zondag 14 december 2014

Humilité, één familie, jubilate


Hooglied 2,8-13:
Hoor, daar is mijn geliefde! Kijk, daar komt hij aan, over de
heuvels komt snelt hij voort.
Mijn lief is als een gazelle, hij lijkt wel het jong van een hert.
Daar staat hij achter de muur van ons huis. Hij ziet door het
raam en kijkt door de tralies naar binnen
Nu roept mijn geliefde en zegt tegen mij: ‘Sta op, mijn liefste,
kom toch, mijn mooiste.
Kijk maar, de winter is voorbij, de regen is voorgoed
verdwenen.
Kijk, op het veld staan weer bloemen; de tijd om te zingen
breekt aan, de roep van de tortelduif klinkt over het land.
De vijgenboom draagt zijn eerste vruchten al, en wat ruikt de
bloeiende wijnstok heerlijk!
Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn mooiste!
J.S.Bach - Liebster Jesu, wir sind hier”, BWV 731

De eerste brief van de heilige Paulus
aan de Korintiërs (1Kor 15, 35-37; 42-46)
Broeders en zusters, wellicht iemand vragen: " Hóé verrijzen
de doden? Met wat voor lichaam?" Een dwaze vraag! Ook wat
gij zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt, en
wat ge zaait is slechts een graankorrel of iets dergelijks, en het
heeft nog niet de vorm die het zal krijgen.
Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid
wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; wat
gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in glorie; wat
gezaaid wordt in zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht.
Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam
verrijst. Zoals er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook
een geestelijk lichaam. In deze zin staat er geschreven: de
eerste mens, Adam, werd een levend wezen. De laatste Adam
werd een levendmakende Geest. Maar het geestelijke komt
niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het
geestelijke.
W. A. Mozart: Exultate jubilate, KV. 164

Evangelie van Onze Heer Jezus Christus volgens
Matteüs (Mt. 5,1-12)
Bij het zien van deze menigte ging Jezus de berg op, en toen
Hij was gaan zitten, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam
het woord en onderrichtte hen met deze toespraak:
"Gelukkig die arm van geest zijn, want hun behoort het
koninkrijk der hemelen.
Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost
worden.
Gelukkig die zachtmoedig zijn, want zij zullen het land erven.
Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want
zij zullen verzadigd worden. Gelukkig die barmhartig zijn,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God
genoemd worden.
Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid,
want hun behoort het koninkrijk der hemelen.
Gelukkig zijn jullie, als ze jullie uitschelden en vervolgen en je
van allerlei kwaad betichten vanwege Mij.
Wees blij en juich, want in de hemel wacht jullie een rijke
beloning. Zo hebben ze immers de profeten vóór jullie
vervolgd".
Johan Sebastian Bach Fuga en re min, BWV 538
http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/100seconden

Johannes 15:12-17
Dit is mijn wens: dat gij elkaar liefhebt, zoals ik u heb liefgehad.
Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.
Gij zijt mijn vrienden. Ik noem u geen dienaars,
want de dienaar weet niet wat zijn Heer doet.
Maar ik heb u vrienden genoemd,
want ik heb u alles meegedeeld
wat ik van de Vader heb gehoord.
Dit is mijn wens: dat gij elkaar liefhebt.

Was het leven soms ook hard
't Was gemengd met vreugde en smart.
Voor ons altijd goed
Bracht ge troost en moed
neen, nu vind ik geen klanken
om jullie voor zoveel goed te danken.
(gelezen op bidprentje)

"14Wanneer namelijk heidenen, die de wet niet hebben, de wet van nature naleven, dan zijn ze zichzelf tot wet, ook al hebben ze hem niet. 15Ze bewijzen door hun daden dat wat de wet eist in hun hart geschreven staat; en hun geweten bevestigt dit, omdat ze zichzelf met hun gedachten beschuldigen of vrijpleiten".
Ik zou het met de woorden  van iemand die ik goed ken, als volgt stellen : een spiritueel leven komt niet noodzakelijk van het hoofd naar de benen, maar komt ook (en misschien vooral) van de benen naar het hoofd ... Spiritueel ben je niet, maar 'wordt' je door het leven die je leidt. En spiritueel betekent voor mij: mens zijn "ten voeten uit" met al zijn "geestelijke" of "spirituele" vermogens die de pure rationaliteit en menselijke condities ver voorbij kunnen gaan als de hij dat "wil", om het leven en zijn medemensen te omarmen.

