zaterdag 11 oktober 2014

Agalev en geluk

‘Klimaatverandering is eigenlijk tof’

Iedereen weet dat de opwarming van de aarde catastrofale gevolgen heeft voor onze kleinkinderen. Toch kijken we naar de ander en wachten af. Volgens de Duitse socioloog Harald Welzer kunnen individuele daden wel degelijk een verschil maken.

Stadslandbouw, insectenburgers, repair cafés, autodelen... In het streven naar een meer duurzame wereld kent de creativiteit geen grenzen. Maar wat haalt het uit als tegelijk de regering de deur openzet voor de bouw van een nieuwe kerncentrale, er groen licht komt voor een shoppingcentrum in de rand rond Brussel en geen enkele partij durft te raken aan het geld- en brandstofverslindende systeem van bedrijfswagens? Wat levert een veggie donderdag meer op dan morele zelfbevrediging als tegelijk miljoenen Chinezen elke dag hun stukje vlees willen?

‘Politiek is niet langer het verbeelden van een open toekomst, maar het in stand houden van een kwetsbaar status-quo’

In het boek Zelf Denken doet de Duitse socioloog Harald Welzer een gedreven oproep om toch maar te blijven experimenteren met andere manieren van leven en consumeren. Immers, noch klimaatpanels, groene partijen of een zoveelste milieutop lijken bij machte onze collectieve stormloop op de afgrond af te buigen. Kennis alleen zet niet aan tot gedragswijziging. Elke grote cultuuromslag spruit voort uit het praktische handelen van een kleine minderheid, heeft Welzer uit de geschiedenis geleerd.

‘Doemdenken is contraproductief. Het demotiveert mensen om iets te doen. Terwijl wij, als geprivilegieerde burgers van een rijke samenleving, voldoende speelruimte hebben om onze leefstijl te veranderen. Zonder aan welbevinden in te boeten.’

Hoe hebt u zelf uw leven veranderd?

‘Ik heb afscheid genomen van het keurslijf van de academische wereld, omdat ik het niet langer nodig vond om nog meer gegevens te verzamelen en te bewijzen wat we allang weten: op deze manier kunnen we niet blijven consumeren. Ik heb een eigen stichting opgericht om aan een tegenverhaal te werken.’

‘Anders leven is een leerproces. Soms faal ik. Zo vlieg ik bijvoorbeeld nog regelmatig naar een buitenlandse lezing. Ik heb een auto, maar daar rijd ik maar duizend kilometer per jaar mee. Ik ga met de fiets op vakantie, woon in een passief huis, heb geen smartphone. En ik heb niet het gevoel dat ik iets mis.’

Dan nog blijft het een feit dat u door te fietsen de opwarming van de aarde niet stopt.
‘Maar als je blijft rijden met een terreinwagen en drie keer per jaar een vliegreis maakt, zal de aarde zeker om zeep gaan.’

‘Ik vind het vreemd dat mensen die hun speelruimte benutten voor verzet en experiment, worden geridiculiseerd ten opzichte van alle anderen die het status quo in stand houden. Terwijl het net omgekeerd hoort te zijn.’

‘Los daarvan heb ik niet de verantwoordelijkheid om de wereld te redden. Dat kan geen enkel individu. Onze taak bestaat erin het beste te maken van wat in onze mogelijkheden ligt. Niemand hoeft zich schuldig te voelen omdat zijn of haar individuele actie niet volstaat om de klimaatverandering te keren, terwijl de grote massa doorgaat alsof er niets aan de hand is.’

‘Dat is een belangrijke les die ik wil meegeven in mijn boek. Schuldgevoel is geen motivatie om te handelen. Het is veel slimmer om verandering na te streven omdat je je er beter bij voelt.‘

Hebben apocalyptische klimaatrapporten daarom zo weinig impact?

‘Omdat het doemdenken geen oplossingen aanreikt. En omdat de link met onze persoonlijke, dagelijkse manier van leven en consumeren niet wordt gemaakt. Het verhaal van de opwarming is er een van diagrammen, CO2-percentages en smeltende ijskappen. Het is nutteloos om de mensen met nog meer informatie te overstelpen. Ik wil ze positieve mogelijkheden tot handelen en verzet aanreiken.’

