegt
nooit meer teniet zal worden gedaan.
Waar de beschouwende geest in de geduldige oefening tot bloei komt,
komt de liefde uit een andere bron.
Misschien heeft het ergens te maken met een inspiratie,
een bezieling,
een geraaktheid,
een begeestering
door een mens als Jezus van Nazareth,
of het gelaat van een ander mens.
Leven is ‘groeien’ en is ‘worden’.
Groeien met jouw instrument van de geest.
Groeien is nog veel te weinig groeien in liefde.
Je laat je te weinig bezielen, begeesteren, raken.
1. Zoek regelmatig de STILTE op om jezelf/ziel/psyche/onbewuste te vinden (=mediteer) en oordeel niet.
2. GEEF iets, bedank of wens iets goeds toe aan de mensen die je ontmoet.
3. Wees bewust van de CONSEQUENTIES van je keuzes voor jezelf en anderen en luister naar je hart vooraleer je iets doet (=heb een goed Karma).
4. ACCEPTEER het heden zoals het is, verweer je niet, wees open en volg de weg van de minste weerstand van probleem naar opportuniteit.
5. Wees je bewust van je ware WENSEN, plant ze in je ziel/psyche tijdens het mediteren, neem AFSTAND van je gehechtheid aan het resultaat en laat de rest over aan het Zijn/het Leven/God.
6. Neem afstand van je gehechtheid om vrij te zijn en anderen vrij te laten, verwelkom ONZEKERHEID als de vrije weg naar oneindige MOGELIJKHEDEN.
7. Wees je bewust van het Zijn/de God in jezelf, identificeer je unieke TALENTEN en hoe je ze best ten dienste stelt van anderen, doe dat en ervaar TIJDLOOSHEID in het God worden (=volg je Dharma).
Bart Van Coppenolle in Forward over het boek 'De zeven spirituele wetten van succes'.
Klaren schijn
En soms komt Gij met groot licht
met zo'n klaren schijn
dat Gij mij overstelpt met zaligheid
en wij niet spreken, maar samen zijn.
Dan zeg ik, als duisternis weer stort
als regen, en de zwarte eenzaamheid,
het harde werk, de koude sneeuwbank
in de witte cel
mijn deel weer zijn:
O Christus, het is wel.
(Pater Franz Vandevelde, Pelly Bay, Canada, 1950).
Instrument van liefde
Maak mij, Heer,
tot een instrument van uw vrede:
laat mij liefde brengen waar haat is,
eenheid waar mensen verdeeld zijn,
vergiffenis schenken
aan mensen die zwak zijn;
laat mij hoop geven
aan wie niet meer hoopt,
geloof aan wie twijfelt;
laat mij licht brengen waar het duister is
en vreugde waar mensen bedroefd zijn.
Heer, help mij
om niet zozeer zelf gelukkig te zijn
als anderen gelukkig te maken;
niet zozeer om zelf begrepen te worden
als anderen te begrijpen,
niet zozeer om zelf getroost te worden
als anderen te troosten;
niet zozeer om bemind te worden
als te beminnen;
want als ik geef, zal mij gegeven worden;
als ik vergeef, zal mij vergeven worden;
als ik sterf, zal ik voor eeuwig leven.
(Franciscus van Assisië)
God, ik draag mijn hart niet hoog
en ook mijn ogen steken niet van trots.
ik ben niet uit op wat zo belangrijk lijkt
in mensenogen,
op grootse daden
die mijn kracht te boven gaan
en mij verheffen.
Nu ben ik verstild,
stil geborgen als een kind
op zijn moeders schoot.
Zo ben ik, uw kind,
en ik wacht in vertrouwen
op Uw komst, altijd.
(Een lied van een mens op tocht ... (Psalm 131), bidprentje n.M.)
Uit de droom
heeft de nacht
frisse dauw gesponnen
Alles is
als pas geschapen
uit goede handen
Het is nieuw
Het is hoop.
Nu
Care
Aandacht
Mededogen
Tijdloosheid en onbegrensdheid
Aanvaarding
Handelen
Tijd voor jezelf en voor de ander
Eet, drink, beweeg regelmatig
Lever toegevoegde waarde
Vrijheid is dat je kunt zijn in plaats van te moeten zijn (Magritte)
Voorzover mijn schilderijen waardevol zijn, laten ze zich niet ontleden. (Magritte)
In mijn werk vertrekt alles vanuit de zekerheid dat wij deel uitmaken van een raadselachtig universum. Dit hele mysterieuze universum is koud. (Magritte)
Of is het aan ons om warmte terug te kaatsen vanuit onze ziel en hogere zelf?
En toch kon Flew zelf dat eeuwige Niets niet volhouden tot zijn sterfbed. Sommigen geloven dat zijn hersenen stilaan verschrompelden, anderen zagen er een irrationele bevlieging in, nog anderen spraken gewoon van Alzheimer, toen hij in 2007 There is a God schreef (How the world’s most notorious atheist changed his mind).
De verklaring voor Flew’s verglijding naar deïsme, een onpersoonlijk goddelijk principe, kan nochtans veel simpeler zijn, op het lapidaire af. Hij bleef de instituties afgrondelijk verfoeien, christendom en islam waren in zijn ogen verwerpelijke aberraties, “almachtige oosterse despoten, kosmische Saddam Hoesseins”.
Maar de idee van een intelligentie, “iets” dat het heelal ordenend en evolutief samenhangend maakt, de “god” van Spinoza en Aristoteles, dat kon verdedigd worden. “Ik heb maar één tastbaar bewijs”, erkende Flew, “En dat is dat het klaarblijkelijk onmogelijk is om een naturalistische theorie te ontwikkelen voor het ontstaan van het DNA bij de eerste soort die zich kon voortplanten”. Eenvoudiger: er is een intelligent design, er zit een bewust ontwerp achter.
Het is dan ook een misvatting te gewagen van de “bekering” van Flew. Het gaat hooguit om de vervollediging van een rationalistische verklaring van leven en bestaan. Met als ultiem sluitstuk de toegeving dat de mens van binnen uit de verklaring voor het geheel van de schepping niet kan geven (alleen vanop afstand kan het geheel beschreven worden), en dus terugvalt op het axioma van bewuste en geleide ontwikkeling. Einstein zei het al: “Der Herrgott würfelt nicht”. Het hogere laat zich niet door gokgedrag leiden.
(De redactie 1/5/2010)
Meten is niet altijd weten, er is meer in de wetenschap (Mia Leijssen in Tertio 21/4/2010)
Meten is in
de wetenschap zeer belangrijk, maar niet alles dat
ongemeten blijft, is onwetenschappelijk. Het is een
wonderlijke ervaring om door de psychotherapie in
contact te komen met het Hogere Zelf.
De idee dat wat men niet aankan met de huidige
wetenschap, niet bestaat, vind ik arrogant.”
U las mystici, gewijde teksten
om u daarbij te oriënteren.
“Ik heb niet gezocht in het intellectuele domein. Ik
volg het pad van het hart en het verdiepen van bewustzijn.
Vanuit de ervaring, niet alleen door boeken,
voorbeelden en teksten, kom je dingen op het
spoor over innerlijkheid, transcendentie, God. De
ervaring is mijn diepste inspiratie. Bij mij groeide geleidelijk
het besef dat het goddelijke aanwezig is tijdens
een oprechte relatie met een cliënt.”
De bekendste
term vandaag daarvoor is ‘mindfulness’, een rage
die evenwel al eeuwen oud is. Ik noem het focussen,
je spitst de aandacht van je cliënt toe op het lichaam
als een bron van weten. De mens is ruimer dan het
verstand alleen.
Dat weten van
het lichaam kan leiden tot een groter intuïtief weten.
Dat is het moment waarop een wezen zich opent
tot meer dan het verstand kan bevatten. Door het
lichaam aan te spreken, ontstaan merkwaardige
vormen van helen, van genezen. Dat soort ervaring
neemt voor mensen vaak een spirituele vorm aan. Ik
zeg niet tegen mensen: ik zal u helpen om een spirituele
dimensie te openen. Wat dat voor de cliënt inhoudelijk
meebrengt, bepaalt hij of zij zelf. Het Hogere
Zelf vult men in vanuit zijn eigen achtergrond:
God, de natuur, de tao enzovoort.”
“Neen, ik wil mijn tijd niet belasten met zulke discussies.
Dan besteed ik mijn kostbare uren liever aan
meditatie of vrijwilligerswerk.”
Dichtbij
Waar je ook bent, ik zal het niet weten,
niet in tijd en afstand te meten.
Ik heb je bij me, diep in mij.
Daarom ben je zo dichtbij.
(overlijdensbericht J.Verstraelen)
23-02-2010
No man is an island
No man is an island
No man is an island entire of itself; every man
is a piece of the continent, a part of the main;
if a clod be washed away by the sea, Europe
is the less, as well as if a promontory were, as
well as any manner of thy friends or of thine
own were; any man's death diminishes me,
because I am involved in mankind.
And therefore never send to know for whom
the bell tolls; it tolls for thee.
John Donne
23-02-2010, 21:58:03
14-02-2010
Alles wat waar is
Alles wat waar is, kan zachtjes zijn.
Zachtjes rijpen de vruchten.
Bladeren vallen in stilte.
Stom bedekt sneeuw ze,
kalm vriest het meer dicht -
dood komt als slaap.
Bevruchting is zwijgend.
Zonnelicht schreeuwt niet.
Niemand hoort het, als de sneeuw verdwijnt.
Al het gras komt uit de aarde - stom.
Als bloesems opengaan, davert het niet.
Alles wat waar is, kan zachtjes zijn. Voor ons oor.
Geen mens kan horen wat de uil hoort.
(Heinz Kahlau)
14-02-2010, 16:26:03
Schipper in woelige zee
Vandaag hebben kinderen hun ouders nodig als schipper in die woelige zee van informatie waarin ze terechtkomen. (Peter Adriaenssens kinderpsychiater, humo 20/10/9)
Het enige dat we moeten vrezen is de vrees zelf (F.Roosevelt).
14-02-2010, 16:06:00
Aandacht
Gedurende mijn eerste jaar aan de univ gaf onze prof ons een vragenlijst. De laatste vraag was 'Hoe is de voornaam van de vrouw die de school kuist?' Eerlijk gezegd leek dat op een grap. Ik had de vrouw reeds enkele malen gezien. Ze was groot, blond, ongeveer 50 jaar oud, maar hoe kon ik haar naam weten? Ik diende mijn test in maar liet de laatste vraag onbeantwoord en iets voor het einde van de les vroeg een leerling of de laatste vraag meetelde voor de test. 'Natuurlijk!' antwoordde de prof. 'In jullie loopbaan zal je heel veel mensen ontmoeten. Allen zijn ze belangrijk. Ze verdienen uw aandacht al was het met een glimlach of een simpel gebaar.' Nooit heb ik deze les vergeten en leerde dat de voornaam van de vrouw Dorothy was. (Anoniem)
14-02-2010, 16:02:37
Interne dynamiek
We weten uit studies dat de lokale dynamiek veel belangrijker is dan de externe dynamiek. We ontwikkelen geen volk, een volk ontwikkelt zichzelf. Je kan de emancipatiebehoeften van mensen niet van buitenaf vast- of opleggen, je kan de doelstellingen die mensen zelf willen nastreven hoogstens vooruit helpen. (P Develter en B Vandenberghe MO mei 2009)
Ik geloof niet langer dat deze wereld vol uitbuiting, vernedering en pijn de enig mogeljke wereld is. Ik geloof dat waar we samen strijden voor rechtvaardigheid en menswaardigheid voor allen, we samen groeien tot een menselijke wereld van vrede en vreugde. (Jeanne Devos, DS 22/11/2009)
14-02-2010, 15:49:15
Bougeren
Wat is uw strategie om gelukkig te zijn? Vooral niet te hard proberen om 'gelukkig' te zijn. Geluk is absoluut en dus per definitie onhaalbaar. Ik ben al blij als ik af en toe tevreden ben. En ik ben goed in selectief vergeten. Dat maakt dat ik me veel van mijn gênantigheden en stommiteiten niet meer kan herinneren. Dat helpt. Maar zolang het 'bougeert', ben ik content. Komt u dan van de grond los? Neen, ik blijf nuchter. Ik kom uit de Westvlaamse klei, dan ben je voorbestemd om realistisch te zijn. Die nuchterheid is mij geografisch en genetisch doorgegeven. (Michiel Devliegher in DS)
----------------
Young people, go west, schreef wijlen Frans Verleyen ooit in Knack. Verleg grenzen, zoek nieuwe horizonten op. Dat was zijn boodschap. Er zit iets van dit in ons verhaal. Maar - zonder het te kunnen duiden - zegt iets dat er ook een verschil zit. Vandaar 'Go east'. We zien wel.
----------------------
Chan rath ther ! I love you! Sa Bai di mai? Hoe is het met jullie? Ik heb net een paar Thaise welkomstzinnetjes uit de blog van Griet neergepend. Alle blogs van de mensen die reeds in Thailand engelse les hebben gegeven, hebben we doorworsteld. Op één uitzondering na, waren ze allemaal zeer enthousiast. Maar wat zal het voor ons zijn?
Een goede acht maanden terug kreeg ik van Ann de volgende mail: "Hoi hoi hoi Alles kits? Wat zou je er van denken als ik eens zes (6) weken zou Engelse les gaan geven in één vande armste streken van Thailand aan kinderen?
3 weken vakantie worden gegeven door Deloitte , 3 zijn zelf te nemen en de kost voor transport wordt ook gedekt door deloitte?"
Wat zeg jij als je dit leest? Natuurlijk: ik ga met je mee! Hoelang denk je daarover na? Eerlijk: geen seconde.
Achteraf komen de vragen.
Waarom ga je naar links en niet naar rechts of omgekeerd? Waarom doe je dat en dat niet? Het pad van het leven loopt op het eerste zicht kronkelig en grillig en vol toevalligheden. Is dat wel helemaal juist? Volgt het pad ook niet de richting waarnaar je oog kijkt bij het spannen van de boog. De ogen waarmee je kijkt zijn bepaald door je genen, maar ook door je omgeving, je opvoeding, je familie, je vrienden, je studies .... Voor sommige zaken zal je oog hebben, zal je de kansen zien omdat je er 'van nature' op gericht bent. Andere soorten zaken gaan totaal aan je aandacht voorbij en zullen weer door anderen opgepikt worden. Lucky we are dat we deze kans kregen.
Na de onbezonnenheid komt het moment van berekening. De magie van het moment wordt ondergesneeuwd door praktische bezwaren. Wat met je werk? Wat met de kinderen? De ziektes die je er kan opdoen ... Oei, mijn engels staat niet echt op punt. Met enige planning, hulp van diverse mensen, lessen engels (met vallen en opstaan) en afspraken met de kinderen worden vele bezwaren weggewerkt. Op die manier blijft de 'window of opportunity' intact.
Op de trein terug van Brussel naar De pinte zit ik naast een jongeman. Hij leest een artikel over Angkhor Wat in Cambodja. Ik vraag hem uit welk tijdschrift dit artikel dit komt. Hij artikel gaat blijkbaar niet alleen over de historische site maar ook en vooral over hoe het mogelijk is dat de cambodjanen na slechts enkele jaren er in geslaagd zijn om de bladzijde van de rode khmers en hun 2 miljoen doden te vergeten en 'te vergeven'. Intrigerend.
14-02-2010, 15:40:37
Keuze of geen keuze?
