zaterdag 11 januari 2014

La disponibilité avec l'hôte silencieux qui écarte toute limite

L'homme ... n'existe en vérité que dans la disponibilité avec l'hôte silencieux qui écarte toute limite.

(Le ciel est en toi, Michel Cornuz, p.21).

'Daarin beschrijft hij het lange, duizenden jaren durende, ‘intellectualiseringsproces’ dat de mens vanaf de vroegste tijden meemaakt – van een wereld die geheel en al beheerst wordt door magisch denken, naar een wereld die zuiver rationeel wil zijn, een wereld waarin praktische problemen niet door gebeden maar door middel van technologie worden opgelost.

‘Dit nu betekent de onttovering van de wereld’, aldus Weber. ‘We hoeven niet meer, zoals de primitieve mens voor wie wel zulke machten bestaan, naar magische middelen te grijpen om de geesten te bezweren of gunstig te stemmen. Dat doen technische middelen en berekening voor ons.’

Weber voorziet één groot probleem in dat almaar groter wordende geloof in de kracht van de technologie. Wie zijn blik op de wereld zuiver laat bepalen door berekening en een vertrouwen dat alles in het leven beheerst kan worden, accepteert welbeschouwd geen door de natuur vastgestelde grenzen meer. Menselijke beperkingen zijn er om te overstijgen, een rationeel mens wordt geacht zijn lot in eigen handen te nemen. Daardoor komt het idee van een natuurlijke orde, zoals dat nog verbeeld wordt in het vredige, onthechte schilderij van Bruegel, onder druk te staan.

Er is nog een ander lastig aspect aan dat proces van onttovering, dat door Weber zelf over het hoofd lijkt te worden gezien. Ook de mens zelf is onttoverd. De mens is geen mythisch wezen, de mens is geen religieus wezen, de mens is een biologisch wezen – alles wat hij doet of denkt, is het resultaat van natuurlijke processen. Het idee van een menselijke ziel, waarin zijn onvervreemdbare kern zich zou ophouden, mist iedere wetenschappelijke grond. Zelfs ons idee van een persoonlijke identiteit, van een ik, blijkt bij nadere beschouwing een optische illusie. We zijn, alle bewijs wijst erop, niet meer dan een verzameling biologische en neurologische processen, voortdurend aan verandering onderhevig en uiteindelijk gedoemd om te vergaan. Alleen: iets in ons brein verschaft ons de illusie dat we mensen uit één stuk zijn, iets in onze hersenen maakt dat we onszelf als bezielde wezens blijven zien die, om het simpel uit te drukken, boven de materie staan. Het is niet zo, maar we zijn evolutionair uitgerust te denken dat het wel zo is. .....

Mij lijkt het dan ook onzinnig om, zoals de natuurwetenschapper en filosoof Daniel Dennett, te denken dat de mens er ooit een zuiver op wetenschappelijke feiten gebaseerd wereldbeeld op na zal houden. De scheiding die hij, en met hem zovele anderen, aanbrengt tussen enerzijds een wetenschappelijke, rationele – en anderzijds een irrationele, romantisch of religieus getinte kijk op mens en wereld, lijkt me ten enenmale fictief en onhoudbaar.

Je kunt wetenschappelijk vaststellen dat alles wat door de mens gebruikt wordt om zijn bestaan op deze planeet zin te geven te reduceren valt tot een activiteit in de hersenen – wat ik ook zeker geloof – maar daarmee heb je die mechanismen nog niet gedeactiveerd. Het is al vaak vastgesteld dat de neiging tot geloof bij de mens deel uitmaakt van het evolutionaire proces – en dat wanneer men niet langer in een god gelooft dat bepaald niet betekent dat men zijn religieuze neigingen kwijt is. Ik wil hier zelfs beweren dat iedere menselijke overtuiging, zelfs de meest seculiere en genuanceerde, op een gegeven moment religieuze trekken kan krijgen. Ook het meest ongrijpbare fenomeen van allemaal, de liefde, valt tenslotte te verklaren vanuit de wetenschap als een neurologisch en chemisch proces. En toch zullen maar weinig mensen geneigd zijn het zo op te vatten en hun leven met die kennis in te richten.

Je kunt zeggen dat met de door Weber vastgestelde onttovering van de wereld ook de menselijke verbeelding steeds meer naar de marge van onze cultuur is gedrongen. Wanneer men niet langer in staat is of zich geroepen voelt om de wereld te interpreteren, of om betekenis te geven, blijft er slechts één enkele vorm van zingeving over: calculatie. De mens is dan louter een optel- en aftreksom geworden, de homo economicus. ...

