zaterdag 4 oktober 2014

Associativité, moteur de l'évolution cosmique

L'associativité crée, la sélection trie. L'associativité est une lame de fond, un principe créateur interne à l'évolution de l'univers, expliquant les grandes transitions qui caractérisent l'évolution universelle. Peut être a-t-on eu tort de considérer la sélection naturelle comme l'unique moteur de l'évolution cosmique, biologique et humaine. L'on voit ici qu'il est en tout cas nécessare de l'adosser au principe d'associativité qui, par son universalité, rend l'évolution de l'univers cohérente, significative, porteuse de sens. A tou le moins si le mot signifie "direction". ...

Soumis à une obligation de résultats, les scientifiques se doivent de garder les yeux rivés sur le champ étroit de leurs objectifs de recherche, au détriment d'une vision d'ensemble cohérente et signifiante. Or ne regarde pas une oeuvre picturale le nez sur la toile; pour bien voir et tout voir, il faut du recul. En se plaçant à bonne distance, on découvrira l'ensemble du dessin, et, peut-être du surcroît, le dessein de l'auteur - ce qu'il a voulu exprimer. Il est assez singulier que le principe d'associativité n'ait pas sauté aux yeux de la plupart des auteurs. ...

Voilà, entre bien d'autres, des critères inspirés par le principe de la coopératin commen fondement d'un paradigme unificateur préparant l'avènement de la plus formidable évolution à laquelle nous aspirons: celle de l'insurrection des consciences.... On ne mesure pas assez la puissance extraordinaire de la bienveillance. ....

Le cercle se resserre inexorablement: les causes de ces tragédies sont en chacun de nous. ... Par contrel, l'acceptation de cette réalité enclenche un examen, une introspection destinés à nous révéler à nous mêmes, nécessité impérieuse de la connaissance de soi. C'est alors qu'il devient évident que le changement de soit préexiste au changement de la société. ... "Connais toi toi-même" comme facteur essentiel pour que l'évolution positive du genre humain puisse avoir lieu.

Jean Marie Pelt  en Pierre Rahbi in 'Le monde a-t-il un sens?' p 128

Wie een ander kent is wijs, wie zichzelf kent is verlicht (Lao Tse).

Het is een doorgeslagen rationaliteit, een blind geloof in de rede en het meetbare. We zijn er heel wat waardevolle kennisbronnen door gaan bagatelliseren en afsluiten: het zintuiglijke, de ervaring, de praktijk, de emotie. Het doet mij denken aan de woorden van de Britse romancier G K Chesterton: A madman is not someone who has lost his reason but someone who has lost everything but his reason.

Uit de DS 28 sept 2014 'Een mens: wat mag dat kosten?'

In theoretisch opzicht kwamen ze allebei (leibniz en spinoza) van dezelfde plek, namelijk de toekomst: ze speelden op het veld dat Descartes had opengegooid, en de ontdekking van de rationaliteit als recht en richting voor de mens was voor hen allebei een overgang waarvan geen terugkeer mogelijk was. Het probleem was hoe die stap voorwaarts moest worden verenigd met een kleinigheidje waarvan geen beiden echt afstand wilde doen: God.
Matthew Stewart in DS magazine

Dawkins maakt duidelijk dat het net verwonderlijk is dat er zoiets bestaat als samenwerking en altruïsme. Kunnen we niet eerder verwachten dat natuurlijke selectie daar korte metten mee maakt? Het lijkt immers niet in het voordeel van een organisme zichzelf te kort te doen en een ander organisme te helpen. Dat werd dan weer door velen fout begrepen alsof altruïsme nooit authentiek kan zijn. Maar wat organismen doen enerzijds, en welk effect dat op genen heeft anderzijds, zijn twee verschillende zaken. Dawkins beschrijft organismen als vehikels van genetisch materiaal. Een lichaam is in essentie een omhulsel en een instrument van een een verzameling genen, die dat lichaam aanzetten tot voortplanting. Als dat lukt, is het niet zozeer het organisme dat gereproduceerd wordt, maar het genetisch materiaal.
Johan Braeckman in de TIJD 22/8/2014

Als rede niet gepaard gaat met passie en empathie komen we in een dorre samenleving waar eigenbelang regeert en mislukkingen niet worden getolereerd (Paul Verhaeghe).

Mensen doden elkaar niet in normale omstandigheden. Van nature zijn we afkerig van andermans bloed. We zijn een soort die in grote groepen samenleeft en drijft op samenwerking. We hebben mentale barrières die ons ervan weerhouden iemand anders een kogel door het hoofd te jagen. Maar die grenzen kunnen worden gesloopt. Evolutionair houdt dat steek, omdat geweld ook vaak vooruitgang betekent. Kijk naar de geschiedenis: het levert land op, grondstoffen, macht. Je kunt die grenzen slopen door drugs, rituelen zoals ritmische gezangen, maar ook door afstand te creëren. Fysieke, zoals bij de militair die vanachter een bureau in Arizona met een drone een trouwpartij aan het andere eind van de wereld bombardeert. Hij hoort het geroep niet, hij ruikt het verbrande vlees niet. Maar oook psychologische afstand. Door te denken: ik ben een mens, mijn vijand niet.'
De Tijd, 16/8/2014

Ten slotte concludeerden de onderzoekers dat oorlog jezelf en je groep een betere kans geeft in de evolutie. .... Wat nog niet wil zeggen dat oorlog onvermijdelijk is. Het percentage moord en doodslag verschilt aanzienlijk tussen de chimpansee-groepen. En zelfs als het in de menselijke genen ingebakken zou zijn, hebben wij nog steeds het grootste verstand van het dierenrijk, genoeg om ons te bezinnen eer we beginnen.
DS  17/9/2014