Vrije wil is een illusie. Als je in de hippocampus van een rat een elektrode stopt, kun je met bijna honderd procent zekerheid voorspellen of het dier naar links of rechts zal lopen, enkel en alleen door zijn hersenactiviteit te meten voor hij aan het kruispunt komt. Vindt u dat geen vervelende gedachte? Neen. Het is niet omdat mijn vrije wil een illusie is, dat ik geen zin en vreugde in mijn leven zou ervaren ... De zogenaamde neurorevolutie zal het mechanische en deterministische mensbeeld alleen maar versterken. Vandaar dat ik ook een tegenreactie verwacht. Nog meer mensen zullen hun toevlucht nemen tot allerlei vormen van spiritualiteit, in de hoop dat er nog iets anders is. ... Concepten als goedheid en schoonheid verliezen ook hun betekenis, want het zijn slechts hersenreacties, die bovendien ten goede of ten kwade gestimuleerd kunnen worden. De concepten moeten misschien geherdefinieerd worden. Schoonheid is datgene wat bij mij persoonlijk in de hersenen het beloningscircuit maximaal stimuleert. ... Ook bij naastenliefde dus? Ja. En zo komen we weer uit bij fundamentele filosofische vragen: is het goede absoluut, zoals Kant zegt, of is het goede datgene wat voor het grootste deel van de bevolking leidt tot tevredenheid? ... Moraliteit is een constructie van de hersenen om ons sociaal te laten overleven. ... Mijn hypothese is dat God een fantoom is (neurochirurg dirk de ridder ds 6/2/10)
Je moet de menselijke geest ook niet overschatten. Experimenten wijzen uit dat we veel vaker dan we denken geleid worden door conditionering en automatisme. Al onze supermarkten zijn volgens die principes ingedeeld. (W Cole, therapeut, Weekend Knack okt 2009)
In een gesprek kort voor zijn dood zou Darwin hebben toegegeven dat hij soms 'overweldigd' werd door het idee dat in de levende natuur meer werkt dan alleen maar materie, dat de vaak wonderlijke fenomenen een gevolg en uitdrukking zijn van geest. Niet de genetische en moleculaire programmering ligt aan de basis van evolutie en mutaties, maar het is het 'strevende leven' zelf dat de veranderingen in moleculaire programmering teweegbrengt, zegt Van den Berg. Eerst het leven, dan de stof. Eerst de geest, dan de materie. (Tertio, 3/2/10)
Er zijn verschillende manieren om te toetsen of de beslissing die je wilt nemen de juiste is. Die van Gandhi is, zoals wel vaker, het meest radicaal. Stel je de armste, de meest hulpeloze mens voor die je ooit hebt gezien, zegt Gandhi. Is de stap die jij nu gaat zetten op de een of andere manier nuttig voor hem of voor haar? Als je die vraag met 'ja' kunt beantwoorden, is je beslissing de juiste. (Happinez, spirituele scheurkalender 2009)
We zijn allemaal slechts korte tijd op deze aarde. De vraag is of we onze tijd hier voornamelijk besteden aan de dingen die ons scheiden, dan wel of we ons inzetten en blijvend inspannen om gemeenschappelijke punten te vinden, te focussen op de toekomst die we voor onze kinderen willen en respect te tonen voor de waardigheid van alle mensen. (Barack Obama)
Ik ben een pessimist wat de menselijke natuur betreft. De mens heeft nood aan hulp van iemand anders, van een norm of van God. Hij komt niet op eigen kracht tot het goede. Als hij zich laat gaan, is de kans groter dat het kwade eruit komt in plaats van het goede. (H.Van Rompuy, DS 31/11/10)
Zijn alle creaties van de menselijke geest te reduceren tot het resultaat van een biologisch proces?
Heel waarschijnlijk is een dier zich niet echt bewust van de dingen zoals de mens. Een dier 'is' tevreden. Een mens 'ervaart' tevredenheid, geluk. Wij spreken over tevredenheid, geluk. Het is alsof wij onszelf overschouwen als toeschouwer. Alsof een ander persoon neerkijkt op ons. Wij 'ontdubbelen' als het ware onszelf. Tevredenheid of geluk wordt dan misschien vertaald in 'voldoening', 'vervulling' bij de toeschouwer. Als we tevreden zijn, zullen we zeggen dat het 'goed' is of was. Dat het een antwoord gaf op een sluimerende vraag die we altijd blijven stellen, waarom of hoe inhoud geven aan deze tijd op aarde. Het kan echter ook omgekeerd zijn: je ziet dat het leven één en al ontevredenheid en ongeluk was. Je 'ervaart' de tragiek in je leven. Je ervaart misschien dat leven inderdaad veelal drijft op de natuurwetten van velerlei slag waar je geen impact op hebt. Maar anderen zijn door bij toeval minder 'slachtoffer' van deze wetten en kunnen hun leven sturen naar 'voldoening'. Zijn zij niet diegenen die keuzes kunnen maken vanuit hun 'geweten'?
14-02-2010, 15:27:40
18-01-2010
Toekomst is morgen regen en hulp
Mijn dochter is gedoctoreerd in de 'futurologie' (studie van de toekomst). Zij heeft haar doctoraat behaald op basis van een studie van de impliciete toekomstvisie van de media. Na haar doctoraat heeft zij een jaar lang de wereld rondgereisd en gewone mensen geïnterviewd over hun toekomstvisie. Het meest frappante interview was dat van een berbervrouw in een maghreb-land. Op de vraag hoe ze de toekomst zag antwoordde ze: 'Ik hoop dat het morgen regent'. Na lang aandringen om toch haar visie op een langere termijn te geven antwoordde ze: 'Ik hoop dat het voldoende regent voor mijn kinderen'. (gehoord deze week).
Gevraagd naar een reactie van een priester in een vluchtelingenkamp in Haïti antwoordde hij: "Wij bidden elke dag dat de hulp vanuit het buitenland mag blijven komen". (nieuwsuitzending)
Haïti wordt de laatste jaren telkens opnieuw getroffen door orkanen. Er kunnen geen oogsten meer binnengehaald worden. Bomen worden gekapt vuur te maken voor het eten. Een generatie geleden was 80% nog bebost, nu nog 1%. De grond erodeert door de ontbossing en vruchtbare aarde vloeit naar de zee. De landbouwers die nog produceren moeten concurreren met buitenlandse (Amerikaanse) producten die gedumpt worden aan de helft van de prijs omdat sinds enkele jaren Haïti meegestapt is in de regels van de wereldhandelsorganisatie, zijnde de vrije wereldhandel. De maatschappij, de overheid, het land valt uiteen. (canvas uitzending 'Haiti vóór de ramp').
18-01-2010, 21:39:30
16-01-2010
Sacrale, menselijke persoon en verticaliteit
Maar als onder sacraal dat wordt verstaan wat een absolute waarde heeft of schijnt te hebben, dat wat zich onvoorwaardelijk opdringt, dat wat niet zonder heiligschennis of eerverlies geschonden kan worden (in de zin waarin wordt gesproken van het sacrale karakter van de menselijke persoon ..), kan waarschijnlijk geen enkele samenleving het zonder dat stellen. ... Laten we zeggen dat het van de menselijke soort het aspect is dat verticaliteit, het absolute of de wet inhoudt, een aspect waardoor we - dankzij de beschaving - iets anders en meer zijn dan dieren. (André Comte Sponville)
16-01-2010, 15:41:04
Saamhorigheid, delen, trouw, nihilisme en bron niet laten opdrogen.
Saamhorigheid is delen zonder te verdelen. ... Allen delen in hetzelfde genot, maar zonder het daarom te moeten verdelen. Als we die taart met vijf of zes man opeten, is het genoegen in geen enkel opzicht geringer dan wanneer je hem in je eentje zou opeten. Het wordt er juist groter door: het genoegen van ieder afzonderlijk, te midden van vrienden, wordt als het ware verdubbeld door het genoegen van allen tezamen. De buiken krijgen weliswaar een kleinere portie, maar de geesten beleven een groter genoegen, een grotere blijheid, die als het ware, paradoxaal genoeg, door het delen wordt vergroot. .... Geen samenhorigheid zonder trouw. .... Is het feit dat het geloof in God verdwijnt een reden om het kind met het badwater weg te gooien? Moeten we in dezelfde tijd dat we een God opgeven die maatschappelijk gezien overleden is (zoals Nietsche zegt) ook afzien van al die - morele, culturele, spirituele - waarden die in Zijn naam geformuleerd? Dat die waarden, historisch gezien, in de grote religies zijn ontstaan is niemand onbekend. ... Natuurlijk kunnen geloof en trouw samengaan... Maar je kunt ook het ene zonder het andere hebben. Dat onderscheid goddeloosheid (het ontbreken van geloof) van nihilisme (het ontbreken van trouw). ... De nihilistische barbarij heeft geen programma, geen project, geen ideologie. Ze heeft die niet nodig. Wie met die barbarij behept is, gelooft in niets: hij kent alleen maar geweld, egoïsme, minachting en haat. Hij is gevangene van zijn driften, domheid en gebrekkige ontwikkeling. .... Al meer dan 26 eeuwen geleden heeft de mensheid, in alle grote beschavingen die destijds bestonden, de grote waarden die ons in staat stellen samen te leven 'geselecteerd'. .... Door in cultureel opzicht conservatief te zijn kun je in politiek opzicht progressief zijn. .... Laten we het verleden niet overboord gooien. .... Blijven voortgaan voor het soort rivier dat de mensheid is, is de enige manier om de bron niet te laten opdrogen. .... Rijkdom is nooit voldoende geweest om een beschavig te vormen. Armoede nog minder. Er moet ook cultuur, verbeeldingskracht, geestdrift, creativiteit zijn, en zonder moed, werkzaamheid en inspanningen zal van dat alles niets tot stand komen. 'Het voornaamste gevaar dat Europa bedreigt, zei Husserl, is vermoeidheid. (André Comte Sponville)
Het is maar sinds kort dat ik het feit assumeer dat ik een christen atheïste ben. Oriana Fallaci heeft mij op dat spoor gebracht. Fallaci was door en door vrijzinnig, maar ze kon heel goed leven met de symbolen uit de katholieke (Italiaanse) geschiedenis. Geloof is een deel van de geschiedenis, ook van mijn geschiedenis. In onze streken is dat het
katholieke geloof. Dat heb ik natuurlijk altijd al geweten. Maar op een heel serene manier, zonder boosheid of verzet, beschrijft Fallaci hoe het katholicisme haar habitus, haar gevoel voor redelijkheid, gevoel voor schoonheid, voor ritme, voor menselijkheid mede heeft gemaakt en hoe anders dat zou geweest zijn in een ander geloof.3
Christen atheïst ben ik, ook al heb ik niet bij de nonnen op school gezeten, ook al heb ik steeds gedacht dat feministische theologie gewoon een tak van de geschiedenis (als vak, als discipline) is, ook al vind ik deze (UFSIA) campus verschrikkelijk, omdat hij mij herinnert aan wat in mijn Antwerpse jeugd Het Totaal Andere was (om niet te zeggen:
de vijand). Dit deel van mijn stad was voor mensen die niet mee waren met de moderne tijd. Een niet te betreden territorium van arrogante strijders voor een verloren zaak. Een achterhoede waar ik niets mee te maken wilde hebben. Maar toch besef ik dat ik, naast een kind van de Verlichting ook een christen atheïste ben. Ik weet dat de cultuur waarin ik leef hoe dan ook een christelijke cultuur is, ook al gaat er nog slechts 7 % van de mensen naar de mis4, ook al laat kardinaal Danneels
een ingestorte kerk achter en zijn de oude priesters overbelast als ze in zovele parochies tegelijk de gelovigen moeten bedienen. Het christendom is niet weg te denken, het is overal, en ik heb, door de uitdaging van de islam, ook veel meer waardering gekregen voor de evolutie van de christelijke cultuur dan ik vroeger had. Ik citeer Jacques Claes, emeritus hoogleraar van deze universiteit, uit zijn recente boek
Katholiek? Excuseer! Over Europa en zijn Christenen, p. 139:
Zelfs als het verhaal van bevrijding en vooruitgang religieus niet meer geslikt kan worden, blijft het ongemeen interessant, eigenlijk onmisbaar als cultureel instrument. Je kan ook zeggen als werkhypothese. Wie tenslotte wil geen toekomst, geen hoop dat het nieuwe kan? De hele westerse cultuur is er diep door getekend. (Magda Michielsen in 'Vol ongeloof. Zwijgen of spreken? http://www.moh.be/Vol%20ongeloof%20MM.pdf)
Wat laat de bron niet opdrogen? Waar halen we de geestdrift, verbeeldingskracht, creativiteit, de moed? Iets onvoorstelbaars? Iets buiten ons gewone denkpatroon? Met de hulp van de grote meesters?
16-01-2010, 15:35:53
Immateriële, consumptie ervaringen en relaties met anderen
Empirische studies van geluk hebben bewezen dat de voldoening die je haalt uit dingen kopen maar een kort leven beschoren is en voortdurend moet worden herhaald. Dat is sociaal, moreel en ecologisch verkwistend. Aan de andere kant geeft de consumptie van ervaringen (eerer dan dingen) een meer blijvende voldoening. De nieuwe diensteneconomie benadrukt de menselijke interactie meer dan de individualistische consumptie. In een extreme vorm zorgen luxehotels er nu zelfs voor dat hun rijke klanten zich, als ze dat willen, kunnen engageren voor lokale gemeenschapsprojecten. Die diensteneconomie zou kunnen zorgen voor hogere niveaus van algemeen welbevinden, omdat ze er de nadruk op legt dat mensen niet bestaan als afzonderlijke eilandjes, maar existentieel afhangen van hun relaties met anderen. (Harold James in de Tijd van 5 januari 2010).
16-01-2010, 15:20:40
Wat bewaren?
Hoe kan je nu conservatief zijn in Vlaanderen? Wat valt hier in godsnaam te behouden? Cultureel en intellectueel erfgoed is zo goed als onbestaande. Vlaamse schrijvers die langer dan tien jaar dood zijn, leest niemand nog. Met uitzondering van Willem Elsschot, gelukkig. En tradities hebben al helemaal niet. Wie gaat er nog naar de kerk? (R.Torfs, De tijd)
Laat niet zozeer de traditie jouw blik bepalen. Kijk zelf eens met jouw unieke en vrije ogen. Laat dan de wetenschap, de natuur, de mens tot je spreken. Ze schetsen je een beeld van onpeilbaarheid in de beperktheid van je bestaan. Het kennen, de waarheid is onpeilbaar.
16-01-2010, 15:15:51
Ecologie van het hart
We willen de atmosfeer zuiver houden om vrijer te kunnen ademen en onze groene planeet welvarend te houden. Ja, groen moet het doen.
Maar misschien is er een andere 'inconvenient truth', een waarheid die ons niet ligt. Want er bestaat ook iets als geestelijke en morele pollutie. Er is andere CO2-uitstoot die ons ademen hindert. Daar is de wildgroei van het geld, de ongebreidelde genieting en de verleiding van de macht. Een kanker is dat. 'Ja', zegt God, 'Ik heb dat wel zelf allemaal gemaakt - bezit, genot en macht. Ik heb ze jullie geschonken en het zijn mijn gaven.'
