Doemdenken past ons niet, het tempert het vinden van concrete, praktische, politieke oplossingen. Mensen horen bij de Schepping en zijn een deel van de natuur – zij het met een ‘status aparte’. We mogen er zijn, en we mogen ook gebruik maken van de vruchten van de aarde. Maar wel: in de hoedanigheid van de rentmeester.
...
Een rentmeester is geen eigenaar, maar een beheerder. De aarde is, net als het leven zelf, een geschenk, en dat geeft ons de opdracht om er zorg voor te dragen. Zo is deze opdracht gegrond in het christendemocratische mens en wereldbeeld.
...
De christendemocratie stoelt op de overtuiging dat een samenleving niet alleen een contract is tussen de mensen die nú leven, nú hun stem uitbrengen, en die nú kunnen klagen als er iets gebeurt dat hun belangen schaadt, maar ook een contract is tussen de levenden, onze voorouders, en onze nakomelingen: onze kinderen, en hún kinderen.
Het begrip rentmeesterschap verbindt ons (zowel verticaal in de tijd, als horizontaal in de ruimte) met onze medeburgers, en met de vorige en toekomstige generaties.
We horen vaak over het belang van die toekomstige generaties. Maar ook de vorige generaties spelen een belangrijke rol in dat denken: Opdat wij datgene wat onze ouders en grootouders met veel moeite en zorg hebben bewaard en opgebouwd, niet verjubelen, maar dankbaar bewaren om het na te laten aan onze kinderen.
En precies dáár reikt de missie van rentmeesterschap ook verder dan het fysieke milieu! We laten niet alleen een fysieke leefomgeving na aan onze kinderen, maar ook een maatschappelijke ordening: zij groeien op in een cultuur. De vraag is dus niet alleen: hebben wij een duurzame natuur, maar hebben wij ook een duurzame cultuur? Of zoals in de encycliek ook staat: niet alleen een natuurlijk milieu, maar ook een menselijk milieu.
We zijn niet alleen rentmeesters van de natuur, maar ook van de ordening en de beschaving. Goed rentmeesterschap draait niet alleen om het behoud van de fysieke ecologie, maar ook om behoud van wat je de sociale ecologie zou kunnen noemen: de instituties, tradities en gewoonten die gemeenschappen hanteren.
Die drukken gezamenlijk een vorm van goed leven en samenleven uit die we willen overdragen aan de nieuwe generaties. Juist daarom is goed sociaal rentmeesterschap ook: het onderhouden van het gedeelde fundament van culturele waarden waarop de samenleving rust. En daarbij het meer centraal stellen van onze culturele waarden als een normstellend, richtinggevend kader voor integratie. Zo kunnen we voorkomen dat de samenleving uit elkaar groeit en kunnen we waarden uit onze cultuur overdragen.
Wij weten allemaal dat onze huidige instituties, gewoonten en tradities aan erosie onderhevig zijn. Denk aan woningbouwcorporaties, gehandicaptenzorg, onze Polder, omroep- verenigingen en ziekenhuizen.
Het is onze plicht als goed rentmeester, om hierover na te denken; een analyse te maken over de oorzaken van deze erosie; de verstatelijking, enkele negatieve gevolgen van marktwerking, de afhankelijkheid van overheidsfinanciering , de ontzuiling, de onthechting van de oorspronkelijke achterban, de individualisering… noem maar op.
We zijn allen verantwoordelijk voor de ordening van onze samenleving. We zijn verantwoordelijk voor een contract tussen mensen om ons land op een bepaalde manier in te richten en te besturen en om instituties zo duurzaam mogelijk door te geven aan onze kinderen en achterkleinkinderen.
De SER, het Poldermodel, de produkt- en bedrijfschappen, vakbonden, ze staan allemaal onder druk. Er zijn zelfs partijen die alles willen afschaffen, letterlijk. Maar we moeten juist niet het kind met het badwater weggooien! Er is namelijk zoveel dat wel goed gaat en waar een toegevoegde waarde zit. Kijk alleen al naar het vrijwilligerswerk en al het maatschappelijk initiatief.
Tegelijkertijd moeten we onze overtuigingen ook niet koesteren als zorgvuldig bijgezet antiek: Wij hier allen bijeen moeten onder ogen zien dat de samenleving verandert, en dat gekoesterde instituties soms gediend zijn met een frisse discussie over nut en noodzaak. Daar is niets mis mee, het is goed om zo af en toe het kussen eens op te schudden en kritisch te onderzoeken of het allemaal nog goed is georganiseerd.
