De fil conducteur van Pagels boek is dat cultuur niet tegenover natuur staat, maar dat cultuur net een biologische strategie is. Een uitermate succesvolle trouwens. De mens is niet het enige fascinerende dier met cultuur. Maar de mate waarin cultuur bepalend is voor onze soort is buiten alle proporties. Natuurlijke selectie leidt niet alleen tot strijd tegen elkaar; dat is een misverstand. Ze kan evenzeer leiden tot genen die hunkeren naar samenwerking. If you can’t beat them join them blijkt een biologisch devies. Bij de homo sapiens draait alles rond ons waanzinnig vermogen tot samenwerken, betoogt Pagel.
Samenwerking met vormen van altruïsme is geen biologisch unicum. Denk maar aan bijen. Maar onze bereidheid tot samenwerken met soortgenootjes die genetisch niets met ons te maken hebben, is wel degelijk een straffe toer voor het leven op onze aardbol. Ons lijf, ons brein op kop, is helemaal gekneed door onze evolutie om ultra-sociaal te zijn. Dat kan alleen wanneer genen een deel van hun werk uitbesteden aan de omgeving, aan de sociale omgeving. Een kind heeft het vermogen om via cultuur informatie snel op te nemen. Dat gebeurt bewust maar evenzeer onbewust. Door de evolutie van ons cultureel vermogen zijn we in staat geweest onszelf te domesticeren.
Ons biologisch traject vol cultuur via de sociale omgeving maakt ons tot een uitermate flexibele soort. Een ideaal recept om ook lastige milieus in te palmen en zelfs naar onze hand te zetten. Maar evolutiebiologen weten als geen ander dat medailles ook keerzijdes hebben. Ons sociaal vermogen ontwikkelde zich vooral voor een samenwerking binnen relatief kleine groepen en tegelijk ook tegen andere groepen. Oorlog in dienst van religie of van andere ideeën die we elkaar om sociale redenen aanpraten, vormt een veelzeggend voorbeeld. Maar ook de vlotte bendevorming in dienst van voetbal en co blijkt meer met onze biologie te maken dan gedacht.
Cultuur is onze natuur, Hans Van Dyck in DS 26/7/2014
Samenwerking met vormen van altruïsme is geen biologisch unicum. Denk maar aan bijen. Maar onze bereidheid tot samenwerken met soortgenootjes die genetisch niets met ons te maken hebben, is wel degelijk een straffe toer voor het leven op onze aardbol. Ons lijf, ons brein op kop, is helemaal gekneed door onze evolutie om ultra-sociaal te zijn. Dat kan alleen wanneer genen een deel van hun werk uitbesteden aan de omgeving, aan de sociale omgeving. Een kind heeft het vermogen om via cultuur informatie snel op te nemen. Dat gebeurt bewust maar evenzeer onbewust. Door de evolutie van ons cultureel vermogen zijn we in staat geweest onszelf te domesticeren.
Ons biologisch traject vol cultuur via de sociale omgeving maakt ons tot een uitermate flexibele soort. Een ideaal recept om ook lastige milieus in te palmen en zelfs naar onze hand te zetten. Maar evolutiebiologen weten als geen ander dat medailles ook keerzijdes hebben. Ons sociaal vermogen ontwikkelde zich vooral voor een samenwerking binnen relatief kleine groepen en tegelijk ook tegen andere groepen. Oorlog in dienst van religie of van andere ideeën die we elkaar om sociale redenen aanpraten, vormt een veelzeggend voorbeeld. Maar ook de vlotte bendevorming in dienst van voetbal en co blijkt meer met onze biologie te maken dan gedacht.
Cultuur is onze natuur, Hans Van Dyck in DS 26/7/2014