Jawel. Maar jullie hebben er afgoden van gemaakt waarvoor jullie wierook branden. Ze zijn jullie boven het hoofd gegroeid. Gaan filteren dus, dat moeten jullie, en de atmosfeer zuiver maken. De overtollige stikstof eruit, meer zuurstof erin. Filter die geldzucht door matigheid en vrijgevigheid. Filter het genot door zelfbeheersing. Filter de machtsdrang door de deemoed. (G. Danneels, DS 27/12/9)
16-01-2010, 15:12:03
Het concrete en verrijzenis
De geschiedenis, het concrete. Daarover gaat het in zijn meesterwerk ‘Jezus, het verhaal van een levende' uit 1974. In ‘Mensen als verhaal van God' schreef hij in 1989: ‘Als de levensweg van Jezus geen anticipatieve kenmerken van de verrijzenis vertoont, is zijn dood louter mislukking en het verrijzenisgeloof slechts vrucht van menselijk verlangen. Dan is Pasen een ideologie.' Voor Schillebeeckx had de verrijzenis van Jezus geen betekenis zonder wie Jezus was, wat hij zei, wat hij deed tijdens zijn leven. Geen miraculeuze hoogstandjes zonder een schitterend bestaan. ‘De kracht van God was al werkzaam in het leven zelf van Jezus en daarin deelt zijn dood.' (R.Torfs, De standaard 27/12/9)
16-01-2010, 15:07:03
Vooruitgang en de menselijke natuur
In de jaren '70 voorspelde men grote technologische evoluties. Nu blijken weinig van deze voorspellingen realiteit geworden te zijn. En van de weinige realisaties, blijkt dan nog een deel niet door de mensen gebruikt te worden (bv.video telefonie). Anderzijds was de opgang van sms, mail en sociale netwerken niet voorspelt. Men zou daar uit kunnen besluiten dat de volgens de ratio opgebouwde toekomstplannen doorkruist wordt door onder meer de menselijke natuur. Het zou kunnen dat de mens 'controle' wil houden en daarom enkel deze technologische oplossingen accepteert die hem deze 'controle' garanderen. Sms, mail en facebook verplichten bijv. de mens niet om onmiddellijk te reageren, maar eventueel niet of later te reageren. (gehoord)
16-01-2010, 14:48:16
Ander soort denken
Je kunt een probleem niet oplossen vanuit hetzelfde soort denken dat tot het probleem heeft geleid.
Albert Einstein
16-01-2010, 14:41:37
20-12-2009
Stilte, leegte en volheid, eenheid
De bekwaamheid tot aanvoelen eenheid, verbondenheid loopt over de stilte en de leegte. De leegte is echter 'volle' eenheid.
De dood is niets.
Wat we waren voor elkaar zijn we nog altijd.
Hoe kan iemand zoiets zeggen?
Wie de tekst aandachtig leest merkt op
dat de aanspreken het woord neemt vanuit
– wat hij noemt – de andere kant van de weg.
Daar heeft hij blijkbaar een heel andere visie op het leven en op de dood.
Het is de visie van iemand met de ervaring
van totale eenheid en verbondenheid met zijn Wezen
en, zo mogen we er als gelovigen aan toevoegen, met God,
want ons wezen is één met dat van God.
En eigenlijk komt het er voor de gelovige op aan
hier en nu al die eenheid en die verbondenheid met ons Wezen en met God
te zoeken, te vinden en te behoeden,
en vanuit deze ervaring te leven in deze wereld,
terwijl we dan, zo zegt Jezus in zijn afscheidsrede, al niet meer van deze wereld zijn.
Uiteraard is die eenheid en verbondenheid er alleen één van geest en hart.
Het is ook de enige eenheid en verbondenheid
die we met onze geliefde doden kunnen hebben,
als het lichamelijke zichtbare en tastbare van ons weggenomen is.
Hoe kunnen we die eenheid en verbondenheid van geest en hart
waarmaken, ervaren, beleven, zo, dat we ons in die eenheid opgenomen weten,
ons niet verweesd voelen en ons hart leert om niet verontrust te zijn?
Herinneringen zijn belangrijk, hoezeer ze ook kunnen verbonden zijn
met kwetsuren, met falen of met de pijn van het gemis.
De wijsheid leert dan we dat lijden, dat we verdriet noemen,
moeten leren dragen om te kunnen
– om het weer eens met woorden van de eerste lezing te zeggen –
spreken zoals weleer, lachen, bidden, glimlachen
en de naam uit te spreken zonder zweem van droefheid.
Herinneringen zijn belangrijk,
gedeeld met elkaar of gedeeld met eenzaamheid en stilte,
de grote oefenplaatsen voor de beleving van innerlijk eenheid en verbondenheid.
Maar herinneringen aan de geliefde die is heengegaan zijn onvoldoende.
Want willen ze ontdaan worden van de pijn van kwetsuren of van falen of van gemis,
dan moeten we ons bij de hand genomen weten
door iets of iemand die ons over die pijn heen tilt.
Jezus heeft het in dat verband over een helper, de Geest van waarheid,
de waarheid die ons vrijmaakt van angst.
Het is de waarheid over ons wezen,
over wie we eigenlijk zijn en worden moeten:
mensen die onvoorwaardelijk bemind zijn en tot liefde geroepen zijn.
Het is een waarheid die we leren ontdekken
als we luisteren naar ons diepste verlangen,
een verlangen dat in ieder mensenhart gelegd is
en de kans maakt om in deze dagen soms-even weer gehoord te worden:
het verlangen om een goed, liefdevol, vredevol en gelukkig mens te zijn.
Felix Timmermans
zou de ervaring van dat verlangen aanduiden als ‘zuchten’ en weemoed:
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijdt
en zegen ook zijn vruchten.
Een ganzendriehoek in de luchten,
nu komt de wintertijd.
Ik hoor U door mijn hart en door de rieten zuchten.
Ik ben bereid.
(gehoord in Oude Abdij Drongen nav herdenking n.M.)
De ziel van de mens is meer dan de verzameling van de verifieerbare condities. De ziel van de mens leeft, soms als verzuchting, soms als verlichting, die één wil worden of wordt, met die Ene transcendente God. De ziel van de mens is de niet verifieerbare conditie die de leegte voelt of - met verstand - vervult tot gloedvolle eenheid en liefde.
20-12-2009, 22:04:43
“Ex oriente Lux? Heb ik met dit alles geprobeerd aan te tonen dat het licht uit het Oosten komt en dat het heil en de toekomst van de westerse beschaving in het Oosten te vinden is? Een Engelse spreuk zegt: “Too far east is west” – loop je steeds door in de richting van het oosten, dan kom je vanzelf weer in het westen terecht. Het betekent dat er uiteindelijk maar één beschaving is: de beschaving van de wereld. Wel zijn er veel verschillen in intonaties – en het postmodernisme legt het zwaarste accent op die verschillen – maar uiteindelijk zijn we allemaal mensen en delen we een gemeenschappelijke dieptestructuur. Daarom moet elke wereldbeschouwing een beschouwing zijn die betrekking heeft op de hele wereld. De zon komt inderdaad nog altijd op in het oosten, maar ze nestelt zich daar niet. Ze verlaat het Morgenland en begeeft zich naar het Middagland van India en de islam. Uiteindelijk komt ze aan het Avondland. Ze integreert in haar licht alles wat des mensen is. Daarom was de Aufklärung als specifiek Europees verschijnsel in feite enkel een lokale gebeurtenis; maar evengoed was de ‘Untergang des Abendlandes’ slechts de kroniek van een bedreigd gehucht. Vanuit een mondiaal perspectief heeft het geen zin zich af te vragen waar het culturele zwaartepunt van de wereld ligt, het ligt in wezen overal.
Zo is de wereldkunst de kunst van de wereld: de Chinese schilderkunst van de draak, de islamitische kunst van het kristal, de westerse kunst van de verbeelding … het is allemaal taal van de mensheid. Zo is de wereld van de religie onze confrontatie met het bestaansmysterie: natuurmystiek in China, transcendente mystiek in het boeddhisme, zuiver monotheïsme in de islam, universele liefde in het christendom.
De bijdrage van het Oosten bestaat vooral in de sacraliteit van de natuur in het taoïsme, en de zuivere mystiek van het boeddhisme: dit zijn lichtbundels die schijnen in onze westerse nacht. Want de westerse cultuur heeft precies in die domeinen haar gebreken. Dit betekent niet dat deze dimensies er niet voorkomen, maar ze leiden er een verkommerd bestaan. Als ik op mondiaal niveau wil leven met een wereldwijde blik van eerbied en liefde, dan moet ik de zwakke dimensies in mijn eigen leven uitbouwen. Meer kan ik niet doen, want de groei van een cultuur is een uiterst langzaam verlopend proces, maar ik kan een kei in de rivier verleggen. Eenmaal komt de tijd dat de wereldvrede van ons zal eisen dat wij meer ontwikkelen dan een legalistische tolerantie; want de splijtende krachten van de wereld zijn niet het fundamentalisme, maar evenzeer de logica van haat en wraak. De mechanismen van onderdrukking zullen zich handhaven zolang wij geloven in de valse stelling dat kennis recht geeft op macht. We mogen nooit uit het oog verliezen dat elke religie de taak heeft, niet de waarheid te verdedigen met de wapens in de vuist, maar de liefde te prediken vanuit de eigen diepe ontroerbaarheid door de noden van vele mensen.
Een Japanse spreuk zegt: ‘Het kan de berg niet schelen langs waar je hem beklimt’, alleen op het klimmen komt het aan. En wat is er natuurlijker dan dat iedereen opklimt vanuit het dal waarin hij geboren is? Als de verschillende culturen, religies en filosofieën elkaar dan ontmoeten op de top van de berg, zullen ze zich realiseren dat ze al altijd hetzelfde doel hebben nagestreefd.
‘Ego mundi civis esse cupio, ik verlang een burger van de wereld te zijn’, zei Erasmus. Laten we dat verlangen met hem delen. De wereld is echter geen abstractie, het is de levende mensheid : huid en haar kunnen verschillen, de kledij kan anders zijn, de taal vreemd en de godsdienst onbegrijpelijk … maar alle mensen hebben hetzelfde hart, vol hoop en dromen, vol lijden en pijn, vol liefde en verdriet, maar vanuit zovele ogen kijkt mij het Grote Mysterie aan: de mensheid is de God met duizend ogen.’
Oosterse filosofie, van Ulrich Libbrecht (pag.177-178)
Wij, Parthen en Meden en Elamieten, wij bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, van Pontus en Azië, van Phrygië en Pamphylië, Egypte en de landstreken van Libië in de buurt van Cyrene, wij hier vertoevende Romeinen, wij Joden en Proselieten, Kretenzen en Arabieren: wij allen horen hen in onze eigen taal de grote daden van God verkondigen (Hand. 2, 9-11).
13-04-2010, 08:25:43
Universum, spiritualiteit en liefde
De geest is het verhevenste deel van de mens.
…
Als tegenwoordig van spiritualiteit wordt gesproken is het meestal om … het misschien voor het onbegrensde ontvankelijk deel van ons innerlijke leven aan te duiden.
….
We zijn eindige wezens die ontvankelijk zijn voor het oneindige. … Betrekkelijke wezens die ontvankelijk zijn voor het absolute. Die ontvankelijkheid is de geest zelf. De metafysica bestaat in het denken van die ontvankelijkheid; de spiritualiteit in het ervaren, toepassen en beleven ervan.
…
Het absolute is de wind, de geest het raam. … Zet de ramen open! Zet het ego open …
…
Als we het ‘absolute’ opvatten in de gewone betekenis van het woord, namelijk dat wat onafhankelijk van elke voorwaarde, elke betrekking en elk gezichtspunt bestaat – bijvoorbeeld de verzameling van alle voorwaarden (de natuur) en van alle betrekkingen (het universum), die ook de verzameling van alle mogelijke of werkelijke gezichtspunten (de waarheid) omvat -, valt nauwelijks in te zien hoe het bestaan van het absolute ontkend kan worden.
…
In zijn meest geprononceerde vorm raakt het geestelijke leven aan de mystiek.
…
In mystiek zit weliswaar mysterie, maar dat zijn slechts woorden en woorden bewijzen niets. In de wereld is het mysterie het grootst. In de geest, zodra deze zichzelf vragen stelt of afstand neemt van het gewone dagelijkse leven. Mysterie van wat? Mysterie van het zijn: mysterie van alles! Ook op dat punt heeft Wittgenstein de juiste woorden gevonden: ‘Niet hoe de wereld is, is het mystieke, maar dat zij is.’ Het is altijd weer de vraag naar het zijn. (Waarom is er eerder iets dan niets?), behalve dat het geen vraag meer is. Een antwoord? Ook niet. Maar een ervaring, een gewaarwording, een zwijgen. … ‘Van dat, waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen’, schrijft Wittgenstein.
…
Stilte, tegenover de werkelijkheid, klinkt zuiverder. Stilte van de gewaarwording. Stilte van de aandacht (Simone Weil: ‘De absoluut zuivere aandacht is gebed’; maar het is tot niemand gericht en vraagt niets). Stilte van de contemplatie. Stilte van de werkelijkheid. Het is de geest van de haiku’s … Er is alleen nog maar het bewustzijn: er is alleen nog maar de waarheid. ‘Meditatie’, zei Krishnamurti, ‘is het zwijgen van het denken’.
…
We zijn in het Al, en dat valt, eindig of niet, aan alle kanten buiten ons: de grenzen van het Al, zo die bestaan, liggen definitief buiten ons bereik. Het omhult ons. Het bevat ons. Het stijgt boven ons uit. Een transcendentie? Nee, omdat we ons erin bevinden. Maar een onuitputtelijke, onbepaalde immanentie met zowel onzekere als onbereikbare grenzen. … Het is wat iedereen kan ervaren door ’s nachts naar de sterren te kijken. Er is een beetje aandacht en stilte voor nodig … We bevinden ons in het universum; we maken deel uit van het Al of van de natuur. En als we die immensiteit die ons bevat in ogenschouw nemen, worden we ons, door het verschil, het best bewust van onze eigen kleinheid … het ego wordt eindelijk op zijn plaats gezet … Het ik is een gevangenis … Hij beschrijft het als ‘een gevoel van onverbrekelijke eenheid met het grote Al en van deel uitmaken van het universum’. Op de manier van een golf of een waterdruppel in de oceaan … Meestal is het inderdaad slechts een gevoel. Maar het gebeurt wel eens dat het een ervaring is, een aangrijpende ervaring, dat wat de Amerikaanse psychologen tegenwoordig een ‘altered state of consciousness’ noemen, een veranderde bewustzijnstoestand. Ervaring van wat? Ervaring van de eenheid, zoals Swami Prajnanpad zegt: het is jezelf een met alles voelen.
…
De eeuwigheid is er nu. Ik ben erin. Ze is rondom mij in de schittering van de zon. Ik ben erin zoals de vlinder die in de van licht verzadigde lucht zweeft. … De mysticus is gevoelig voor een innerlijk licht ..
‘Ik zag niets nieuws, maar ik zal alle gebruikelijke dingen in een nieuw en wonderbaarlijk licht, in dat wat, denk ik, het ware licht is. Ik nam van het leven in zijn totaliteit de buitensporige pracht en de blijheid waar, die al mijn pogingen ze te beschrijven tartten. Ieder menselijk wezen dat over de veranda liep, elke mus in zijn vlucht, elke in de wind trillende twijg, was integrerend deel van het geheel, als gevat in die tomeloze extase van blijheid, betekenis en levensroes. Ik zag dat die schoonheid overal aanwezig was … Ten minste één keer zal ik in de grauwheid van mijn levensdagen in het hart van de werkelijkheid hebben gekeken, getuige van de waarheid zijn geweest.’ (Margaret Montague)
…
De mystieke ervaring wordt door een bepaald aantal opschortingen of uitschakelingen gekenmerkt.
1. Het mysterie en de evidentie – alles is nieuw.
Opschorting van de vertrouwdheid, de banaliteit, de herhaling… Het is alsof alles opnieuw nieuw, bijzonder, vreemd, verbazingwekkend is, natuurlijk niet irrationeel, maar onverklaarbaar en onbegrijpelijk, als het ware voorbij elke rede (de rede maakt er deel van uit; hoe zou ze het kunnen omvatten?).