Maar voor mij gaat het daarbij om een dieperliggende opvatting van economisch organiseren, waar het niet alleen gaat om het individuele gewin op korte termijn, maar ook zicht is op het algemeen belang en de lange termijn die in onze maatschappelijke organisaties is gewaarborgd.
Voor ons ligt een opdracht bij het vormgeven van een eigentijdse ordening van de samenleving die voortkomt uit onze cultuur die we zorgvuldig door dienen te geven aan onze kinderen en kleinkinderen. Daarom is rentmeesterschap de belangrijkste uitdaging van onze generatie, en daarom schept sociaal rentmeesterschap het kader voor onze belangrijkste maatschappelijke en politieke opgaven. En het goede is dat in nagenoeg alle initiatieven om dit alles te realiseren, zoals ook blijkt uit eerdere delen van mijn betoog, de maatschappij leidend is. Primair zijn het de maatschappelijke organisaties die het voortouw namen en nemen. Van het verzet tegen afvaldumping in het Naardermeer begin vorige eeuw tot de milieubeweging nu. De overheid is niet altijd nodig. Zie ook het initiatief van dit congres.
Uit toespraak Maxime Verhagen op 24-08-2011
U hamert erop dat we er met efficiënter energieverbruik niet geraken, maar een nieuw model nodig hebben. Is dat geen politieke stellingname?
Dat zijn feiten. We kunnen de ontploffingsmotor zo zuinig mogelijk maken, of zelfs allemaal elektrisch gaan rijden. Maar dan nog zullen we allemaal samen in de file staan als we vasthouden aan individueel autogebruik. Transitiedenken betekent dat we onze mobiliteit aanpassen aan de limieten van de aarde. ... We zullen evolueren van een bezitseconomie naar een diensteneconomie. Vandaag koopt ieder zijn eigen auto. In de toekomst zullen we mobiliteitscontracten kopen. Mijn collega gebruikt in de stad een kleine elektrische wagen, maar in zijn contract is het gebruik van een grotere wagen inbegrepen wanneer hij die nodig heeft. Dat is al een stap in de goede richting.
Europa moet blijven aantonen dat economische performantie en milieudoelstellingen elkaar niet tegenspreken. Dat, integendeel, het aanvaarden van de grenzen van de planeet de weg opent naar innovatie en competiviteit. ... Een belangrijke grondstof waarover de mens beschikt, is zijn creativiteit. Die is globaal voldoende aanwezig om toch nog uitwegen te zoeken. Dat optimisme heb je nodig om in ons vakgebied te werken.
Hans Bruyninckx in DS 8 februari 2014
...
Een rentmeester is geen eigenaar, maar een beheerder. De aarde is, net als het leven zelf, een geschenk, en dat geeft ons de opdracht om er zorg voor te dragen. Zo is deze opdracht gegrond in het christendemocratische mens en wereldbeeld.
...
De christendemocratie stoelt op de overtuiging dat een samenleving niet alleen een contract is tussen de mensen die nú leven, nú hun stem uitbrengen, en die nú kunnen klagen als er iets gebeurt dat hun belangen schaadt, maar ook een contract is tussen de levenden, onze voorouders, en onze nakomelingen: onze kinderen, en hún kinderen.
Het begrip rentmeesterschap verbindt ons (zowel verticaal in de tijd, als horizontaal in de ruimte) met onze medeburgers, en met de vorige en toekomstige generaties.
We horen vaak over het belang van die toekomstige generaties. Maar ook de vorige generaties spelen een belangrijke rol in dat denken: Opdat wij datgene wat onze ouders en grootouders met veel moeite en zorg hebben bewaard en opgebouwd, niet verjubelen, maar dankbaar bewaren om het na te laten aan onze kinderen.
En precies dáár reikt de missie van rentmeesterschap ook verder dan het fysieke milieu! We laten niet alleen een fysieke leefomgeving na aan onze kinderen, maar ook een maatschappelijke ordening: zij groeien op in een cultuur. De vraag is dus niet alleen: hebben wij een duurzame natuur, maar hebben wij ook een duurzame cultuur? Of zoals in de encycliek ook staat: niet alleen een natuurlijk milieu, maar ook een menselijk milieu.
We zijn niet alleen rentmeesters van de natuur, maar ook van de ordening en de beschaving. Goed rentmeesterschap draait niet alleen om het behoud van de fysieke ecologie, maar ook om behoud van wat je de sociale ecologie zou kunnen noemen: de instituties, tradities en gewoonten die gemeenschappen hanteren.
