zaterdag 22 juni 2013

We moeten leren onszelf te beheersen

De hedendaagse economie zou sommige van haar nieuwe ideeën los moeten laten, vindt Sedlacek, en zich weer moeten bekeren tot een aantal oudere inzichten. Een van die relatief nieuwe ideeën is het geloof in de vooruitgang en de ongebreidelde economische groei. Vooruitgang is het gebod van onze tijd, een axioma dat nergens bewezen is maar als zo vanzelfsprekend wordt ervaren dat het niet in ons opkomt om eraan te twijfelen of er kritische bedenkingen te twijfelen of er kritische bedenkingen bij te maken. In die zin is economie bijna een religie.

Met een economisch beleid dat uitsluitend materiële welvaart als doel heeft, maken we alleen maar systematisch meer schulden. Maar deze crisis is meer dan een schuldencrisis. Sedlacek pleit voor matiging: we moeten leren onzelf te beheersen. We dachten onze verlangens te bevredigen door eraan tegemoet te komen, maar dat is een grote misvatting gebleken. Consumptie is te vergelijken met een verslavend middel: we zijn nooit verzadigd. Erger: we zijn ons verzadigingspunt in feite al voorbij. Iemand die juist goed gegeten heeft, maak je niet gelukkiger met nog een gevuld bord. Toch blijven we ons vasthouden aan het idee van ongebreidelde groei. We weten niet waar die groei naartoe leidt, zegt Sedlacek fijntjes, maar die tekortkoming maken we goed door nog sneller te willen groeien.

We moeten afscheid nemen van onze voortdurende ontevredenheid en weer oog krijgen voor voldoening en rust. We moeten dankbaar leren zijn om wat we hebben, zegt Sedlacek. Want dat is veel. Maar economen hebben moeite met het idee van verzadiging. Hun modellen gaan juist uit van de onverzadigbaarheid van mensen. Misschien is dat wel een typisch menselijk trekje. Sedlacek toont hoe zelfs bij de Hebreeërs, die de sabbat in ere houden, die rustdag toch in de vorm van een gebod gegoten is. De mens lijkt van nature de neiging te hebben altijd maar door te werken. We moeten echt verplicht worden om tot rust te komen en te genieten van wat bereikt is. Ook daar kunnen de oude culturen ons te hulp komen. Zij kenden het vooruitgangsidee niet, en beschouwden het leven vaak als een opeenvolging van cycli. Ze hadden daar rituelen voor, en aanvaardden dat het op het ene moment wat beter ging en vervolgens wat minder: een dynamische vorm van status quo.

De Yale economic review noemde hem een van de vijf scherpste geesten van de economische wetenschap. Als iemand van zijn kaliber pleit voor matiging en een terugkeer naar oude, menselijker waarden, dan moeten we misschien maar eens goed naar hem luisteren. Zijn verhaal is alvast een stuk begrijpelijker en realistischer dan de eindeloze wiskundige modellen.

In De Bond over Tomas Sedlacek en zijn boek, De economie van goed en kwaad.