2. Geen vragen
Opschorting van de vraagstellingen, van de vragen, van de problemen
3. Volheid
Opschorten van gemis. … Gewoonlijk brengen we onze tijd door met achter iets aan te rennen wat we niet hebben, wat we missen, wat we zouden willen verkrijgen of bezitten … We leven niet, zal Pascal in navolging van Seneca zeggen, we hopen te leven … Maar er zijn – soms, zelden – ogenblikken van genade, waarin je niet langer wat dan ook begeert behalve dat wat is (het is geen hoop meer maar liefde) of dat wat je doet (het is geen hoop meer maar wil), momenten waarop niets je ontbreekt, waarin er niets meer te hopen is, niets meer om naar terug te verlangen, waarin het probleem van het bezitten zich niet meer voordoet (er is geen hebben meer, er is allen maar het zijn en het handelen), en het is wat ik de volheid noem. … Wie van ons heeft nooit een ogenblik van volheid gekend? … als je sport beoefent (het wonder van de ‘tweede adem’: als er alleen nog maar het zuivere vermogen om hard te lopen is), of als je een kunstwerk van doen hebt (wat een volheid, soms, als je naar Mozart luistert!) of als je een schitterend landschap ziet (wie zou de Alpen of de oceaan willen bezitten?) of eenvoudiger, rustiger, tijdens een wandeling of een voettocht … U loopt buiten. U zit lekker in uw vel. Het was begonnen als een afleiding of als een oefening: een paar uurtjes vullen, een paar grammetjes kwijtraken … Vervolgens is het iets anders geworden. Het is als een subtieler, ingrijpender en verhevener plezier. Een avontuur, maar een innerlijk avontuur. Een ervaring, maar een spirituele ervaring. Vergeten de overtollige kilo’s. Vergeten de verveling of de angst. U hebt geen doel meer, u hebt het al bereikt, laten we zeggen dat u het voortdurend , bij elke stap, bereikt: u loopt.
4. Eenvoud
Opschorting van de innerlijke dualiteit, van de voorstelling (in de dubbele betekenis: idee en schouwspel), van de hele komedie van het mij: afschaffing van het ego. Het is wat ik de eenvoud noem. U doet niet meer alsof u bent wat u bent, noch iets anders … Er is nog slechts het bewustzijn. … Er is nog slechts het handelen (het lichaam in act). … U leeft, u voelt, u handelt. Er is slechts een ‘stroom van waarnemingen’, zou Hume zeggen, slechts een handelen, maar zonder acteur, slechts een leven maar zonder ander subject dan het leven zelf. Er is slechts een ervaring, zou Wittgenstein zeggen (‘Elke ervaring is van de wereld en heeft geen subject nodig’). Het is wat de boeddhisten het anatman noemen (geen ik, geen zich: alleen maar een proces zonder subject en doel), …
Eenvoud van aandacht. ‘Als u in een activiteit verdiept bent, welke dan ook, voelt u dan enigerlei ego?’ vraagt Prajnanpad. ‘Nee, er is geen scheiding meer’. Er is immers alleen maar activiteit.
5. Eenheid
Opschorting van de dualiteit, dus ook en opnieuw van het ego: er is alleen nog maar alles, en de eenheid van alles.
6. Stilte
Dezelfde spirituele ervaring schakelt ook de taal uit, het betoog, de rede. Anders zou er geen eenheid zijn. We zijn slechts door het denken – door onszelf – van alles gescheiden. Laat het ego los, stop met denken: het al blijft. … Opschorting van de monologue intérieur, van het op argumenten en concepten berustende denken. … Ik hoef niet verduidelijken dat die opschorting van de rede niets irrationeels heeft … De stilte is alles wat er rest als je zwijgt – dat wil zeggen alles.
7. De eeuwigheid
Er is iets wat nog verbazingwekkender, nog sterker is. Wat zich in de ervaring waarvan ik spreek aandient is ook, een misschien vooral, de opschorting van de tijd, of liever van dat wat we gewoonlijk als tijd beschouwen. … Het heden is er, en er is niets anders. Het verdwijnt nooit: het gaat door. Het verandert voortdurend; dat betekent dus dat het niet ophoudt. Alles is heden: het heden is alles. Alles is waar. Alles is eeuwig, hier en nu eeuwig! Dat was gezien door Spinoza, wiens verbazingwekkende uitspraak ik al heb geciteerd: ‘We voelen en ervaren dat we eeuwig zijn.’ Dat was door Wittgenstein gezien: ‘Als je onder eeuwigheid niet oneindige tijdsduur, maar ontijdelijkheid verstaat, dan leeft hij eeuwig die in het heden leeft.’ Is het dan verbazingwekkend dat het begrip dood hem onverschillig laat? Hij is al gered … Hoe zou de eeuwigheid nog toekomstig kunnen zijn? Hoe zouden we die kunnen verwachten of bereiken? We zijn er immers al. Eeuwigheid van het heden: tegenwoordigheid van de eeuwigheid. … Zolang je een verschil maakt tussen de eeuwigheid en de tijd, ben je in de tijd. Zolang je een verschil maakt tussen het absolute en het betrekkelijke, ben je in het betrekkelijke.
8. Sereniteit
Hoe zouden we niet angstig kunnen zijn? Het is de prijs die we voor het Niet, de toekomstigheid en het ego moeten betalen. Maar als het Niet niet bestaat? Als er geen ego is? Als er alleen maar het heden is? Dan rest de sereniteit, die het zijn-in-het-heden van het bewustzijn en van alles is. Carpe diem? … Carpe aeternitatem zou juister zijn – behalve dat er niets te plukken en alles te beschouwen valt. … Sereniteit is geen ledigheid; het is handelen zonder vrees, dus ook zonder verwachting. Waarom niet? Het is niet de hoop die tot handelen aanzet, het is de wil. Het is niet de hoop die het willen oproept; het is het verlangen en de liefde. We komen niet weg uit de werkelijkheid. We komen niet weg uit het heden. Het is de geest van de gevechtssporten. Degene die op de overwinning hoopt, is als verslagen (ten minste door de vrees voor de nederlaag). Alleen degene die op niets hoopt is vrij van vrees. Daardoor is hij moeilijk te verslaan en onmogelijk te onderwerpen. Men kan hem van zijn overwinning beroven, niet van zijn strijd. Het handelen maakt deel uit van de werkelijkheid, die door het handelen verandert, zoals de golf deel uitmaakt van de oceaan. Het gaat er niet om van het handelen af te zien. Het komt erop aan sereen te handelen. … Het is wat ik het geluk in act noem, dat niets anders is dan de act zelf als geluk. Op wat zou degene kunnen hopen die in het heden leeft en wie het aan niets ontbreekt? Wat zou hij kunnen vrezen? De werkelijkheid (waarvan hij deel uitmaakt) is voor hem voldoende en bevredigt hem volledig.
9. Aanvaarding
Dat wat wordt beleefd, in die ervaring die ik probeer te beschrijven, is ook de opschorting van de waardeoordelen, het tussen haakjes zetten van de idealen en de normen, bijvoorbeeld het mooie en het lelijke, het goede en het slechte, het rechtvaardige en het onrechtvaardige. … Wijsheid van de aanvaarding, zegt Prajnanpad. ‘No denial’: afwijzing noch ontkenning. … Het komt erop aan tegen alles wat is, tegen alles wat er gebeurt ja te zeggen. Maar het is het ja van de aanvaarding (alles is waar, alles is werkelijk), niet van de instemming (‘alles is goed’) … er is slechts de eeuwige noodzakelijkheid van het worden … Oordelen is vergelijken; en zeker, dat moeten we in het gewone leven vaak doen. Het is de grondslag van de moraal. … Het is het tegenovergestelde van een nihilisme. Het gaat er niet om de moraal af te schaffen, maar vast te stellen dat de moraal slechts menselijk is, dat hij onze moraal is, en niet die van het universum of van het absolute. …Maar haar lijden en haar dood zouden dat wat ze heeft ervaren niet tenietdoen, dat wat ze ‘aanvaarding’, ‘instemming’ en ‘begrip’ noemt, en wat op liefde lijkt.
10. Onafhankelijkheid
Aanvaarding en bevrijding gaan samen …
Maar wat mij van het lezen van de Bijbel is bijgebleven is ….wat hij over mens en het leven hier op aarde zegt. Denk aan de barmhartige Samaritaan … Die was geen jood , die was geen christen. Van zijn eventuele geloof en van zijn verhouding tot de dood is niets bekend. Hij is gewoon de naaste van zijn naaste: hij legt mededogen en naastenliefde aan de dag. En hem, niet een priester of een leviet, stelt Jezus ons uitdrukkelijk ten voorbeeld. Er is mij van bijgebleven dat wat de waarde van een mensenleven uitmaakt niet is dat de persoon in kwestie al dan niet God en in een leven na de dood gelooft. ….wat de waarde van een mensenleven uitmaakt is niet het geloof, niet de hoop, het is de hoeveelheid liefde, compassie en rechtvaardigheid waartoe we in staat zijn! Denk eens aan het loflied op de naastenliefde in de Eerste Brief aan die van Korinthe. Het is het heel mooie geschrift waarin Paulus spreekt van wat later de drie theologale deugden genoemd zullen worden, geloof, hoop en naastenliefde. De grootste van de drie, legt Paulus uit, is de liefde. Ik kan een gave voor talen en voor profetieën hebben, een geloof dat bergen kan verzetten, als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Vervolgens zegt Paulus nog in het kort: al het overige zal voorbijgaan, alleen ‘de liefde zal niet voorbijgaan’.
André Comte-Sponville, De geest van het atheïsme
Recherche de la vérité bouddhiste
La vie est dhukka, dit le Bouddha. L’origine de la dhukka est la soif, c’est-à-dire le désir. Il existe un moyen de supprimer la dhukka … C’est la cessation complète de cette soif en la délaissant, en y renonçant, en s’en libérant, en s’en débarrassant. Cela ne signifie évidemment pas la fin objective de la vieillesse, de la maladie, des malheurs, de la mort, mais la capacité que peut acquérir l’individu de les observer comme des éléments extérieurs qui ne sont plus source de violence émotionnelle. Il ne s’agit pas de les nier, mais de s’en détacher dans une distance salutaire de soi à soi.
…
Le Bouddha a fait de la méditation la voie d’accès privilégiée à la connaissance de la vraie nature des choses et au nirvana. … Elle est … une mise en condition de l’esprit, une manière de le ‘calmer’ face aux perturbations extérieures et intérieures. Elle ne consiste pas à chasser les pensées qui jaillissent en soi, mais à les observer de manière détachée, dans un état de calme mental, pour aller au-delà de leurs apparences et avoir ainsi directement la vision profonde de tout ce qui existe. Il s’agit d’appréhender, ou plutôt d’expérimenter au plus profond de soi, la non-permanence de toute chose et de toute sensation. … Il leur rappelle la nécessité de rester ‘plein d’attention et d’énergie’ …
1. L’attention au corps. …
a. la respiration
b. la conscience du corps
c. la position de son corps
d. contemplation et la claire compréhension de ce qui l’entoure directement (sa robe, son bol …)
e. il considère son corps ‘de la plante des pieds jusqu’au sommet de la tête
2. conscience aux sensations
a. prendre conscience des sensations agréables et dégagréables
3. contemplation de l’esprit (désirs, passions, illusions …
4. contemplation des objets mentaux : les désirs des sens, la malveillance, le remords, le doute … ainsi que les formes, les sensations, les odeurs, les goûts, les sons.
Recherche de la vérité chrétien
Jesus ne prétend pas avoir découvert cette vérité par le raisonnement, pas plus qu’il n’entend la transmettre par un enseignement rationnel. Contrairement aussi au Bouddha, il ne prétend pas avoir découvert cette vérité à travers une longue pratique introspective. … Il le ‘révèle’, il en témoigne par sa propre présence. … Quelle est la vérité ultime que Jésus entend révéler ? Elle tient en trois mots : Dieu est amour….. Amour est le nom propre de Dieu, ‘son essence’ … Dès lors, tout doit être mesuré, apprécié, discerné à l’aune de l’amour. … La vérité ne réside pas, dit-il, dans le formalisme de la Loi, dans le respect intangible des règles de pureté ou dans celles du shabbat.
….
Va vers toi-même et deviens libre.
Le Bouddha, Socrate et Jésus s’accordent donc pour affirmer que l’homme ne naît pas libre, qu’il le devient. …
Apprends à aimer
L’amour christique
L’amour dont il parle, l’agapè, se calque sur le modèle divin : c’est un amour de pure bienveillance. L’amour christique n’est plus un sentiment naturel ni un sentiment partagé, il devient véritablement un commandement universel qui nous enjoint d’aimer tout être humain comme Dieu l’aime…. Puis André Comte-Sponville montre que l’amour du prochain … est un ‘idéal’ auquel il faut tendre, un idéal de sainteté qui guide et éclaire. … A l’aune de cet amour, l’enseignement du Christ apparaît dans sa singularité : l’acte de d’adoration explicite n’est pas nécessaire pour que l’esprit humain soit en liaison avec Dieu, pour qu’il soit mû par l’Esprit qui ‘souffle ou il veut’. Tout homme qui agit de manière vraie et aimante est relié à Dieu, source de toute bonté. …A l’inverse, l’absence de religion n’empêchera pas un homme d’être vrai, juste et bon. Le message du Christ valide cette observation universelle en lui donnant un fondement théologique : de manière ultime, adorer Dieu, c’est aimer son prochain. … ‘En vérité je vous le dis, dans la mesure ou vous l’avez fait à l’un de ces plus petits de mes frères, c’est à moi que vous l’avez fait (Matthieu, 25, 34-40)
La compassion bouddhiste
Cette compassion – karuna en sanskrit – se définit comme une infinie bonté, une capacité à vivre la souffrance d’autrui et à lui tendre la main pour l’aider à sortir du cycle du samsara (dans la version Mahayana du Bouddhisme). … L’une des conséquences qui découlent de la pensée du Bouddha est un profond respect pour les animaux et la nature dans sa totalité. … Cette compassion est décrite comme un sentiment de profonde empathie….le point de départ du processus qui le conduira à son Eveil.
Frédéric Lenoir, Socrate, Jésus, Bouddha, Trois maîtres de vie
Herman De Dijn schreef een boek over de filosoof Baruch Spinoza (1632-1677). Een leeswijzer voor wie zich wil wagen aan het gedachtegoed van de filosoof.
Het heelal kent geen doelgerichtheid. Het is gewoon wat het is. Wij zijn niet gewild in dat heelal. De werkelijkheid waarvan wij deel uitmaken, wordt door ijzeren wetmatigheid bestuurd. Voor wie er nog aan zou twijfelen: er bestaat geen persoonlijke god, en evenmin persoonlijke onsterfelijkheid.
Dit inzien, aanvaarden en daarin rust vinden is ons enige heil. Ook al is dat illusieloze heil voor weinigen weggelegd. Voor die weinigen leidt de ontluistering tot een nieuwe luister. Zij vinden door de totale onttovering heen een nieuwe betovering. Die bestaat uit een liefde tot God die samenhangt met het begrijpen van God: amor intellectualis Dei.
Als u nu nog verder leest, dan wil u meer weten over de man die in de zeventiende eeuw in Nederland dit vreemde, provocerende wereldbeeld ontvouwde, lenzen sleep om in zijn levensonderhoud te voorzien en zich dood hoestte voor hij vijfenveertig werd. Hij leefde voorzichtig en dacht gevaarlijk.
Zelden is in de westerse wijsbegeerte zo'n samenhangende poging ondernomen om alles te denken in één verband, om alles te duiden en te begrijpen als deel uitmakend van één werkelijkheid.
Spinoza noemde die werkelijkheid God of Natuur: het was voor hem de oergrond waaruit alles voortkomt. Die oergrond kan ons niet beminnen. Dan zou het geen oergrond zijn. Dan zou God God niet zijn. Alhoewel God zich noodzakelijk uitdrukt in een wereld van dingen, behoort die wereld niet tot het wezen van God. De dingen kunnen niet zonder God, hun grond. Maar de grond heeft de dingen niet nodig om te bestaan.