Circulaire, prosumentaire, naar publiek belang gerichte, genetwerkte, deeleconomie basis voor kleinere ecologische voetafdruk? Geen cakewalk.

Een slim netwerk maakt ook een 'enorme sprong in productiviteit' mogelijk, voorspelt Rifkin - 'extreme productiviteit', zelfs. . Internet maakte het mogelijk om die zo goed als gratis te repliceren en te verspreiden. Maar het deed meer dan dat alleen. .... Het gaf consumenten ook de mogelijkheid om 'prosumenten' te worden, en vrijwel gratis hun eigen informatie te creëren en met de wereld te delen. 'Dat heeft oude industrieën ontwricht', zegt Rifkin. .... 'De volgende twee of drie decennia zullen prosumenten in immense continentale en wereldwijde netwerken groene energie produceren en delen, en ook fysieke goederen, en diensten', stelt Rifkin. ...
'In het komende tijdperk', schrijft Rifkin, 'zullen kapitalisme en socialisme beide hun ooit dominante greep op de maatschappij verliezen, omdat een nieuwe generatie zich in toenemende mate identificeert met Collaboratism' - een samenwerkingseconomie, vrij vertaald. ' .... . 'Collaborative commons', noemt Rifkin zulke samenwerkingen die niet gedreven lijken door eigenbelang of winst, maar door een soort publiek belang. .... Onbewust krijgen ze zo de boodschap dat toegang en delen belangrijker zijn dan bezit. Iets wat Rifkin al in 2000 voorspelde, in zijn boek 'The Age of Access', lang voor het idee van 'toegang is de nieuwe eigendom' mainstream werd. Het leidt in zijn ogen tot een mentaliteitswijziging. 'Zulke kinderen leren om later hun gereedschap, hun kleren, hun auto's en hun huizen te delen via AirBnB of couchsurfing. Ze leren hoe ze deel worden van een circulaire economie. Waar alles herverdeeld wordt, en meer mensen minder natuurlijke rijkdommen opgebruiken.' Precies daarom moeten we voluit inzetten op het nieuwe platform van de derde industriële revolutie, vindt Rifkin. Dat kan leiden tot een kleinere ecologische voetafdruk, 'hopelijk op tijd om de klimaatverandering aan te pakken'. Want vooral daarover is hij bezorgd. 'Binnen drie of vier generaties zouden we in een nachtmerrie kunnen zitten.  …. 'We hebben een nieuw economisch verhaal nodig', zegt Rifkin. 'Door de jaren ben ik ervan overtuigd geraakt dat we naar de afgrond gaan, zolang we blijven voortdoen op het platform van de tweede industriële revolutie. Het platform van de derde industriële revolutie staat ons toe ons economische leven op een heel nieuwe manier te organiseren, en onze ecologische voetafdruk drastisch naar beneden te halen, door onze productiviteit te vergroten en onze efficiëntie te verhogen door de hele waardenketting heen.' 'Technologie evolueert heel snel, en ik denk dat dit een te goede deal is voor de mensheid om nee tegen te zeggen', zegt Rifkin. Maar een 'cakewalk' wordt het niet, geeft hij toe…. 'Ik ben niet optimistisch', benadrukt hij een paar keer. 'Er zijn zoveel moeilijkheden dat het ontmoedigend is. Ik ben niet zeker of we er zullen geraken. Maar ik denk niet dat er een plan B is.'

J.Rikfin in de Tijd van 13 december 2014

Het gaat de goeie richting op want de macht, zelfs in de arbeidsverhoudingen, is aan het opschuiven van het kapitaal naar de kenniswerker. En dat is de echte emancipatie, waar het individu meer controle over zijn leven begint te krijgen dan dat het hem opgelegd werd in klassieke kapitalistische modellen zoals op het einde van de 19e eeuw. (Jo Libeer, voorzitter Voka, in 'Het voordeel van de twijfel' op canvas).

zaterdag 6 december 2014

Geen zuiver denken, alleen menselijk denken, met al zijn bepaaldheden. En zo is goed.