Die drukken gezamenlijk een vorm van goed leven en samenleven uit die we willen overdragen aan de nieuwe generaties. Juist daarom is goed sociaal rentmeesterschap ook: het onderhouden van het gedeelde fundament van culturele waarden waarop de samenleving rust. En daarbij het meer centraal stellen van onze culturele waarden als een normstellend, richtinggevend kader voor integratie. Zo kunnen we voorkomen dat de samenleving uit elkaar groeit en kunnen we waarden uit onze cultuur overdragen.
Wij weten allemaal dat onze huidige instituties, gewoonten en tradities aan erosie onderhevig zijn. Denk aan woningbouwcorporaties, gehandicaptenzorg, onze Polder, omroep- verenigingen en ziekenhuizen.
Het is onze plicht als goed rentmeester, om hierover na te denken; een analyse te maken over de oorzaken van deze erosie; de verstatelijking, enkele negatieve gevolgen van marktwerking, de afhankelijkheid van overheidsfinanciering , de ontzuiling, de onthechting van de oorspronkelijke achterban, de individualisering… noem maar op.
We zijn allen verantwoordelijk voor de ordening van onze samenleving. We zijn verantwoordelijk voor een contract tussen mensen om ons land op een bepaalde manier in te richten en te besturen en om instituties zo duurzaam mogelijk door te geven aan onze kinderen en achterkleinkinderen.
De SER, het Poldermodel, de produkt- en bedrijfschappen, vakbonden, ze staan allemaal onder druk. Er zijn zelfs partijen die alles willen afschaffen, letterlijk. Maar we moeten juist niet het kind met het badwater weggooien! Er is namelijk zoveel dat wel goed gaat en waar een toegevoegde waarde zit. Kijk alleen al naar het vrijwilligerswerk en al het maatschappelijk initiatief.
Tegelijkertijd moeten we onze overtuigingen ook niet koesteren als zorgvuldig bijgezet antiek: Wij hier allen bijeen moeten onder ogen zien dat de samenleving verandert, en dat gekoesterde instituties soms gediend zijn met een frisse discussie over nut en noodzaak. Daar is niets mis mee, het is goed om zo af en toe het kussen eens op te schudden en kritisch te onderzoeken of het allemaal nog goed is georganiseerd.
Maar voor mij gaat het daarbij om een dieperliggende opvatting van economisch organiseren, waar het niet alleen gaat om het individuele gewin op korte termijn, maar ook zicht is op het algemeen belang en de lange termijn die in onze maatschappelijke organisaties is gewaarborgd.
Voor ons ligt een opdracht bij het vormgeven van een eigentijdse ordening van de samenleving die voortkomt uit onze cultuur die we zorgvuldig door dienen te geven aan onze kinderen en kleinkinderen. Daarom is rentmeesterschap de belangrijkste uitdaging van onze generatie, en daarom schept sociaal rentmeesterschap het kader voor onze belangrijkste maatschappelijke en politieke opgaven. En het goede is dat in nagenoeg alle initiatieven om dit alles te realiseren, zoals ook blijkt uit eerdere delen van mijn betoog, de maatschappij leidend is. Primair zijn het de maatschappelijke organisaties die het voortouw namen en nemen. Van het verzet tegen afvaldumping in het Naardermeer begin vorige eeuw tot de milieubeweging nu. De overheid is niet altijd nodig. Zie ook het initiatief van dit congres.
Uit toespraak Maxime Verhagen op 24-08-2011
U hamert erop dat we er met efficiënter energieverbruik niet geraken, maar een nieuw model nodig hebben. Is dat geen politieke stellingname?
Dat zijn feiten. We kunnen de ontploffingsmotor zo zuinig mogelijk maken, of zelfs allemaal elektrisch gaan rijden. Maar dan nog zullen we allemaal samen in de file staan als we vasthouden aan individueel autogebruik. Transitiedenken betekent dat we onze mobiliteit aanpassen aan de limieten van de aarde. ... We zullen evolueren van een bezitseconomie naar een diensteneconomie. Vandaag koopt ieder zijn eigen auto. In de toekomst zullen we mobiliteitscontracten kopen. Mijn collega gebruikt in de stad een kleine elektrische wagen, maar in zijn contract is het gebruik van een grotere wagen inbegrepen wanneer hij die nodig heeft. Dat is al een stap in de goede richting.
Europa moet blijven aantonen dat economische performantie en milieudoelstellingen elkaar niet tegenspreken. Dat, integendeel, het aanvaarden van de grenzen van de planeet de weg opent naar innovatie en competiviteit. ... Een belangrijke grondstof waarover de mens beschikt, is zijn creativiteit. Die is globaal voldoende aanwezig om toch nog uitwegen te zoeken. Dat optimisme heb je nodig om in ons vakgebied te werken.
Hans Bruyninckx in DS 8 februari 2014