Die God bezit oneindig veel ‘attributen' waarvan wij er alleen twee kennen: denken en uitgebreidheid. Ook mijn lichaam en mijn geest zijn een uitdrukking van God, een verschijningswijze, een modus: ik behoor tot God, maar ik ben God niet. Ik ben God in de mate dat hij zich heeft ontvouwd in een verschijningswijze: Deus quatenus modificatus.
Heil
Er zijn drie vormen van kennis: de eerste soort ontstaat in de imaginatio, de verbeelding. Ze is ontoereikend, maar wel nodig voor het hebben van ideeën. Kennis van de tweede soort, rationele kennis, is wel adequaat. Begrijpen bijvoorbeeld dat een lijn lengte is zonder breedte (de definitie van Euclides) is een voorbeeld daarvan.
De hoogste vorm van weten is de intuïtieve kennis (scientia intuitiva). Deze kennis is niet tegengesteld aan rationele kennis, maar overstijgt ze. Ze bestaat uit het juiste inzicht in God, in de volledige werkelijkheid. Ze brengt geen nieuwe informatie aan. Het gaat eerder om een ervaring, een verwondering die een eindpunt is, die niet meer leidt tot verder vragen en verder zoeken. Deze kennis overkomt de wijze mens, die zichzelf in zijn nietigheid (als eindig, doelloos wezen) en grootsheid (als deel van een oneindige werkelijkheid) ten volle aanvaardt.
Een tweede weg die naar het heil leidt, is die van de uitgezuiverde religie, het joods-christelijk geloof. Voor velen biedt dat de basis voor een goed, dus heilvol leven waarin rechtvaardigheid en naastenliefde centraal staan. Religie heeft voor Spinoza meer te maken met een manier van leven dan met waarheid. De kerken moeten onderworpen zijn aan de staat, maar hebben zeker een functie te vervullen. Zo kunnen nederigheid en berouw, die de wijze als ondeugden afwijst, zeer nuttig zijn voor een samenleving. Religie is nu eenmaal een sociale realiteit met impact op de politiek.
Raadselachtig
De Spinozakenner Herman De Dijn heeft op zijn emeritaat gewacht om ons dit boek te geven dat bestemd is als een leeswijzer voor het lezen van Spinoza zelf. Het is de vrucht van jaren omgang met de filosoof. Het is geen makkelijk boek. Het is compact en toch helder geschreven. Het laat het raadselachtige van dit denken overeind. Het toont de actualiteit en de relevantie ervan. Het is zo een boek dat jonge vorsers niet meer kunnen of willen schrijven, omdat het hen in de ratrace van hun academische carrière niets oplevert.
Maar ik geef toe dat je ook jaren nodig hebt om het te kunnen schrijven. Ik heb het hier niet samengevat, maar gepoogd enkele noties eruit over te brengen. Als ze u naar Spinoza zelf brengen, dan is dit hoekje in de krant nuttig geweest.
« Gevaarlijk denken », Luc Devoldere in DS 19/4/10
Het onmogelijke mogelijk maken
De Duitser Peter Sloterdijk is een van de meest gelezen filosofen van onze tijd. …. In het Duits verscheen alweer een nieuw geladen en krachtig werk: Du musst dein Leben ändern. Daarover praatte Jean-Pierre Rondas (Klara) met de schrijver-filosoof. …. Sloterdijk is eerder een antimonotheïst dan een atheïst, en hij heeft geen hoge pet op van wat hij de antichristelijke ‘bigotterie’ van Richard Dawkins en Daniel Dennett noemt. Ook in dit gesprek wil hij het christendom overstijgen door een wereldsysteem dat wel een andere naam moet hebben maar dat van dit christendom toch ook de wezenskenmerken moet behouden.
De titel Du musst dein Leben ändern is het begin van Rainer Maria Rilkes bundel uit 1908, Nieuwe Gedichten. Het andere deel.
“Ik liet mijn boek beginnen met het sonnet van Rilke Archaischer Torso Apollos, omdat die tekst goed laat zien hoe zijn – overigens beroemde – laatste zin ontstaat, namelijk uit de ontmoeting van de kunstenaar met een beeldend kunstwerk. Er wordt verteld dat Rilke, toen hij in Meudon woonde en daar werkte als privésecretaris van de grote beeldhouwer Auguste Rodin, nu en dan de verzameling van oudheden in het Louvre bezocht, en dat hij bij een van die bezoeken op een preklassiek of misschien wel klassiek Grieks beeld stootte, waarvan de oudheidkundigen aldaar meenden dat het om een Apollobeeld ging. Het had geen kop meer, geen armen of benen, geen genitaliën: het was dus in dat opzicht een perfecte torso. Bij Rodin leerde Rilke torso’s te beschouwen als kunstwerken op zich, niet zomaar als verminkte kunstwerken, maar veeleer als beelden met een bijzondere volmaaktheid. Men kijkt ernaar, niet met een gevoel van hoe jammer dat de kop of de ledematen ontbreken, maar met de bereidheid zich ook door zo’n schijnbaar verminkt kunstwerk een boodschap te laten overbrengen.”
De Apollo of de Dionysus kijkt namelijk terug, ook wanneer hij slechts een torso is zonder ogen.
“Inderdaad, hij heeft geen ogen nodig om terug te kijken, omdat het hele oppervlak van dat godenbeeld een en al oog is. Het heeft jou scherper in het vizier dan jij kan kijken. Wie ernaar kijkt wordt automatisch zelf geconfronteerd met een ontzettend sterke terugblik. Juist die ervaring verwoordt Rilke in zijn voorlaatste vers: ‘geen plek aan hem die jou niet ziet’. Maar het beeld ziet niet alleen, het hoort en spreekt ook. De beschouwer hoort een stem die van de steen uitgaat en die zegt: ‘je moet je leven veranderen’. Rilke laat het kunstwerk dus spreken, wat niet zo uitzonderlijk was rond de eeuwwende om 1900, toen de bourgeoisie nog intact was en het haar nog lukte zoiets als een volmaakte transformatie van de religie in kunst te volbrengen. In die ‘kunstreligie’ had de kunst zelf een verheven, ‘sublieme’ boodschap, die tegelijkertijd bedreigend was. Verheven is immers datgene wat het recht heeft jou te herinneren aan je sterfelijkheid of nakende dood.”
Je moet je leven veranderen, dat is zo’n herinnering.
“Het is een herinnering aan je diepste innerlijke gesteldheid, want mens zijn betekent altijd in het besef te leven dat men nog niet op zijn hoogtepunt staat. Dat is de idee waaraan in de kunstreligie en in elke vorm van verheven communicatie gestalte wordt gegeven, namelijk: er bestaat altijd iets waardoor ik overtroffen word, iets wat een ontzettende hoogte opwerpt wat mezelf tot een heel klein wezen reduceert. Tegenover dat verhevene reageerde de burger met wat Sigmund Freud het ‘oceanische gevoel’ noemde. De hele negentiende eeuw door heeft die cultureel aangelegde burger zich in dat oceanische gevoel door middel van kunstwerken geoefend. Tenslotte leidde dat ertoe dat een zenuwzieke zoals Rilke bij de ontmoeting met een Grieks godenbeeld het gevoel kon hebben dat het kunstwerk tot hem sprak: ‘je moet je leven veranderen’.”
Wat voor ‘moeten’ is dat?
“Het is een absolute imperatief waartegen geen verzet mogelijk is, omdat het bevel zowel vanbinnen als vanbuiten komt. In de veronderstelling dat de splitsing tussen buiten en binnen nog bestond, zou het kunstwerk alleen maar kunnen zeggen: ‘je zou je leven moeten veranderen’, en de ontvanger zou dan antwoorden: ‘misschien wel, maar ik heb er geen zin in’. Hier gaat het om een hoger, geïntensifieerd moeten dat met de eigen wil samengesmolten is. Ik kan mij er niet meer van onderscheiden, van dit vanbuiten komende moeten. Dit verlangen is zo intens dat het inderdaad volledig vanbinnen komt. Het komt neer op een onvoorwaardelijk verlangen deel te hebben aan een volmaaktheid, en dat precies is het grote begeren van de kunstreligie. Als me gezegd wordt ‘je moet!’, dan antwoordt in mij, automatisch en bijna gelijktijdig, een stem die zegt: ‘ja, ik wil!’
We kunnen dat mooi zien in de huidige situatie, waar de absolute imperatief Amerikaans en politiek is geworden. Anderhalf jaar geleden, toen Barack Obama zijn verkiezingscampagne opende, namen we in Europa met stijgende verbazing waar dat zich daar miljoenen mensen verzamelden rond een slogan die hier totaal onvoorstelbaar is: ‘Yes, we can!’ In mijn oren klinkt dat als het Amerikaanse antwoord op de absolute imperatief. Die mensen wachten niet tot iemand van buitenaf hen zegt dat ze moeten, maar ze merken vanzelf dat het zo niet verder kan. Het betere deel van de natie begreep dat een voortzetting van de politiek van George W. Bush voor het hele land en de hele wereld een morele en politieke catastrofe zou betekenen, en omdat ze daarvan doordrongen waren, verzamelden ze zich rond die slogan.”
Zitten we in een nieuw tijdsgewricht?
“In het huidige levensgevoel zit een element waarvan ik geloof dat het wijdverbreid is en dat het in de individuele levensgevoelens van bijna alle mensen is doorgedrongen, meer dan in 1914, meer dan in 1945, en meer dan in 1968. Ook toen ging het telkens om een tijdsgewricht waarin het gevoel overheerste dat er iets moest veranderen. Vandaag is dat gevoel nog pregnanter: er moet iets veranderen, zo kan de loop der dingen niet doorgaan. Dat innerlijke gevoel, dat het zo niet verder kan, verbindt zich met het appel ‘jij moet je leven veranderen’ – ofschoon het niet evident is dat jij toevallig de juiste persoon bent voor een verandering.
‘Je moet je leven veranderen’ betekent vooral dat de absolute imperatief van onze tijd tot je spreekt en je confronteert met een sublieme ethische wet. Dat is doorslaggevend. Het gaat niet om een privézaak. Net zoals de monnik aan zee op het schilderij van Caspar David Friedrich staan we aan de oceaan van de ecologische catastrofe en we kijken uit op een wereld die vroeg of laat ons en onze medemensen zal verzwelgen als we onze modus vivendi niet wijzigen. Dus in die imperatief steekt ook een element van dreiging, datgene wat de donkere kant van de religies in beweging zet. Maar nog belangrijker is het element van overbelasting, van overvraging, wat maakt dat we onze imperatief beter formuleren als ‘je moet van nu af aan iets doen, wat je eigenlijk niet kan’. Dat is ook het onderscheid tussen God en duivel, want God is diegene die altijd iets volkomen onmogelijks van je verlangt, terwijl de duivel een pedagoog is die de mensen altijd exact daar afhaalt, waar ze toevallig zijn beland.”
Aan die eisen kan je nooit beantwoorden, je schiet altijd tekort.
“Altijd! SØren Kierkegaard die het onderscheid tussen ethiek en religie juist aan dat criterium ophing, zei dat ethische eisen in de regel in een vervulbare vorm zijn geformuleerd, terwijl het voor religies typisch is dat ze de mensen met absurde eisen confronteren. We moeten wennen aan de gedachte dat we tegenover God altijd en per definitie ongelijk hebben, terwijl we ons toch moeten verantwoorden. Dat is nu eenmaal de vorm van de absurde overvraging, die toch onvoorwaardelijk wordt gehandhaafd.”
“Ik stel dan ook voor dat we het onderscheid dat Kierkegaard maakt tussen het ethische en het religieuze opheffen, doordat we het ethische zelf ‘absurd’ en buitensporig verklaren. We moeten het onderscheid tussen het religieuze en het ethische ongedaan maken, en aan het ethische zelf alle eigenschappen toekennen die voorheen bij de religie hoorden. Alleen zo kunnen we de nieuwe vorm van de absolute imperatief begrijpen. Als we van de ethiek maar een voldoende verheven opvatting hebben, kan de noodzakelijke religieuze absurditeit er in vervat worden. Want als ik zeg dat je je leven moet veranderen, dan eis ik van de mens iets wat hij eigenlijk niet kan. Om het te kunnen, zou hij een nieuwe mens moeten worden die doet waartoe de oude mens niet in staat was.”
Die verticaliteit werd in de loop van de geschiedenis op verschillende wijzen uitgedrukt zoals met de wapenspreuk ‘Plus est en vous’ of met Goethes verzekering dat ‘Wer immer strebend sich bemüht, den können wir erlösen’.
“Dat is dat mooie vers aan het einde van de Faust, dat door een engelenkoor geïntoneerd wordt, maar dat zelf een ‘secularisaat’ is van een duizend-, zelfs tweeduizendjarige geschiedenis van religieuze hoogspanning. Je mag niet vergeten dat het christendom de absurde religie par excellence is geweest, niet alleen met het geloof – ‘credo quia absurdum’ – maar vooral met zijn ethische imperatief. Die luidt: bemin je naaste zoals jezelf – een eis waarbij elk verstandig mens de zaal gillend zou moeten verlaten. Het christendom slaagde er merkwaardigerwijs tweeduizend jaar lang in de mensen in de zaal, in de kerk te houden. Wat die eis nog buitenissiger tot uitdrukking brengt, is dat de christenmens diegene is die een leven leidt dat in zijn uiterste consequentie een nabootsing – imitatio Christi – van de Godmens wil zijn. ”
Religies zijn dus een soort spirituele oefensystemen die tot doel hebben het individu geestelijk te ontwikkelen met behulp van ascese.
“Inderdaad. Met die formule treffen we de kern van de zaak. De oefening is de vorm waarin het onmogelijke in het mensenleven vaste voet krijgt. Het gaat er niet om dat men iets wat men makkelijk kan beter leert, maar wel dat iets wat in de grond niet mogelijk is, toch mogelijk wordt gemaakt. Meditatie is zo’n discipline die als doelstelling heeft het onmogelijke mogelijk te maken, in dit geval de individuatie – de insluiting van het individu in zijn eigen persoonlijkheid – weer op te heffen, om het individu als het ware terug te veranderen in het goddelijke vuur. Zolang ik individu ben, ben ik een stuk ijs dat van de goddelijke hitte gescheiden is, en zodra ik ophoud dat individu te zijn, versmelt ik met het algemene vuur en word ik een deel van het oervuur dat aan het fundament van de wereld laait. Dat zijn denkfiguren of retorische figuren waarmee de klassieke mystici probeerden de individuen te betrekken bij zo’n spel met het onmogelijke.”
Maar vandaag staan andere dingen op het spel.
“De absolute imperatief van onze tijd zegt zoals alle andere vroegere imperatieven dat je je leven moet veranderen, maar de implicatie is nu dat je een levensvorm moet vinden die verenigbaar is met de overleving van de mensensoort op deze aarde in een langer perspectief. Dat begint met mezelf te begrijpen als een wezen dat ik eigenlijk niet wil zijn, namelijk als tijdgenoot van zeven miljard andere mensen. Dat gedacht is zo schrikwekkend dat men ze ten enenmale nauwelijks kan denken. Ik zou zelfs beweren dat de christelijke eis een leven te leiden dat zoveel mogelijk gelijkvormig is met het leven van de Godmens niet veeleisender is dan de eis om een kosmopolitisch leven te leiden dat gebaseerd is op het inzicht dat we zeven miljard medeburgers hebben. Die twee proposities zijn, wat hun buitenissige inhoud betreft, aan elkaar gewaagd. Ze zijn even onmogelijk en daarom even verheven, even onontbeerlijk, en beide hebben dezelfde geestverruimende energie. Ze hebben de kracht in zich uit de mens iets te maken wat hij voordien niet was.”