Uw uitgangspunt blijft apocalyptisch: met het kapitalisme zullen we de 21ste eeuw niet overleven. Nochtans geloven veel mensen dat economische groei en het counteren van de klimaatopwarming samen kunnen gaan.

‘Dat is zelfbegoocheling. Empirische data bewijzen dat we zowel op globaal als op nationaal niveau elk jaar meer grondstoffen en meer energie verbruiken. Het enige dat is veranderd, is dat we efficiënter met die grondstoffen omgaan. Helaas vertaalt de efficiëntiewinst zich in nog meer consumptie. Zelfs als 20 procent van de tienduizend voorwerpen die we in huis hebben ‘groen’ is, dan nog beschikken we vandaag over vijf keer meer voorwerpen dan twintig jaar geleden. Economen noemen dat het rebound-effect: de winst die men boekt dankzij een hogere efficiëntie, wordt gebruikt om nog meer te kopen.’

‘Er bestaat niet zoiets als groene groei. In een expansieve economie of cultuur verandert efficiëntiewinst niets ten gronde. De consumptie en de uitputting van de grondstoffen gaan gewoon verder.’

Probleem is het alternatief voor het kapitalisme: het communisme of een terugkeer naar de middeleeuwen?

‘Het probleem is vooral dat we ons geen ander alternatief meer kunnen voorstellen. Onze samenleving lijkt haar toekomst te hebben verloren. Politiek is niet langer het verbeelden van een open toekomst, maar het in stand houden van een kwetsbaar status-quo.’

‘Dat toekomstverlies is symptomatisch voor de druk op onze democratische samenleving. Met alle kracht probeert men de bestaande toestand te behouden in een veranderende wereld. We klampen ons vast aan dezelfde recepten die het verval net veroorzaakt hebben. Zoals de bewoners van het Paaseiland dachten het voedseltekort op te lossen door nog meer grond uit te putten. Zelf denken wil een aanzet bieden om uit die tunnelvisie te breken en de toekomst weer te zien als een laboratorium van mogelijkheden.’

Was het ooit anders?

‘Natuurlijk. De hele westerse moderniteit is het resultaat van een geloof in de toekomst, al sinds de Verlichting. Het geloof dat je morgen vorm kunt geven, was zelfs de motor van 250 jaar kapitalisme. Het heeft ons welvaart, vrijheid en democratie gebracht. Het neoliberalisme heeft dat toekomstdenken gedood. De enige droom vandaag is het kopen van nog meer producten.’

U pleit voor verzet, maar noemt alle gekende verzetsbewegingen contraproductief, te beginnen met de groene beweging.

‘De groene beweging is ontstaan als een actiegroep. Theorie en praktijk, anders gaan leven, gingen hand in hand. Maar naarmate de groene beweging zich ontwikkelde, verschoof de focus naar meer technocratische oplossingen voor de milieucrisis. Hernieuwbare energie zou het antwoord bieden. Er kwam een Duitse energiewende. De paradox is echter dat wanneer hernieuwbare energie volop beschikbaar is, er geen enkele rem op consumptie meer staat. Het kapitalistische model zelf stellen de Duitse groenen niet eens meer in vraag.’

Even leek de Occupy-beweging het embryo van verandering.
‘Occupy was een apolitieke beweging. De 99 procent kwam in verzet tegen de 1 procent, die schuldig was aan alle problemen. Terwijl die 99 procent in hetzelfde bedje ziek is. Wij zijn niet de slachtoffers van 1 procent brutale kapitalisten. Als inwoners van deze rijke samenleving zijn wij allemaal medeschuldig.’

‘Vandaar dat de beweging ook zo snel gerecupereerd en geneutraliseerd kon worden. Uiteindelijk gingen zelfs bankiers mee betogen met Occupy voor de Europese Centrale Bank in Frankfurt.’ Zelfs het klimaatpanel van de VN versterkt volgens u het bestaande systeem.

‘De opwarming van de aarde is eigenlijk tof. Het is het perfecte onoplosbare probleem, want je lijkt er niets aan te kunnen doen, hoe hard je ook je best doet. Klimaatverandering is globaal, abstract, onzichtbaar en geurloos. Mensen kunnen geen verband maken tussen hun dagelijkse manier van leven en zoiets abstracts als CO2-uitstoot.’

