zondag 14 april 2013

Open geest en potentieel. Materie en snaren.

Daarom is kosmologie zo'n uitdagend en magisch onderzoeksveld. Je kan je dat heel moeilijk voorstellen, omdat het compleet indruist tegen de waarneembare realiteit en onze intuïtie. Om de oerknal te bestuderen, moet je een heel open geest hebben. Of je in zo'n gigantisch universum niet snel geneigd bent te denken dat de mensheid niets voorstelt? Helemaal niet. Ons onderzoek wijst erop dat er heel veel werelden mogelijk zijn, maar dat vele niet levensvatbaar zijn. Dat wij wél bestaan, is dus zeker niet betekenisloos. De mens is speciaal. We lijken in staat het heelal te begrijpen, iets waarvan we de volledige draagwijdte nauwelijks bevatten. Nee, ik heb het gevoel dat dat het laatste nog lang niet gezegd is is over de plek van de mensheid in het heelal. Als kosmoloog kom je dan snel uit bij een zeer intrigerende vraag: wat is nu het potentieel van de mensheid. .... Alle materie bestaat uit één en hetzelfde snaartje, maar dat kan op verschillende manieren trillen. In tien dimensies zelfs, waaran we er zes niet eens zien omdat ze opgerold zijn. Omdat zulke snaren op verschillende manieren trillen, bestaan er verschillende soorten elementaire deeltjes, zoals protonen, fotonen of elektronen. Het baanbrekende is dat de snaartheorie de grote verhalen van de natuurkunde van de 20e eeuw verenigt: de relativiteitstheorie en de kwantummechanica of deeltjesfysica.
Thomas Hertog, De Tijd  13 april 2013.