En dat moet de mens oefenen?
“Zodra die imperatief op hem heeft ingewerkt, zodra hij hem echt heeft begrepen, zodra hij volledig doordrongen is van de evidentie van dit nieuwe onmogelijke dat mogelijk moet worden gemaakt, moet de mens proberen een medium te worden voor de overgang van het onmogelijke naar het mogelijke: dat is het nieuwe oefenfront. De stem die nu zegt dat we ons leven moeten veranderen, eist tegelijkertijd zoiets als de creatie van een wereldkliniek. We hebben behoefte aan een klinisch universalisme, want de aarde is ziek. Wie ze ziek maakte, is niet op elk punt duidelijk, maar alles bij elkaar weten we dat wij het waren. De aarde heeft aids opgedaan door onveilige seks met de mens. Nu moeten wij een wereldkliniek bouwen waarin we het immuunsysteem van de aarde herstellen. En dat kan alleen als we weer geocentrici worden. We moeten het gebaar herhalen dat Nietzsche zijn dolleman in Zarathustra liet voordoen: we moeten de aarde weer loskoppelen van de zon, de copernicaanse wending ongedaan maken, en de aarde weer in het middelpunt plaatsen. Dit is niets minder dan een contrarevolutie.”
(Interview Peter Sloterdijk in Tertio nr 483)
Voilà, entre bien d'autres, des critères inspirés par le principe de la coopératin commen fondement d'un paradigme unificateur préparant l'avènement de la plus formidable évolution à laquelle nous aspirons: celle de l'insurrection des consciences.... On ne mesure pas assez la puissance extraordinaire de la bienveillance. ....
Le cercle se resserre inexorablement: les causes de ces tragédies sont en chacun de nous. ... Par contrel, l'acceptation de cette réalité enclenche un examen, une introspection destinés à nous révéler à nous mêmes, nécessité impérieuse de la connaissance de soi. C'est alors qu'il devient évident que le changement de soit préexiste au changement de la société. ... "Connais toi toi-même" comme facteur essentiel pour que l'évolution positive du genre humain puisse avoir lieu.
Jean Marie Pelt en Pierre Rahbi in 'Le monde a-t-il un sens?' p 128
De ervaring in Thailand is intens (tot zeer intens) geweest. Ik kan nog niet alles verwerken en een plaats geven, maar het minste wat ik kan zeggen is dat dit geen gewone vakantie is geweest. Het was om te beginnen geen 'rust-vakantie'. Het was in zekere zin 'werken' en 'leven' maar op een andere manier en in een andere omgeving. Misschien is het dat dat ook mijn innerlijk leven aangezwengeld heeft. Er is ook het gevoel dat je met deze ervaring niet zomaar klaar bent en terug het gewone leven op dezelfde manier verder zet.
Zo heb je ervaren dat het mogelijk is om met hart en ziel voor één iets te gaan …
Zo heb je ervaren dat vrijheid is dat je kunt zijn in plaats van te moeten zijn
Zo heb je ervaren dat het mogelijk is om je kennis en ervaring ten dienste te stellen en nog uit te breiden …
Zo heb je ervaren dat het mogelijk is betrokken te zijn op een wijze dat je het nooit gedaan hebt …
Zo heb je ervaren dat wij alle mensen veel gemeenschappeljk hebben, onze dromen, onze verzuchtingen …
Zo heb je ervaren dat we teveel met onze neus op onze problemen zitten en best eens wat afstand doen
Zo heb je diepgang, perspectieven leren ervaren die je denken en oordelen kunnen beïnvloeden :
- is er wel sprake van een ik/wij tegenover zij of zijn we niet eerder allen samen mensen met dezelfde drijfveren, dromen en beperktheden ?
- wat hebben zij dat wij niet hebben : hardere struggle for life, onvrijheid, maar ook ‘don’t worry’, tijd, blijheid.
Zo heb je ervaren dat je spirituele leven kan groeien (door de confrontatie met het boeddhisme, de mogelijkheid om met wat afstand de zaken te bekijken, de lectuur ?). Als je kritische geest wat wijkt, komt er ruimte voor de spiritualiteit. Zelfs atheïsten beseffen dat de almacht van de ratio zijn grenzen heeft en de tijd is aangebroken om een andere zijde van de menselijke geest aan te spreken. Er is naast harde kennis en ratio, ook plaats voor ervaring en irrationaliteit. De mystiek en meditatie (het Boeddhisme is op dit vlak heel sterk) zouden methodes kunnen zijn die deze evolutie helpen. Het universele van de (kleine) mens, zijn verbondenheid … kunnen blijkbaar hierin ‘voelbaar’ (niet kenbaar) worden. Deze irrationele kant van de mens is niet gelijk aan een geloof in God. Wie zegt echter dat God niet in de liefde huist die een mysticus ervaart ? Waarom spreekt zelfs een atheïst van de ervaring van licht en liefde in een mystieke ervaring ? Mijn kritisch verstand is echter te beperkt en te klein om hiervan een absolute doorleefde ‘overtuiging’ te maken. Doch deze onkunde in het geloof wordt door Jezus blijkbaar met mededogen bekeken. Heeft Jezus niet gezegd dat God liefde is en het meest belangrijke in het leven de liefde is? Hij zegt ook dat de liefde eerst komt en niet een sterk geloof in God. Liefde is de kern van alles. Hij zegt ons dat als we liefhebben, zonder grenzen, wij eigenlijk God liefhebben. Dit lezen en begrijpen geeft een sterke indruk bij mij gelaten. Deze boodschap is de ware erfenis van het Christendom die uiteindelijk het leven van mensen kan doen schitteren. Ook atheïsten stellen de liefde als hoogste goed.
Zij geven echter vanwege de afwezigheid van een God geen plaats aan ‘hoop’, een andere deugd van het christendom. Ik vraag me echter af of een mens tot ‘bovenmenselijke’ liefde mogelijk is (bv.waar niets meer lijkt te helpen of rationeel enig nut kan hebben, bv.bij uitzichtloze situaties) als er niet ergens een ‘hoop’ is die komt van een buitenmenselijke liefde (dus Goddelijke Liefde). En precies deze bovenmenselijke liefde zal misschien vandaag nodig zijn met de uitdagingen waarvoor de wereld staat (Yes, we can). Het is een manier van leven (geen waarheid op zich), een manier van handelen die ook iets ‘spiritueels’ of ‘religieus’ heeft.
De ervaring is meer dan een reis of vakantie.
De voldoening is van een andere orde.
Enerzijds heeft de voldoening iets te maken met vervulling, zingeving. De dankbaarheid die je krijgt omdat je hen geholpen hebt, het besef dat je je steentje verlegd hebt ligt waarschijnlijk aan de bron van dit gevoel. Het is een antwoord op een sluimerende vraag naar het waarom. Is het zoeken naar een antwoord op de vraag ‘waarom’ egocentrisch, egoïstisch? Ja, indien daarmee materiële, fysische behoeftes zouden worden vervuld. Is het ook zo als daardoor het hogere zelf zich meer in harmonie voelt met alles, de wereld, de mensen, het universum en in een intensere verbondenheid komt? Is het voelen van verbondenheid, zoeken van verbondenheid egocentrisch?
Anderzijds is er verinnerlijking, een intenser innerlijk leven, ik zou bijna zeggen vreugde. Je geest ervaart harmonie.
Nadenken over vroeger en over morgen.
Over wat je gelooft,
wat voor jou essentieel en wat bijkomstig is.
Uitkijken om verder te groeien als mens.
Groeien is werken aan jezelf,
werken aan jou stukje betere wereld,
ontdekken van de wondere wereld rond ons.
Groeien is ook zoeken.
Zoeken naar waarheid, eerlijkheid, waarde, zingeving.
In dat zoeken zie je het werk van het unieke, prachtige werktuig dat de mens heeft,
onze hersenen, ons bewustzijn, onze ratio, onze geest.
Die geest, die ratio leert ons veel.
Ze bracht ons de wetenschap,
maar ook onze kritische, bevragende, zoekende geest.
Een nieuwe generatie van heel kritische, bevragende en zoekende geesten is opgestaan.
We maken daar ook deel van uit. We zijn kind van onze tijd.
Maar die geest, die ratio, dit kritisch verstand is ook beperkt.
Ze kan niet claimen een antwoord te geven op alle vragen of een invulling te geven aan het menselijke leven.
De beperktheid ligt niet zozeer in het feit dat er blijkbaar grenzen komen aan kenbare via de wetenschappelijke methode (blijkbaar valt meer en meer voor dat een antwoord een veelvoud vragen oproept).
De beperktheid van de kritische geest ligt ook en misschien vooral in het levensgevoel dat die zij lijkt op te wekken.
Je hebt het gevoel dat als de rationele, kritische geest allesomvattend wordt,
leven verkilt en beknot,
leeg maakt,
een stuk van zijn ziel ontneemt.
Ligt daar ook geen bron tot nihilisme, cynische, consumisme?
Is er naast de geest die rationeel en kritisch is,
ook geen beschouwende geest die leven geeft?
Een beschouwende geest die ongekende dimensies kan aftasten,
die afstand neemt van het gebeuren en de roezen van alle dag,
die rust vindt boven de zorgen van alledag,
die schoonheid herkent,
die de ervaring van de universele harmonie omhelst,
die over de angsten en negatieve zelfbeelden kan heen stappen,
die de beperkingen van het leven kan plaatsen en toch vrede kan vinden,
die zich kan inleven in anderen, zich verbonden kan voelen, zelfs met mensen veraf,
die zich niet opsluit maar open staat, luistert, ervaart, voelt.
Kortom een geest die sterker kan zijn dan materie.
Heeft de mens naast zijn kritische en beschouwende geest,
ook niet de eigenschap om lief te hebben?
Een zelfvergetende liefde,
een nederige liefde.
Een liefde die grenzen kan verleggen,
en diepere dimensies doet vermoeden.
Liefde voegt iets toe aan het leven.
Liefde creëert,
liefde geeft leven aan andere mensen.
Liefde die misschien zover gaat
zich open te stellen voor Diegene in wiens schoot je jouw leven geborgen lijkt te voelen.
Soms heb je de indruk dat wat liefde toevoegt
nooit meer teniet zal worden gedaan.
Waar de beschouwende geest in de geduldige oefening tot bloei komt,
komt de liefde uit een andere bron.
Misschien heeft het ergens te maken met een inspiratie,
een bezieling,
een geraaktheid,
een begeestering
door een mens als Jezus van Nazareth,
of het gelaat van een ander mens.
Leven is ‘groeien’ en is ‘worden’.
Groeien met jouw instrument van de geest.
Groeien is nog veel te weinig groeien in liefde.
Je laat je te weinig bezielen, begeesteren, raken.
1. Zoek regelmatig de STILTE op om jezelf/ziel/psyche/onbewuste te vinden (=mediteer) en oordeel niet.
2. GEEF iets, bedank of wens iets goeds toe aan de mensen die je ontmoet.
3. Wees bewust van de CONSEQUENTIES van je keuzes voor jezelf en anderen en luister naar je hart vooraleer je iets doet (=heb een goed Karma).
4. ACCEPTEER het heden zoals het is, verweer je niet, wees open en volg de weg van de minste weerstand van probleem naar opportuniteit.
5. Wees je bewust van je ware WENSEN, plant ze in je ziel/psyche tijdens het mediteren, neem AFSTAND van je gehechtheid aan het resultaat en laat de rest over aan het Zijn/het Leven/God.
6. Neem afstand van je gehechtheid om vrij te zijn en anderen vrij te laten, verwelkom ONZEKERHEID als de vrije weg naar oneindige MOGELIJKHEDEN.
7. Wees je bewust van het Zijn/de God in jezelf, identificeer je unieke TALENTEN en hoe je ze best ten dienste stelt van anderen, doe dat en ervaar TIJDLOOSHEID in het God worden (=volg je Dharma).
Bart Van Coppenolle in Forward over het boek 'De zeven spirituele wetten van succes'.
Klaren schijn
En soms komt Gij met groot licht
met zo'n klaren schijn
dat Gij mij overstelpt met zaligheid
en wij niet spreken, maar samen zijn.
Dan zeg ik, als duisternis weer stort
als regen, en de zwarte eenzaamheid,
het harde werk, de koude sneeuwbank
in de witte cel
mijn deel weer zijn:
O Christus, het is wel.
(Pater Franz Vandevelde, Pelly Bay, Canada, 1950).
Instrument van liefde
Maak mij, Heer,
tot een instrument van uw vrede:
laat mij liefde brengen waar haat is,
eenheid waar mensen verdeeld zijn,
vergiffenis schenken
aan mensen die zwak zijn;
laat mij hoop geven
aan wie niet meer hoopt,
geloof aan wie twijfelt;
laat mij licht brengen waar het duister is
en vreugde waar mensen bedroefd zijn.
Heer, help mij
om niet zozeer zelf gelukkig te zijn
als anderen gelukkig te maken;
niet zozeer om zelf begrepen te worden
als anderen te begrijpen,
niet zozeer om zelf getroost te worden
als anderen te troosten;
niet zozeer om bemind te worden
als te beminnen;
want als ik geef, zal mij gegeven worden;
als ik vergeef, zal mij vergeven worden;
als ik sterf, zal ik voor eeuwig leven.
(Franciscus van Assisië)
God, ik draag mijn hart niet hoog
en ook mijn ogen steken niet van trots.
ik ben niet uit op wat zo belangrijk lijkt
in mensenogen,
op grootse daden
die mijn kracht te boven gaan
en mij verheffen.
Nu ben ik verstild,
stil geborgen als een kind
op zijn moeders schoot.
Zo ben ik, uw kind,
en ik wacht in vertrouwen
op Uw komst, altijd.
(Een lied van een mens op tocht ... (Psalm 131), bidprentje n.M.)
Uit de droom
heeft de nacht
frisse dauw gesponnen
Alles is
als pas geschapen
uit goede handen
Het is nieuw
Het is hoop.
Nu
Care
Aandacht
Mededogen
Tijdloosheid en onbegrensdheid
Aanvaarding
Handelen
Tijd voor jezelf en voor de ander
Eet, drink, beweeg regelmatig
Lever toegevoegde waarde
Vrijheid is dat je kunt zijn in plaats van te moeten zijn (Magritte)
Voorzover mijn schilderijen waardevol zijn, laten ze zich niet ontleden. (Magritte)
In mijn werk vertrekt alles vanuit de zekerheid dat wij deel uitmaken van een raadselachtig universum. Dit hele mysterieuze universum is koud. (Magritte)
Of is het aan ons om warmte terug te kaatsen vanuit onze ziel en hogere zelf?
En toch kon Flew zelf dat eeuwige Niets niet volhouden tot zijn sterfbed. Sommigen geloven dat zijn hersenen stilaan verschrompelden, anderen zagen er een irrationele bevlieging in, nog anderen spraken gewoon van Alzheimer, toen hij in 2007 There is a God schreef (How the world’s most notorious atheist changed his mind).
De verklaring voor Flew’s verglijding naar deïsme, een onpersoonlijk goddelijk principe, kan nochtans veel simpeler zijn, op het lapidaire af. Hij bleef de instituties afgrondelijk verfoeien, christendom en islam waren in zijn ogen verwerpelijke aberraties, “almachtige oosterse despoten, kosmische Saddam Hoesseins”.
Maar de idee van een intelligentie, “iets” dat het heelal ordenend en evolutief samenhangend maakt, de “god” van Spinoza en Aristoteles, dat kon verdedigd worden. “Ik heb maar één tastbaar bewijs”, erkende Flew, “En dat is dat het klaarblijkelijk onmogelijk is om een naturalistische theorie te ontwikkelen voor het ontstaan van het DNA bij de eerste soort die zich kon voortplanten”. Eenvoudiger: er is een intelligent design, er zit een bewust ontwerp achter.