‘Vandaar de paradox dat onze samenleving er wel in is geslaagd het probleem te erkennen, maar tegelijk de levensstijl voortzet die het probleem veroorzaakt. Dat verklaart ook al die conferenties en boeken en studies over klimaatverandering. Klimaatwetenschappers trekken uit hun onderzoek niet de conclusie dat die carrousel van internationale conferenties, met zijn enorme kosten aan transport, accommodatie, infrastructuur niet vol te houden is. Iedereen doet door als vanouds.’

Bedoelt u dat we de wereld niet via politiek zullen veranderen?

‘Natuurlijk wel. Verzet is bij uitstek een politieke daad. En alle individuele acties waar ik voor pleit, hebben nood aan een politiek kader. Een groter verhaal. Maar zo’n verhaal heb ik zelf niet in de aanbieding. Er is nu eenmaal geen masterplan voor de toekomst. Gelukkig maar, want elke keer dat men de toekomst met een masterplan vorm wilde geven, volgden totalitaire catastrofes. Dat is wat het nazisme en het stalinisme wilden doen.’

Ik pleit voor experiment. Het nieuwe verhaal zal geleidelijk worden geschreven, uit het mislukken en slagen van vele kleinschalige initiatieven om te breken met de consumptielogica.’

Volgens u volstaat 3 tot 5 procent van de bevolking om een grote maatschappelijke verandering te bewerkstelligen.

‘Je hebt geen meerderheid nodig om de samenleving te veranderen. De studentenbeweging in de VS startte met een heel klein groepje, maar heeft enorme invloed gehad.

Alle succesvolle sociale bewegingen begonnen als minderheden. De voorwaarde om te slagen is wel dat die 3 tot 5 procent door alle lagen van de samenleving heen gaat en navolging krijgt: ondernemers, politici, leraars, agenten, advocaten, journalisten, acteurs, conciërges, werklozen. Dan gaan de krachten elkaar versterken, zoals is gebeurd met het feminisme, de burgerrechtenbeweging of de sociale beweging. Want als de minderheid zich beperkt tot een groepje van gelijken, krijg je hoogstens een subcultuur.’

Een van uw twaalf lessen voor verzet luidt: ‘Sluit bondgenootschappen.’

‘Biologisch en psychologisch is de mens gemaakt om samen te werken. Geen enkel ander dier op aarde heeft een sociaal brein zoals de mens. Onze hersenen ontwikkelen zich tot twintig jaar na geboorte. We zijn gekneed uit duizenden jaren van interactie en samenwerking, en niet door tweehonderd jaar kapitalistische cultuur van de homo economicus. Het zelfbeeld van concurrentie, absolute zelfontwikkeling en extreem individualisme is heel recent, en in strijd met ons wezen. Waarschijnlijk zullen we die manier van denken in de toekomst belachelijk vinden.’

Harald Welzer, Zelf Denken. Een leidraad voor verzet, uitgave Oikos denktank

DS 11 oktober 2014

"Een bekende psycholoog die zich met geluk bezighoudt is de Amerikaan Martin Seligman, auteur van het boek Authentic Happiness (Gelukkig zijn kun je leren). Hij onderscheidt drie geluksniveaus:

- The Pleasant Life. Daarmee bedoelt hij positieve emoties - blijdschap, opwinding en dergelijke. Die kun je opwekken door bijvoorbeeld leuke dingen te doen, iets lekkers te eten of iets leuks te kopen.

- The Engaged Life. Het geluksgevoel dat je beleeft door helemaal op te gaan in iets, helemaal samen te vallen met wat je doet. Tegenwoordig wordt dat ook wel flow genoemd.

- The Meaningful Life. Dat wil zeggen dat je je verbindt met en inzet voor iets wat groter is dan jijzelf. Dat kan een goed doel zijn, maar ook je gezin of je familie. Het zit hem er in dat je iets doet voor anderen, bijdraagt aan het geluk van anderen, en voelt dat je deel uitmaakt van een groter geheel."

Karin Bosveld