Dat ik gedoopt ben, heeft zeker betekenis voor mij. Ik geloof niet dat het christendom op zijn einde loopt. Die traditie bestaat nu al meer dan 2.000 jaar en volgens mij krijgt de twijfel van onze beperkte postmoderne tijd dat niet kapot. De wetenschap is niet aan het einde van haar Latijn, de religie evenmin. Wetenschap en religie gaan perfect samen. Sommigen beweren: de mens bestaat voor 99 procent uit water en beenderen, slechts voor 1 procent uit geest. Voor mij geldt het omgekeerde: de geest, de ziel is het wezenlijke van ons menszijn. Ik noem dat ‘de droom’. Daar gaat het om in het leven: geloof, hoop en liefde. Verlangen naar eenheid, naar wat de mens te boven gaat.

Iedereen vult dat persoonlijk in. Was ik in China geboren, dan was ik wellicht een boeddhist. Maar ik leef nu eenmaal in die katholieke traditie. En ik ben daar blij om. En, ja, ik ben ook blij dat ik gedoopt ben. Rituelen zijn wezenlijk. Ze zijn de uitwendigheden van de droom. Voor christenen is het doopsel cruciaal. Dat soort ‘barbaarse symbolen’ ontroert mij. Het woord ‘barbaars’ leen ik van wijlen Johan Anthierens. Die rituelen dateren inderdaad van voor de explosie van de wetenschap, ze groeiden organisch uit de oerervaring van een volk. Niet jij kiest ze, zij kiezen jou. Terwijl Anthierens vond dat je ze daarom moest afzweren, vind ik ze net mooi. Ik ben trots deel te hebben aan die oersymbolen van water en vuur. Zouden wij, postmoderne blasé geworden mensen, werkelijk zo anders zijn dan die mensen van toen?

Ik vind niet dat je een kind later zelf moet laten beslissen of het wil worden gedoopt. Ik heb uit volle overtuiging mijn zoontje laten dopen. Natuurlijk gaat het op zo’n moment vooral om de keuze en de overtuiging van de ouders. Maar je laat je kind toch ook niet zelf zijn naam kiezen? Die opvatting van zelfbepaling en vrijheid deel ik niet. Je bent nooit totaal vrij, zeker als kind niet. Er is geen zuiver denken, alleen menselijk denken, met al zijn bepaaldheden. En zo is het goed.

Dat is niet beknellend. Het mooie aan onze God is dat Hij zijn schapen laat kiezen: je hoeft niet bij de kudde te blijven. Ik ben daar als puber ook losjes mee omgesprongen. Maar vanaf pakweg mijn dertigste, is dat mij opnieuw sterk gaan bezighouden. Met het stijgen der jaren, word je contemplatiever. Je vraagt je af: ‘Hoe moet dat met de mensheid, met dit leven en wat mogen we verwachten na dit leven?’ In het christendom leeft de hoop dat de liefde niet sterft, maar sterker is dan de dood. Die hoop probeer ik gestalte te geven als zanger en schrijver. En misschien kan dat zo ook iets voor andere mensen gaan betekenen.

Ik ben nogal reflexief met het geloof bezig. Maar ik probeer het ook zo goed en zo kwaad als dat gaat, te beleven. Ik tracht de eucharistie een plaats te geven in mijn leven, al is dat in een artiestenbestaan niet altijd evident. Soms stap ik zomaar een kerk binnen. Onlangs ben ik helemaal naar Amiens gereden om er de kathedraal te leren kennen – een ingrijpende ervaring. Vorig jaar ben ik naar Lourdes getrokken, op uitnodiging van de KSA van West-Vlaanderen. Daar heb ik iets begrepen van Jezus’ woorden: ‘Waar twee of drie in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’

Natuurlijk weet ik dat de Kerk door de verleiding van de macht fouten heeft gemaakt. Maar dat raakt de kern niet. Mensen maken nu eenmaal fouten. Ik betreur dat, maar God heeft daar niets mee te maken. Hij huilt om onze fouten. DS 6/12/2014 Luc De Vos