Het intellectualiseringsproces dat door Weber is beschreven is hardhandig tegen zijn eigen begrenzing op gelopen – die grens heet de mens. Die mens wil dromen en fantaseren, interpreteren, betekenis geven, zin ontdekken. Als het niet goedschiks kan, dan kwaadschiks.

In zijn essay The Case against Perfection. Ethics in the Age of Genetic Engineering probeert de populaire Harvard-professor Michael Sandel een ethiek te vinden ten opzichte van de nieuwe maakbaarheid van de mens. Hij ziet het hele debat over gentechnologie in morele termen. Naast de vraag ‘hoe ver kunnen we gaan?’ moet de vraag ‘hoe ver willen we gaan?’ gesteld worden. Daarmee zijn we terug bij de mythe van Icarus. Sandel ziet zelf ook in hoe verleidelijk de droom van de totale maakbaarheid van de wereld en dus ook van de mens is. Hij schrijft: ‘Er zit iets aanlokkelijks, zelfs iets meeslepends, aan een menselijk beeld van menselijke vrijheid die niet door de gegeven aard van het leven aan banden is gelegd. Wellicht was die visie zelfs zo verleidelijk dat ze een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de revolutie in de genetica.’

Hier zien we de Icarus als hemelbestormer, Icarus als grensverleggende held, zoals die is afgebeeld in een schilderij van Rubens. Maar, zegt Sandel, ‘we kunnen gentechnologie ook zien als de ultieme uitdrukking van ons streven om onszelf boven de wereld te plaatsen, als meesters over onze natuur. Maar die opvatting van vrijheid is onjuist. Ze dreigt onze waardering voor het leven als een geschenk te ondermijnen. Het enige wat er dan nog overblijft om te respecteren is onze eigen wil.’ ....

Het leven als een geschenk – het is gemakkelijk die notie af te doen als een fantasie, een product van de verbeelding – het is zuiver een geval van interpretatie, of zo u wil bewustzijn. Maar dat is precies waar het mij om gaat. Wanneer wij onszelf en de wereld niet als gegeven beschouwen, maar als iets wat ons is gegeven, kan het ons behoeden voor de waan van de maakbaarheid, zowel de maakbaarheid als wetenschappelijke droom en als romantische droom. Die notie dwingt onze interpretaties van onszelf en de wereld te toetsen op houdbaarheid. Ze dwingt tot het besef dat ons beeld van de wereld nooit helemaal samenvalt met de wereld zelf.

(Bas Heijne, De betovering van de wereld in DS 14 december 2013)

Ik zie mijn atheïsme nu als wat het is: een intellectueel geloof dat vooral toegankelijk is voor mensen die niets te kort komen. Ik kijk terug naar de jongen van zestien die ik was en ik zie de Predikant en zijn publiek met andere ogen. Ik kijk naar een kwetsbare vrouw die bidt en zie een moeder die met een minimumloon drie kinderen probeert groot te brengen, terwijl hun vader ergens dronken is. Ik kijk naar een tienermeisje met een kruisje en zie een jonge vrouw die door een verslaafde vader wordt misbruikt en dat even wil vergeten. Ik kijk naar de Predikant en zie een man die in een krot woont, zonder elektriciteit, een man die wanhopig probeert om van de drugs te blijven en iets te begrijpen van een wereld die hem weinig heeft geschonken. Zij vonden hun hoop waar ze konden.

Ik zou graag teruggaan naar de jongen van zestien die ik was en zeggen dat hij geen wijsneus moet zijn. Ik wil hem vertellen dat hij dankbaar moet zijn omdat hij het zo gemakkelijk heeft. Omdat hij een uitweg heeft, een weg naar welvaart. Ik zie ook Richard Dawkins anders. Ik zie hem nu als een volwassen versie van die jongen van zestien, trots op zijn verstand en niet in staat om te begrijpen waarom iemand iets anders denkt of gelooft dan hij. Ik zie iemand die zo ver van de mensheid en van de ambiguïteit van het leven verwijderd staat, dat hij andersdenkenden veroordeelt. Ik zie iemand die zelf doet wat hij bij anderen zo ergerlijk vindt: prediken uit egoïstisch voordeel.

(Chris Arnade, ‘Misschien is atheïsme een intellectuele luxe voor rijken’, DS 28/12/2013)

Ik begin een beetje bank te worden omdat ik intellectuelen steeds vaker de rede ter discussie hoor stellen. We moeten blijkbaar terug naar het gevoel, de emotie, een verhaal. Dat zijn frasen van romantici in de tweede helft van de 19de eeuw. Zoiets is niet ongevaarlijk. Als je de emotie de bovenhand laat nemen, krijg je vlug fundamentalisme. En daar hebben we momenteel genoeg van.

(Etienne Vermeersch, De Tijd).