Het is dan ook een misvatting te gewagen van de “bekering” van Flew. Het gaat hooguit om de vervollediging van een rationalistische verklaring van leven en bestaan. Met als ultiem sluitstuk de toegeving dat de mens van binnen uit de verklaring voor het geheel van de schepping niet kan geven (alleen vanop afstand kan het geheel beschreven worden), en dus terugvalt op het axioma van bewuste en geleide ontwikkeling. Einstein zei het al: “Der Herrgott würfelt nicht”. Het hogere laat zich niet door gokgedrag leiden.
(De redactie 1/5/2010)
Meten is niet altijd weten, er is meer in de wetenschap (Mia Leijssen in Tertio 21/4/2010)
Meten is in
de wetenschap zeer belangrijk, maar niet alles dat
ongemeten blijft, is onwetenschappelijk. Het is een
wonderlijke ervaring om door de psychotherapie in
contact te komen met het Hogere Zelf.
De idee dat wat men niet aankan met de huidige
wetenschap, niet bestaat, vind ik arrogant.”
U las mystici, gewijde teksten
om u daarbij te oriënteren.
“Ik heb niet gezocht in het intellectuele domein. Ik
volg het pad van het hart en het verdiepen van bewustzijn.
Vanuit de ervaring, niet alleen door boeken,
voorbeelden en teksten, kom je dingen op het
spoor over innerlijkheid, transcendentie, God. De
ervaring is mijn diepste inspiratie. Bij mij groeide geleidelijk
het besef dat het goddelijke aanwezig is tijdens
een oprechte relatie met een cliënt.”
De bekendste
term vandaag daarvoor is ‘mindfulness’, een rage
die evenwel al eeuwen oud is. Ik noem het focussen,
je spitst de aandacht van je cliënt toe op het lichaam
als een bron van weten. De mens is ruimer dan het
verstand alleen.
Dat weten van
het lichaam kan leiden tot een groter intuïtief weten.
Dat is het moment waarop een wezen zich opent
tot meer dan het verstand kan bevatten. Door het
lichaam aan te spreken, ontstaan merkwaardige
vormen van helen, van genezen. Dat soort ervaring
neemt voor mensen vaak een spirituele vorm aan. Ik
zeg niet tegen mensen: ik zal u helpen om een spirituele
dimensie te openen. Wat dat voor de cliënt inhoudelijk
meebrengt, bepaalt hij of zij zelf. Het Hogere
Zelf vult men in vanuit zijn eigen achtergrond:
God, de natuur, de tao enzovoort.”
“Neen, ik wil mijn tijd niet belasten met zulke discussies.
Dan besteed ik mijn kostbare uren liever aan
meditatie of vrijwilligerswerk.”
Dichtbij
Waar je ook bent, ik zal het niet weten,
niet in tijd en afstand te meten.
Ik heb je bij me, diep in mij.
Daarom ben je zo dichtbij.
(overlijdensbericht J.Verstraelen)
23-02-2010
No man is an island
No man is an island
No man is an island entire of itself; every man
is a piece of the continent, a part of the main;
if a clod be washed away by the sea, Europe
is the less, as well as if a promontory were, as
well as any manner of thy friends or of thine
own were; any man's death diminishes me,
because I am involved in mankind.
And therefore never send to know for whom
the bell tolls; it tolls for thee.
John Donne
23-02-2010, 21:58:03
14-02-2010
Alles wat waar is
Alles wat waar is, kan zachtjes zijn.
Zachtjes rijpen de vruchten.
Bladeren vallen in stilte.
Stom bedekt sneeuw ze,
kalm vriest het meer dicht -
dood komt als slaap.
Bevruchting is zwijgend.
Zonnelicht schreeuwt niet.
Niemand hoort het, als de sneeuw verdwijnt.
Al het gras komt uit de aarde - stom.
Als bloesems opengaan, davert het niet.
Alles wat waar is, kan zachtjes zijn. Voor ons oor.
Geen mens kan horen wat de uil hoort.
(Heinz Kahlau)
14-02-2010, 16:26:03
Schipper in woelige zee
Vandaag hebben kinderen hun ouders nodig als schipper in die woelige zee van informatie waarin ze terechtkomen. (Peter Adriaenssens kinderpsychiater, humo 20/10/9)
Het enige dat we moeten vrezen is de vrees zelf (F.Roosevelt).
14-02-2010, 16:06:00
Aandacht
Gedurende mijn eerste jaar aan de univ gaf onze prof ons een vragenlijst. De laatste vraag was 'Hoe is de voornaam van de vrouw die de school kuist?' Eerlijk gezegd leek dat op een grap. Ik had de vrouw reeds enkele malen gezien. Ze was groot, blond, ongeveer 50 jaar oud, maar hoe kon ik haar naam weten? Ik diende mijn test in maar liet de laatste vraag onbeantwoord en iets voor het einde van de les vroeg een leerling of de laatste vraag meetelde voor de test. 'Natuurlijk!' antwoordde de prof. 'In jullie loopbaan zal je heel veel mensen ontmoeten. Allen zijn ze belangrijk. Ze verdienen uw aandacht al was het met een glimlach of een simpel gebaar.' Nooit heb ik deze les vergeten en leerde dat de voornaam van de vrouw Dorothy was. (Anoniem)
14-02-2010, 16:02:37
Interne dynamiek
We weten uit studies dat de lokale dynamiek veel belangrijker is dan de externe dynamiek. We ontwikkelen geen volk, een volk ontwikkelt zichzelf. Je kan de emancipatiebehoeften van mensen niet van buitenaf vast- of opleggen, je kan de doelstellingen die mensen zelf willen nastreven hoogstens vooruit helpen. (P Develter en B Vandenberghe MO mei 2009)
Ik geloof niet langer dat deze wereld vol uitbuiting, vernedering en pijn de enig mogeljke wereld is. Ik geloof dat waar we samen strijden voor rechtvaardigheid en menswaardigheid voor allen, we samen groeien tot een menselijke wereld van vrede en vreugde. (Jeanne Devos, DS 22/11/2009)
14-02-2010, 15:49:15
Bougeren
Wat is uw strategie om gelukkig te zijn? Vooral niet te hard proberen om 'gelukkig' te zijn. Geluk is absoluut en dus per definitie onhaalbaar. Ik ben al blij als ik af en toe tevreden ben. En ik ben goed in selectief vergeten. Dat maakt dat ik me veel van mijn gênantigheden en stommiteiten niet meer kan herinneren. Dat helpt. Maar zolang het 'bougeert', ben ik content. Komt u dan van de grond los? Neen, ik blijf nuchter. Ik kom uit de Westvlaamse klei, dan ben je voorbestemd om realistisch te zijn. Die nuchterheid is mij geografisch en genetisch doorgegeven. (Michiel Devliegher in DS)
----------------
Young people, go west, schreef wijlen Frans Verleyen ooit in Knack. Verleg grenzen, zoek nieuwe horizonten op. Dat was zijn boodschap. Er zit iets van dit in ons verhaal. Maar - zonder het te kunnen duiden - zegt iets dat er ook een verschil zit. Vandaar 'Go east'. We zien wel.
----------------------
Chan rath ther ! I love you! Sa Bai di mai? Hoe is het met jullie? Ik heb net een paar Thaise welkomstzinnetjes uit de blog van Griet neergepend. Alle blogs van de mensen die reeds in Thailand engelse les hebben gegeven, hebben we doorworsteld. Op één uitzondering na, waren ze allemaal zeer enthousiast. Maar wat zal het voor ons zijn?
Een goede acht maanden terug kreeg ik van Ann de volgende mail: "Hoi hoi hoi Alles kits? Wat zou je er van denken als ik eens zes (6) weken zou Engelse les gaan geven in één vande armste streken van Thailand aan kinderen?
3 weken vakantie worden gegeven door Deloitte , 3 zijn zelf te nemen en de kost voor transport wordt ook gedekt door deloitte?"
Wat zeg jij als je dit leest? Natuurlijk: ik ga met je mee! Hoelang denk je daarover na? Eerlijk: geen seconde.
Achteraf komen de vragen.
Waarom ga je naar links en niet naar rechts of omgekeerd? Waarom doe je dat en dat niet? Het pad van het leven loopt op het eerste zicht kronkelig en grillig en vol toevalligheden. Is dat wel helemaal juist? Volgt het pad ook niet de richting waarnaar je oog kijkt bij het spannen van de boog. De ogen waarmee je kijkt zijn bepaald door je genen, maar ook door je omgeving, je opvoeding, je familie, je vrienden, je studies .... Voor sommige zaken zal je oog hebben, zal je de kansen zien omdat je er 'van nature' op gericht bent. Andere soorten zaken gaan totaal aan je aandacht voorbij en zullen weer door anderen opgepikt worden. Lucky we are dat we deze kans kregen.
Na de onbezonnenheid komt het moment van berekening. De magie van het moment wordt ondergesneeuwd door praktische bezwaren. Wat met je werk? Wat met de kinderen? De ziektes die je er kan opdoen ... Oei, mijn engels staat niet echt op punt. Met enige planning, hulp van diverse mensen, lessen engels (met vallen en opstaan) en afspraken met de kinderen worden vele bezwaren weggewerkt. Op die manier blijft de 'window of opportunity' intact.
Op de trein terug van Brussel naar De pinte zit ik naast een jongeman. Hij leest een artikel over Angkhor Wat in Cambodja. Ik vraag hem uit welk tijdschrift dit artikel dit komt. Hij artikel gaat blijkbaar niet alleen over de historische site maar ook en vooral over hoe het mogelijk is dat de cambodjanen na slechts enkele jaren er in geslaagd zijn om de bladzijde van de rode khmers en hun 2 miljoen doden te vergeten en 'te vergeven'. Intrigerend.
14-02-2010, 15:40:37
Keuze of geen keuze?
Vrije wil is een illusie. Als je in de hippocampus van een rat een elektrode stopt, kun je met bijna honderd procent zekerheid voorspellen of het dier naar links of rechts zal lopen, enkel en alleen door zijn hersenactiviteit te meten voor hij aan het kruispunt komt. Vindt u dat geen vervelende gedachte? Neen. Het is niet omdat mijn vrije wil een illusie is, dat ik geen zin en vreugde in mijn leven zou ervaren ... De zogenaamde neurorevolutie zal het mechanische en deterministische mensbeeld alleen maar versterken. Vandaar dat ik ook een tegenreactie verwacht. Nog meer mensen zullen hun toevlucht nemen tot allerlei vormen van spiritualiteit, in de hoop dat er nog iets anders is. ... Concepten als goedheid en schoonheid verliezen ook hun betekenis, want het zijn slechts hersenreacties, die bovendien ten goede of ten kwade gestimuleerd kunnen worden. De concepten moeten misschien geherdefinieerd worden. Schoonheid is datgene wat bij mij persoonlijk in de hersenen het beloningscircuit maximaal stimuleert. ... Ook bij naastenliefde dus? Ja. En zo komen we weer uit bij fundamentele filosofische vragen: is het goede absoluut, zoals Kant zegt, of is het goede datgene wat voor het grootste deel van de bevolking leidt tot tevredenheid? ... Moraliteit is een constructie van de hersenen om ons sociaal te laten overleven. ... Mijn hypothese is dat God een fantoom is (neurochirurg dirk de ridder ds 6/2/10)
Je moet de menselijke geest ook niet overschatten. Experimenten wijzen uit dat we veel vaker dan we denken geleid worden door conditionering en automatisme. Al onze supermarkten zijn volgens die principes ingedeeld. (W Cole, therapeut, Weekend Knack okt 2009)
In een gesprek kort voor zijn dood zou Darwin hebben toegegeven dat hij soms 'overweldigd' werd door het idee dat in de levende natuur meer werkt dan alleen maar materie, dat de vaak wonderlijke fenomenen een gevolg en uitdrukking zijn van geest. Niet de genetische en moleculaire programmering ligt aan de basis van evolutie en mutaties, maar het is het 'strevende leven' zelf dat de veranderingen in moleculaire programmering teweegbrengt, zegt Van den Berg. Eerst het leven, dan de stof. Eerst de geest, dan de materie. (Tertio, 3/2/10)
Er zijn verschillende manieren om te toetsen of de beslissing die je wilt nemen de juiste is. Die van Gandhi is, zoals wel vaker, het meest radicaal. Stel je de armste, de meest hulpeloze mens voor die je ooit hebt gezien, zegt Gandhi. Is de stap die jij nu gaat zetten op de een of andere manier nuttig voor hem of voor haar? Als je die vraag met 'ja' kunt beantwoorden, is je beslissing de juiste. (Happinez, spirituele scheurkalender 2009)
We zijn allemaal slechts korte tijd op deze aarde. De vraag is of we onze tijd hier voornamelijk besteden aan de dingen die ons scheiden, dan wel of we ons inzetten en blijvend inspannen om gemeenschappelijke punten te vinden, te focussen op de toekomst die we voor onze kinderen willen en respect te tonen voor de waardigheid van alle mensen. (Barack Obama)
Ik ben een pessimist wat de menselijke natuur betreft. De mens heeft nood aan hulp van iemand anders, van een norm of van God. Hij komt niet op eigen kracht tot het goede. Als hij zich laat gaan, is de kans groter dat het kwade eruit komt in plaats van het goede. (H.Van Rompuy, DS 31/11/10)
Zijn alle creaties van de menselijke geest te reduceren tot het resultaat van een biologisch proces?
Heel waarschijnlijk is een dier zich niet echt bewust van de dingen zoals de mens. Een dier 'is' tevreden. Een mens 'ervaart' tevredenheid, geluk. Wij spreken over tevredenheid, geluk. Het is alsof wij onszelf overschouwen als toeschouwer. Alsof een ander persoon neerkijkt op ons. Wij 'ontdubbelen' als het ware onszelf. Tevredenheid of geluk wordt dan misschien vertaald in 'voldoening', 'vervulling' bij de toeschouwer. Als we tevreden zijn, zullen we zeggen dat het 'goed' is of was. Dat het een antwoord gaf op een sluimerende vraag die we altijd blijven stellen, waarom of hoe inhoud geven aan deze tijd op aarde. Het kan echter ook omgekeerd zijn: je ziet dat het leven één en al ontevredenheid en ongeluk was. Je 'ervaart' de tragiek in je leven. Je ervaart misschien dat leven inderdaad veelal drijft op de natuurwetten van velerlei slag waar je geen impact op hebt. Maar anderen zijn door bij toeval minder 'slachtoffer' van deze wetten en kunnen hun leven sturen naar 'voldoening'. Zijn zij niet diegenen die keuzes kunnen maken vanuit hun 'geweten'?
14-02-2010, 15:27:40
18-01-2010
Toekomst is morgen regen en hulp
Mijn dochter is gedoctoreerd in de 'futurologie' (studie van de toekomst). Zij heeft haar doctoraat behaald op basis van een studie van de impliciete toekomstvisie van de media. Na haar doctoraat heeft zij een jaar lang de wereld rondgereisd en gewone mensen geïnterviewd over hun toekomstvisie. Het meest frappante interview was dat van een berbervrouw in een maghreb-land. Op de vraag hoe ze de toekomst zag antwoordde ze: 'Ik hoop dat het morgen regent'. Na lang aandringen om toch haar visie op een langere termijn te geven antwoordde ze: 'Ik hoop dat het voldoende regent voor mijn kinderen'. (gehoord deze week).
Gevraagd naar een reactie van een priester in een vluchtelingenkamp in Haïti antwoordde hij: "Wij bidden elke dag dat de hulp vanuit het buitenland mag blijven komen". (nieuwsuitzending)
Haïti wordt de laatste jaren telkens opnieuw getroffen door orkanen. Er kunnen geen oogsten meer binnengehaald worden. Bomen worden gekapt vuur te maken voor het eten. Een generatie geleden was 80% nog bebost, nu nog 1%. De grond erodeert door de ontbossing en vruchtbare aarde vloeit naar de zee. De landbouwers die nog produceren moeten concurreren met buitenlandse (Amerikaanse) producten die gedumpt worden aan de helft van de prijs omdat sinds enkele jaren Haïti meegestapt is in de regels van de wereldhandelsorganisatie, zijnde de vrije wereldhandel. De maatschappij, de overheid, het land valt uiteen. (canvas uitzending 'Haiti vóór de ramp').
18-01-2010, 21:39:30
16-01-2010
Sacrale, menselijke persoon en verticaliteit
Maar als onder sacraal dat wordt verstaan wat een absolute waarde heeft of schijnt te hebben, dat wat zich onvoorwaardelijk opdringt, dat wat niet zonder heiligschennis of eerverlies geschonden kan worden (in de zin waarin wordt gesproken van het sacrale karakter van de menselijke persoon ..), kan waarschijnlijk geen enkele samenleving het zonder dat stellen. ... Laten we zeggen dat het van de menselijke soort het aspect is dat verticaliteit, het absolute of de wet inhoudt, een aspect waardoor we - dankzij de beschaving - iets anders en meer zijn dan dieren. (André Comte Sponville)
16-01-2010, 15:41:04
Saamhorigheid, delen, trouw, nihilisme en bron niet laten opdrogen.
Saamhorigheid is delen zonder te verdelen. ... Allen delen in hetzelfde genot, maar zonder het daarom te moeten verdelen. Als we die taart met vijf of zes man opeten, is het genoegen in geen enkel opzicht geringer dan wanneer je hem in je eentje zou opeten. Het wordt er juist groter door: het genoegen van ieder afzonderlijk, te midden van vrienden, wordt als het ware verdubbeld door het genoegen van allen tezamen. De buiken krijgen weliswaar een kleinere portie, maar de geesten beleven een groter genoegen, een grotere blijheid, die als het ware, paradoxaal genoeg, door het delen wordt vergroot. .... Geen samenhorigheid zonder trouw. .... Is het feit dat het geloof in God verdwijnt een reden om het kind met het badwater weg te gooien? Moeten we in dezelfde tijd dat we een God opgeven die maatschappelijk gezien overleden is (zoals Nietsche zegt) ook afzien van al die - morele, culturele, spirituele - waarden die in Zijn naam geformuleerd? Dat die waarden, historisch gezien, in de grote religies zijn ontstaan is niemand onbekend. ... Natuurlijk kunnen geloof en trouw samengaan... Maar je kunt ook het ene zonder het andere hebben. Dat onderscheid goddeloosheid (het ontbreken van geloof) van nihilisme (het ontbreken van trouw). ... De nihilistische barbarij heeft geen programma, geen project, geen ideologie. Ze heeft die niet nodig. Wie met die barbarij behept is, gelooft in niets: hij kent alleen maar geweld, egoïsme, minachting en haat. Hij is gevangene van zijn driften, domheid en gebrekkige ontwikkeling. .... Al meer dan 26 eeuwen geleden heeft de mensheid, in alle grote beschavingen die destijds bestonden, de grote waarden die ons in staat stellen samen te leven 'geselecteerd'. .... Door in cultureel opzicht conservatief te zijn kun je in politiek opzicht progressief zijn. .... Laten we het verleden niet overboord gooien. .... Blijven voortgaan voor het soort rivier dat de mensheid is, is de enige manier om de bron niet te laten opdrogen. .... Rijkdom is nooit voldoende geweest om een beschavig te vormen. Armoede nog minder. Er moet ook cultuur, verbeeldingskracht, geestdrift, creativiteit zijn, en zonder moed, werkzaamheid en inspanningen zal van dat alles niets tot stand komen. 'Het voornaamste gevaar dat Europa bedreigt, zei Husserl, is vermoeidheid. (André Comte Sponville)
Het is maar sinds kort dat ik het feit assumeer dat ik een christen atheïste ben. Oriana Fallaci heeft mij op dat spoor gebracht. Fallaci was door en door vrijzinnig, maar ze kon heel goed leven met de symbolen uit de katholieke (Italiaanse) geschiedenis. Geloof is een deel van de geschiedenis, ook van mijn geschiedenis. In onze streken is dat het
katholieke geloof. Dat heb ik natuurlijk altijd al geweten. Maar op een heel serene manier, zonder boosheid of verzet, beschrijft Fallaci hoe het katholicisme haar habitus, haar gevoel voor redelijkheid, gevoel voor schoonheid, voor ritme, voor menselijkheid mede heeft gemaakt en hoe anders dat zou geweest zijn in een ander geloof.3
Christen atheïst ben ik, ook al heb ik niet bij de nonnen op school gezeten, ook al heb ik steeds gedacht dat feministische theologie gewoon een tak van de geschiedenis (als vak, als discipline) is, ook al vind ik deze (UFSIA) campus verschrikkelijk, omdat hij mij herinnert aan wat in mijn Antwerpse jeugd Het Totaal Andere was (om niet te zeggen:
de vijand). Dit deel van mijn stad was voor mensen die niet mee waren met de moderne tijd. Een niet te betreden territorium van arrogante strijders voor een verloren zaak. Een achterhoede waar ik niets mee te maken wilde hebben. Maar toch besef ik dat ik, naast een kind van de Verlichting ook een christen atheïste ben. Ik weet dat de cultuur waarin ik leef hoe dan ook een christelijke cultuur is, ook al gaat er nog slechts 7 % van de mensen naar de mis4, ook al laat kardinaal Danneels
een ingestorte kerk achter en zijn de oude priesters overbelast als ze in zovele parochies tegelijk de gelovigen moeten bedienen. Het christendom is niet weg te denken, het is overal, en ik heb, door de uitdaging van de islam, ook veel meer waardering gekregen voor de evolutie van de christelijke cultuur dan ik vroeger had. Ik citeer Jacques Claes, emeritus hoogleraar van deze universiteit, uit zijn recente boek
Katholiek? Excuseer! Over Europa en zijn Christenen, p. 139:
Zelfs als het verhaal van bevrijding en vooruitgang religieus niet meer geslikt kan worden, blijft het ongemeen interessant, eigenlijk onmisbaar als cultureel instrument. Je kan ook zeggen als werkhypothese. Wie tenslotte wil geen toekomst, geen hoop dat het nieuwe kan? De hele westerse cultuur is er diep door getekend. (Magda Michielsen in 'Vol ongeloof. Zwijgen of spreken? http://www.moh.be/Vol%20ongeloof%20MM.pdf)
Wat laat de bron niet opdrogen? Waar halen we de geestdrift, verbeeldingskracht, creativiteit, de moed? Iets onvoorstelbaars? Iets buiten ons gewone denkpatroon? Met de hulp van de grote meesters?
16-01-2010, 15:35:53
Immateriële, consumptie ervaringen en relaties met anderen
Empirische studies van geluk hebben bewezen dat de voldoening die je haalt uit dingen kopen maar een kort leven beschoren is en voortdurend moet worden herhaald. Dat is sociaal, moreel en ecologisch verkwistend. Aan de andere kant geeft de consumptie van ervaringen (eerer dan dingen) een meer blijvende voldoening. De nieuwe diensteneconomie benadrukt de menselijke interactie meer dan de individualistische consumptie. In een extreme vorm zorgen luxehotels er nu zelfs voor dat hun rijke klanten zich, als ze dat willen, kunnen engageren voor lokale gemeenschapsprojecten. Die diensteneconomie zou kunnen zorgen voor hogere niveaus van algemeen welbevinden, omdat ze er de nadruk op legt dat mensen niet bestaan als afzonderlijke eilandjes, maar existentieel afhangen van hun relaties met anderen. (Harold James in de Tijd van 5 januari 2010).
16-01-2010, 15:20:40
Wat bewaren?
Hoe kan je nu conservatief zijn in Vlaanderen? Wat valt hier in godsnaam te behouden? Cultureel en intellectueel erfgoed is zo goed als onbestaande. Vlaamse schrijvers die langer dan tien jaar dood zijn, leest niemand nog. Met uitzondering van Willem Elsschot, gelukkig. En tradities hebben al helemaal niet. Wie gaat er nog naar de kerk? (R.Torfs, De tijd)
Laat niet zozeer de traditie jouw blik bepalen. Kijk zelf eens met jouw unieke en vrije ogen. Laat dan de wetenschap, de natuur, de mens tot je spreken. Ze schetsen je een beeld van onpeilbaarheid in de beperktheid van je bestaan. Het kennen, de waarheid is onpeilbaar.
16-01-2010, 15:15:51
Ecologie van het hart
We willen de atmosfeer zuiver houden om vrijer te kunnen ademen en onze groene planeet welvarend te houden. Ja, groen moet het doen.
Maar misschien is er een andere 'inconvenient truth', een waarheid die ons niet ligt. Want er bestaat ook iets als geestelijke en morele pollutie. Er is andere CO2-uitstoot die ons ademen hindert. Daar is de wildgroei van het geld, de ongebreidelde genieting en de verleiding van de macht. Een kanker is dat. 'Ja', zegt God, 'Ik heb dat wel zelf allemaal gemaakt - bezit, genot en macht. Ik heb ze jullie geschonken en het zijn mijn gaven.'
Jawel. Maar jullie hebben er afgoden van gemaakt waarvoor jullie wierook branden. Ze zijn jullie boven het hoofd gegroeid. Gaan filteren dus, dat moeten jullie, en de atmosfeer zuiver maken. De overtollige stikstof eruit, meer zuurstof erin. Filter die geldzucht door matigheid en vrijgevigheid. Filter het genot door zelfbeheersing. Filter de machtsdrang door de deemoed. (G. Danneels, DS 27/12/9)
16-01-2010, 15:12:03
Het concrete en verrijzenis
De geschiedenis, het concrete. Daarover gaat het in zijn meesterwerk ‘Jezus, het verhaal van een levende' uit 1974. In ‘Mensen als verhaal van God' schreef hij in 1989: ‘Als de levensweg van Jezus geen anticipatieve kenmerken van de verrijzenis vertoont, is zijn dood louter mislukking en het verrijzenisgeloof slechts vrucht van menselijk verlangen. Dan is Pasen een ideologie.' Voor Schillebeeckx had de verrijzenis van Jezus geen betekenis zonder wie Jezus was, wat hij zei, wat hij deed tijdens zijn leven. Geen miraculeuze hoogstandjes zonder een schitterend bestaan. ‘De kracht van God was al werkzaam in het leven zelf van Jezus en daarin deelt zijn dood.' (R.Torfs, De standaard 27/12/9)
16-01-2010, 15:07:03
Vooruitgang en de menselijke natuur
In de jaren '70 voorspelde men grote technologische evoluties. Nu blijken weinig van deze voorspellingen realiteit geworden te zijn. En van de weinige realisaties, blijkt dan nog een deel niet door de mensen gebruikt te worden (bv.video telefonie). Anderzijds was de opgang van sms, mail en sociale netwerken niet voorspelt. Men zou daar uit kunnen besluiten dat de volgens de ratio opgebouwde toekomstplannen doorkruist wordt door onder meer de menselijke natuur. Het zou kunnen dat de mens 'controle' wil houden en daarom enkel deze technologische oplossingen accepteert die hem deze 'controle' garanderen. Sms, mail en facebook verplichten bijv. de mens niet om onmiddellijk te reageren, maar eventueel niet of later te reageren. (gehoord)
16-01-2010, 14:48:16
Ander soort denken
Je kunt een probleem niet oplossen vanuit hetzelfde soort denken dat tot het probleem heeft geleid.
Albert Einstein
16-01-2010, 14:41:37
20-12-2009
Stilte, leegte en volheid, eenheid
De bekwaamheid tot aanvoelen eenheid, verbondenheid loopt over de stilte en de leegte. De leegte is echter 'volle' eenheid.
De dood is niets.
Wat we waren voor elkaar zijn we nog altijd.
Hoe kan iemand zoiets zeggen?
Wie de tekst aandachtig leest merkt op
dat de aanspreken het woord neemt vanuit
– wat hij noemt – de andere kant van de weg.
Daar heeft hij blijkbaar een heel andere visie op het leven en op de dood.
Het is de visie van iemand met de ervaring
van totale eenheid en verbondenheid met zijn Wezen
en, zo mogen we er als gelovigen aan toevoegen, met God,
want ons wezen is één met dat van God.
En eigenlijk komt het er voor de gelovige op aan
hier en nu al die eenheid en die verbondenheid met ons Wezen en met God
te zoeken, te vinden en te behoeden,
en vanuit deze ervaring te leven in deze wereld,
terwijl we dan, zo zegt Jezus in zijn afscheidsrede, al niet meer van deze wereld zijn.
Uiteraard is die eenheid en verbondenheid er alleen één van geest en hart.
Het is ook de enige eenheid en verbondenheid
die we met onze geliefde doden kunnen hebben,
als het lichamelijke zichtbare en tastbare van ons weggenomen is.
Hoe kunnen we die eenheid en verbondenheid van geest en hart
waarmaken, ervaren, beleven, zo, dat we ons in die eenheid opgenomen weten,
ons niet verweesd voelen en ons hart leert om niet verontrust te zijn?
Herinneringen zijn belangrijk, hoezeer ze ook kunnen verbonden zijn
met kwetsuren, met falen of met de pijn van het gemis.
De wijsheid leert dan we dat lijden, dat we verdriet noemen,
moeten leren dragen om te kunnen
– om het weer eens met woorden van de eerste lezing te zeggen –
spreken zoals weleer, lachen, bidden, glimlachen
en de naam uit te spreken zonder zweem van droefheid.
Herinneringen zijn belangrijk,
gedeeld met elkaar of gedeeld met eenzaamheid en stilte,
de grote oefenplaatsen voor de beleving van innerlijk eenheid en verbondenheid.
Maar herinneringen aan de geliefde die is heengegaan zijn onvoldoende.
Want willen ze ontdaan worden van de pijn van kwetsuren of van falen of van gemis,
dan moeten we ons bij de hand genomen weten
door iets of iemand die ons over die pijn heen tilt.
Jezus heeft het in dat verband over een helper, de Geest van waarheid,
de waarheid die ons vrijmaakt van angst.
Het is de waarheid over ons wezen,
over wie we eigenlijk zijn en worden moeten:
mensen die onvoorwaardelijk bemind zijn en tot liefde geroepen zijn.
Het is een waarheid die we leren ontdekken
als we luisteren naar ons diepste verlangen,
een verlangen dat in ieder mensenhart gelegd is
en de kans maakt om in deze dagen soms-even weer gehoord te worden:
het verlangen om een goed, liefdevol, vredevol en gelukkig mens te zijn.
Felix Timmermans
zou de ervaring van dat verlangen aanduiden als ‘zuchten’ en weemoed:
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijdt
en zegen ook zijn vruchten.
Een ganzendriehoek in de luchten,
nu komt de wintertijd.
Ik hoor U door mijn hart en door de rieten zuchten.
Ik ben bereid.
(gehoord in Oude Abdij Drongen nav herdenking n.M.)
De ziel van de mens is meer dan de verzameling van de verifieerbare condities. De ziel van de mens leeft, soms als verzuchting, soms als verlichting, die één wil worden of wordt, met die Ene transcendente God. De ziel van de mens is de niet verifieerbare conditie die de leegte voelt of - met verstand - vervult tot gloedvolle eenheid en liefde.
20-12-2009, 22:04:43